zaterdag 21 maart 2015

Vergilius toepassen


Van radio- en televisiemensen mag je verwachten dat ze zich zo nu en dan verspreken. Het is zo gebeurd en meestal kunnen ze zich daar elegant uit redden - als zij door hebben dat ze ernaast zitten. Voor culturele ornamentjes in hun discours vertrouwen ze (indien niet voorbereid) op de parate kennis van hun culturele bagage. Dat kan wel eens verkeerd uitdraaien, zoals ik in het verleden op deze bladzijden constateerde. Een Lieven Verstraete die de strenge maatregelen van de Griekse wetgever Draco in de mythologie situeerde, of een Claude Blondeel die Penelope op de thuiskomst van Agamemnon liet wachten. Oeps. Verba volant. En je kunt ze live niet meer inslikken.

Maar scripta manent.

Als dan zo'n spreekjournalist de pen ter hand neemt en boekambities heeft zal hij gretig de gelegenheid te baat nemen om een doublecheck te doen van de culturele stoffering van zijn tekst, nu het kan. Denk je.

Nee dus. Toch niet als je Jef Lambrecht heet. Hij mocht vandaag op de opiniebladzijden van De Morgen met een 'voorproef' zijn boek promoten dat in mei uitkomt. Het heet 'IS'. Titel van het artikel in de krant: 'Vergilius was deze week ook van toepassing in Tunis'. Tja, meer is niet nodig om mijn aandacht te krijgen. Ook al zag ik niet goed hoe je een Vergilius kunt toepassen.

Snel bleek dat 'Vergilius Toepassen' betekent dat je slordigweg een citaat tussen je tekst gooit.

Jef heeft het over het Bardomuseum in Tunis: 1. de bloedige aanslag daar - 2. citaat Vergilius - 3. idyllische beschrijving van het Bardomuseum. Hier komt het:

"...De aanslag van woensdag volstond om die droom op te blazen.
"Apparent rari nantes in gurgite vasto", schreef Vergilius. "Hier en daar verschijnen zwemmers in de kolkende massa."
In het wijde, witte Bardomuseum..."


Zwemmers? Wat doen die daar op land? Kolkende massa? Een ander woord voor maalstroom? Is het misschien overdrachtelijk bedoeld? Waar is dan het aanknopingspunt? Psychologen doen soms van die tests waarin ze hun proefpersonen op het verkeerde been zetten om dan de compleet gedesoriënteerde geest te bestoken met de pertinente vragen waarop het relevante antwoord verwacht wordt.

Hier lijkt het effect eerder een bijproduct van Jefs literaire stijl, maar de eerste kennismaking ermee had wel een grondig wantrouwen tegenover een verdere Toepassing van Vergilius opgeroepen. Een gewettigd wantrouwen, zoals blijkt na de Bardobeschrijving. Want nu trekt Jef het hele register open. (Gevoelige zielen slaan volgende passage beter over.)

"In zijn boek bevindt de dichter zich in het paleis van koningin Dido, de stichtster van Carthago, gelegen op een heuvel vlakbij het museum. Van daaruit zien ze 'drenkelingen in de kolkende zee' naar de kust zwemmen na de schipbreuk van hun boot: de Trojanen die na de verwoesting van hun stad in de baai zwalpen."

- Vergilius figureert niet in zijn Aeneis en staat dus ook niet samen met Dido vanuit het paleis te kijken
- Ook Dido staat daar niet te kijken en ziet dus geen drenkelingen zwemmen
- Dido leert de Trojanen pas kennen als zij een gezantschap naar haar toesturen
- Aeneas' vloot lijdt voor een groot deel schipbreuk, maar met zeven schepen kan hij landen op de Carthaagse kust en zijn schepen min of meer verbergen voor eventuele vijanden
- zij zwemmen dus niet aan land, maar varen aan land
- 'de zwemmende drenkelingen in de kolkende zee' is een beroemde zinsnede in de passage over het noodweer dat de Trojanen teistert, maar heeft geen connectie met toeschouwers, behalve dan Aeneas op zijn schip

En 'de Trojanen die na de verwoesting van hun stad in de baai zwalpen' is behoorlijk kort door de bocht, maar we zijn nu over niets meer verbaasd.

Het artikel gaat nog een hele tijd door over Tunis en zo, hangt met haken en ogen aan elkaar en zou misschien beter overkomen in een gesproken reportage, maar ik ben natuurlijk wat bevooroordeeld nu. Lees zelf maar. Tot het bittere einde. Want dat is er, en het is een afscheidsschot in stijl.

"De ridders van de nieuwe terroristische mogendheid, de Islamitische Staat hadden andermaal toegeslagen. Vergilius was zoals steeds van toepassing. Uit de Aeneïs ontsnapten de gevleugelde woorden "Nox atra cava circunvolat umbra" (de nacht omgeeft ons met zijn zwarte schaduw) en "Bella! Horrida bella!" Oorlog. Vreselijke oorlog."

Welke toepassing? In die zwarte nacht ontvluchtte Aeneas zijn geliefde Troje op weg naar zijn lotsbestemming. Is er een parallel te trekken? Doe het dan, want er komen meer zwarte nachten voor in de Aeneis.
En, zucht, bella is meervoud. Oorlogen.

Jef Lambrecht heeft een hele carrière als spreekjournalist achter de rug. Het Peter Principle lijkt toch een zekere geldigheid te hebben. Althans in het voorproefje hier.

Geen opmerkingen: