De Boekenbeurs in Antwerpen is een oord waar Dantes Divina Commedia tot leven komt, maar dan wel retrograad.
Je komt binnen in een paradijselijke omgeving waar zover het oog reikt boeken, boeken en boeken staan te blinken onder stralende lampen, heerlijk, en je mag overal aankomen en opendoen en dat zolang je maar wilt. Een klein beetje moeite moet je er wel voor doen, want duizenden mensen rond je en vooral vóór je vermaken zich ook in deze speeltuin. En het stralende licht straalt wel erg hard, merk je opeens, dus doe je je jas uit, maar waar moet je daarmee naar toe? Uit luiheid of gierigheid ga je niet helemaal terug naar de vestiaire en bind je het ding rond je middel, waardoor je in volume toeneemt en zo gemakkelijker in aanvaring komt met de medemens. Na een aantal gangen begint het toch wel erg warm te worden en lijkt het alsof de eindeloze stands alleen nog maar kookboeken of kinderboeken aanprijzen, je voeten beginnen zeer te doen en al dat volk dat ervoor loopt verandert meer en meer in een agressieve
meute die er actief op uit is om je in je voortgang te hinderen en met opzet juist voor dat boek komt staan dat je wilde inkijken. Als je na enige moeite een zitje gevonden hebt op de drenkplaats (voor de tweede keer, want de eerste keer wist je niet dat je je drankje zelf moest halen) besef je dat Sartre gelijk had.
L'enfer, c'est les autres.
Ergens tussen hemel en vagevuur, toen ik mijn ogen nog kon focussen, ontdekte ik een reeks boekjes, over de oudheid (in zeer brede zin), die heel vlot weglazen. Dat mag namelijk ook op zo'n boekenbeurs: je kan er een hele tijd in staan lezen en je hoeft ze toch niet te kopen ;-) Ze stonden vol met weetjes en anekdotes, van het genre waarin ook Fik Meijer leuke dingen geschreven heeft, en zoals de publicaties waarover ik hier eerder al iets geplaatst heb.
Jona Lendering heet de schrijver. Waar ik onmiddellijk naar greep was zijn 'Spijkers op laag water - 50 misverstanden over de oudheid', altijd benieuwd naar wat ze me in het verleden wijsgemaakt hebben. Zo blijkt bijvoorbeeld, dat onder Trajanus het Romeinse Rijk niet zijn grootste uitbreiding kende. En ik kan dat hier documenteren met een link, want Lendering is helemaal niet gierig ingesteld - zo van: als je mijn boek niet koopt dan kom je het niet te weten -, integendeel, 25 'misverstanden' zijn hier te ontdekken. Tot mijn verrassing, omdat ik dit niet kende, heeft hij een enorm uitgebreide website, Livius.org, én een blog (samen met Bill Thayer van LacusCurtius) die over dit soort onderwerpen handelen. Ik heb de blog onmiddellijk bij mijn links gezet. Hij blijkt een zeer gretige schrijver te zijn, alles in het Engels, en je kunt soms zien dat het in grote snelheid geschreven is (er staat bijv. ergens seized waar hij ceased bedoelt). Maar rekening houdend met een slordigheid zo nu en dan blijft het onderhoudende lectuur, vaak met verwijzing naar vakliteratuur.
Grappig dat deze oudheidliefhebber het voorwerp is geworden van een vreemde hetze. Hij zou op de paylist staan van de Iraanse islamitische republiek met de opdracht de voorislamitische geschiedenis van Iran te 'belasteren'. Lees ik hier. En er is een heuse petitie tegen hem uitgeschreven met de beschuldiging dat hij een Racist writer against ancient Iran and the Iranian people is. Wat kunnen ze nog meer verzinnen :-)?
maandag 9 november 2009
Onder Trajanus kende het Romeinse Rijk niet zijn grootste uitbreiding
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:02 0 reacties
Labels: Onder Trajanus kende het Romeinse Rijk niet zijn grootste uitbreiding
zaterdag 31 oktober 2009
Mohammed en de Romeinen
Dit onderwerp was iets waar ik een tijdje geleden niets over wist. Nu denk ik er iets over te weten. Maar er zal ongetwijfeld een socraat opduiken die mij met welgekozen argumenten terug naar mijn uitgangspunt zal praten:-) Dat ik eigenlijk niets weet.
Want het grootste deel van de documentatie die ik gevonden heb kan niet bepaald omschreven worden als wetenschappelijk onderbouwd, objectief of sereen. En bij dat kleine deel dat mij wel die kenmerken lijkt te vertonen ben ik niet in de positie om te verifiëren of dat wel zo is. Wat ik hier dus ga neerschrijven moet in dit licht bekeken worden: het zijn citaten die via de zoekmachine op mijn computerscherm terecht kwamen, waarbij ik soms mijn koran ter hand genomen heb om bepaalde verwijzingen te controleren. Die koranvertaling, gratis gekregen in de boekhandel een paar jaar geleden, is bewerkt door o.a. Hans Jansen, waardoor ik een zeker vertrouwen heb in de degelijkheid ervan. Maar op internet zijn er nog ettelijke andere koranvertalingen te vinden, die voor eenzelfde passage telkens verschillende bewoordingen weten te vinden. Ik heb die citaten zonder onderscheid overgenomen.
Er wordt algemeen aangenomen dat Mohammed geleefd heeft van 570 tot 632 o.t. - àls hij bestaan heeft. Eigentijdse historische bronnen bestaan er niet. Aan zijn bestaan wordt niet getwijfeld door een Herman H. Somers, psycholoog, die in de overleveringen (hadiths) van de uitspraken van Mohammed een consistent beeld vindt van een paranoïde persoonlijkheid, waaruit hij concludeert dat zo iemand echt bestaan kan hebben. Hans Jansen, arabist, speelt dan weer met een filologische hypothese dat de historische Mohammed zijn naam en eretitel Rasoel Allah (profeet/gezant van God) uit de christelijke liturgie verkregen zou hebben, via Arabische grenssoldaten in christelijke dienst, de grens namelijk tussen het christelijke Oost-Romeinse rijk en het Arabisch gebied.
Waarmee we bij de Romeinen zijn aanbeland. In Mohammeds tijd had je enkele zeer grote spelers op het wereldtoneel: de Perzen en de Oost-Romeinen, die eeuwen lang legers op elkaar afgestuurd hadden en dat zouden blijven doen tot 650, als heel het Perzische Sassanidenrijk veroverd wordt door wat nog maar een paar decennia daarvoor een onaanzienlijk Arabisch volk was. Hierboven ziet u het Byzantijnse rijk omstreeks Mohammeds geboorte (en die is te situeren ergens ten zuiden van het witte stukje land rechtsonder waar de Chassanidische stammen wonen).
Wat vinden we in de koran hierover? De koran, op schrift gesteld nà Mohammeds dood, bestaat uit 114 soeras (hoofdstukken), waarvan de dertigste ar-Roem genoemd wordt, 'de Romeinen'. Dat betekent niet dat heel deze soera over de Romeinen handelt, maar wel één van de eerste verzen, zoals dat gebeurt met de naamgeving van iedere soera. In 615 had Mohammed de openbaring van deze soera ontvangen. Mijn huiskoran formuleert het zo:
De Byzantijnen zijn verslagen
in het naastbijgelegen land
maar nadat zij verslagen werden
zullen zij verslaan
over enkele jaren. (30:2-4)
Het commentaar hierbij vraagt zich af: 'Gaat het in dit vers om de nederlagen van de Byzantijnen in de strijd tegen de Perzen waarbij o.a. Jeruzalem in 614 in Perzische handen viel? In ieder geval heroverde de Byzantijnse keizer Heraclius Jeruzalem in 622, het jaar van de hegira' (= de vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina, het jaar waarop de mohammedanen hun tijdrekening laten beginnen).
Aansluitend hierop vond ik deze bron, die een hadith over deze soera becommentarieert. Kort gezegd komt het erop neer dat Mohammed in deze verzen een verbazende profetie uitspreekt, die uitgekomen is, rekening houdend met de filologische interpretatie van het woord dat hierboven vertaald is met 'enkele': dit kan slaan op een periode van 3 tot 9 jaar.
Je wordt wat duizelig van de geschiedenis van de troepenbewegingen van de Perzen en de 
Byzantijnen. Het lijkt alsof de Byzantijnse keizer en zijn generaals nauwelijks thuis geweest zijn met oorlogen op verschillende fronten tegelijk. En in een kleine 10 jaar tijd hadden de Joden in Jeruzalem het twijfelachtige genoegen driemaal veroverd te worden, waarbij de Byzantijnen het minst vriendelijk geweest schijnen te zijn. Nog recent werden ze daar aan Heraclius herinnerd, bij een vondst van 264 gouden munten met zijn beeltenis op. In 638 kreeg Jeruzalem dan weer de Arabieren als permanente inwoners over de vloer en het zou tot 1099 duren voor daar verandering in kwam.
Aan Heraclius herinneren ook enkele overleveringen , met name dat Mohammed brieven geschreven zou hebben aan alle belangrijke staatshoofden van die tijd. Over zijn brief aan de keizer van Byzantium doet deze site uitgebreid verslag. Terwijl de koning van Perzië een dergelijk schrijven verontwaardigd verscheurd had, zou Heraclius welwillend gestaan hebben en zich in het geheim bekeerd hebben tot de islam. Er zijn veel plaatsen waar ik dit gevonden heb, maar uit welke hadith het verhaal komt heb ik tot nu toe niet achterhaald.
Rond 630 heeft Mohammed nog twee veldslagen willen/laten uitvechten met de Romeinen, waarvan hij de eerste (bij Moeta) bloedig verloor en de tweede (bij Taboek) niet doorging omdat er geen Romeins leger kwam opdagen.
Ik wil terzijde toch even Koran 18:83-98 signaleren waar het gaat over Dzoel Qarnain (de gehoornde). De naam wordt op allerlei manieren getranscribeerd. En het gaat niet over een Romein - vergeef me deze uitweiding - want het gaat over Alexander de Grote. 
Ongelooflijk interessant hoe deze passage uit een Alexanderroman in de koran is binnengeslopen. En voor heel wat discussie heeft gezorgd onder mohammedaanse exegeten. Hier ook op een discussieforum, waar met handen en voeten wordt uitgelegd dat het niet over dé Alexander gaat. Er zijn overigens nog heel wat meer voorislamitische invloeden in de koran te vinden. Daarover vond ik hier een uitvoerige tekst, waaruit ik heel wat bijgeleerd heb.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:44 1 reacties
Labels: Mohammed en de Romeinen
maandag 7 september 2009
Romeinse portretschilderkunst
In De Morgen van 5 september las ik (p.54) iets interessants over portretschilderkunst. 'Tijdens de Qingdynastie had een Europees schilder, Giuseppe Castiglione, (...) een schilderij gemaakt van de Chinese keizer Qianlong. Toen het schilderij klaar was, bleek dat de schilder vele schaduwen en lijnen had geschilderd om het gezicht van de keizer realistisch te maken en diepte te geven. Dat had men in China nog nooit gezien. Als een persoon schaduwen had op een schilderij, betekende dat een slechte lotsbestemming. Chinese portretten waren vlak, tweedimensionaal en geïdealiseerd.'Toch merkwaardig, als je bedenkt dat de Chinezen wel degelijk op een realistische manier mensen afbeeldden, zij het dan driedimensionaal, in een beeldhouwwerk. Denken we maar aan het terracottaleger van Xi'an. Terzelfdertijd waren de Grieken al in hun 'hyperrealistische' periode en kregen de Romeinen de smaak ervan te pakken.
Maar op een plat vlak de illusie wekken van diepte lag voor de Chinezen blijkbaar anders. Al in de 5e eeuw v.o.t. had ook de Griek Plato zijn afkeuring te kennen gegeven over dit visueel 'bedrog', daarmee indirect bevestigend dat de Griekse kunstschilders hun stiel door en door kenden. Jammer genoeg zijn verf en dragers van minder duurzaam materiaal en is er quasi-niets van die hele Griekse schilderkunst overgebleven, afgezien van enkele fresco's. Van de vaasschilderkunst dan weer wel, maar daarin heb je nauwelijks een driedimensionale illusie. Griekse schilders waren volop gewild bij de Romeinen (dit geldt ook voor de dokters, wat dan het verschil zou betekend hebben tussen overleven en een natuurlijke dood sterven :-) en de bekende fresco's uit Herculaneum en Pompeii bijvoorbeeld zouden 'Grieks' zijn.Om het zwart-witplaatje te vervolledigen moet ik nu die kunsttak noemen die als 'exclusief Romeins' wordt bestempeld: het realistisch portret - in de beeldhouwkunst. Het is natuurlijk gemakkelijk om alles in vakjes in te delen en
inderdaad, sinds de Romeinen hun stempel stevig gedrukt hadden op 'groot-Europa' vind je die bustes met rimpels en asymmetrieën overal in de voormalige Romeinse invloedssfeer terug. Zoals je daar ongetwijfeld ook geschilderde realistische portretten met driedimensionale illusie had kunnen vinden, als het materiaal niet zo vergankelijk was geweest. Al of niet geschilderd door Grieken.
We weten dat, omdat er honderden realistische portretten gevonden zijn, wel niet in het 'stamland', maar in een Romeinse provincie waar de klimatologische omstandigheden zo gunstig zijn geweest dat hout en verf geconserveerd bleven: in Egypte, meer bepaald in de Fayoumstreek. Men is er deze mummieportretten beginnen schilderen nadat de Romeinen Egypte veroverd hadden. De productie blijkt gestopt te zijn ca. 250 o.t. Er wordt algemeen aangenomen dat deze portretstijl in zwang was rond heel de Middellandse zee, o.a. door een vergelijking met bewaarde fresco's uit die tijd. Er zijn er prachtige bij, waar de diepmenselijke uitdrukking van alle tijden is.

Blijkbaar is dit soort realistische portretkunst typisch voor de Westerse cultuur en vinden we - alweer - de roots bij de Grieken en Romeinen. Zelfs de stijl van schilderen loopt gelijk: vergelijk de naast elkaar gezette penseelstreken, die de lichte partijen accentueren, links (Tiepolo) en rechts (Fayoum-mannenportret). Klikken om te vergroten.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 18:58 3 reacties
Labels: Romeinse portretschilderkunst
donderdag 13 augustus 2009
Dorische orde
In 550 v.o.t. bouwden de Grieken in Korinthe een tempel voor Apollo volgens de eerste klassieke bouworde, de Dorische. Millennia lang hebben toeristen dit bouwwerk bewonderd, in de antieke periode waarschijnlijk op hun weg naar het hoger gelegen heiligdom van Aphrodite, om zich daar haar rituelen te laten welgevallen :-) .Zeven zuilen staan er nog, ruig, verweerd, en we hebben geleerd om dit mooi te vinden. Als daar een ongerepte tempel stond zouden we niet geloven dat die 'echt' was. Die hoort in het verleden thuis. Een 20ste-/21ste-eeuwse zienswijze. We willen ons inbeelden wat er echt geweest is. Zoals een trend in de hedendaagse kunst. Die hangt/staat erbij zoals de Dorische zuilen van Korinthe, als een vage schaduw van 'iets echts' dat we onder het raadselachtige en vervormde mom moeten vermoeden. Als we het niet direct snappen staat er wel een kunstpaus klaar die het ons haarfijn zal uitleggen.
Maar niet Roy - sweet dreams baby - Lichtenstein. Die schiet met zijn Temple of Apollo (1964) recht in de roos, zonder verduidelijkend gezwets. Dàt is ons beeld van de oudheid, een (en we moeten het woord durven gebruiken) kapotte tempel, tot icoon verheven. Lichtenstein is nog mild geweest: afgezien van een paar stukjes uit de zuilen staat die er stralend wit bij, op een gaaf, zij het beperkt, voetstuk. En waar in het echt de Korinthische abaci afgebrokkeld zijn, heeft hij ze hier netjes in het vierkant weergegeven, zoals het hoort in de Dorische orde. Bij de vorm van de zuilen is hij dan weer niet zo orthodox geweest en heeft hij zich geïnspireerd op de toeristische folders waarin je slanke Ionische zuilen tegen een paradijselijk blauwe achtergrond aantreft.Die Dorische zuilen zouden bij de allereerste tempels boomstammen geweest zijn en de latere stenen exemplaren behielden die vorm: breder tot het midden en dan smaller wordend naar boven toe. Ze bestonden meestal uit op elkaar gezette 'trommels', maar die van Korinthe zijn monolieten. Ook de toeristische van Lichtenstein, zo te zien.
Tot zover over de 20ste en 21ste eeuw. De 19e daarentegen...
Vergeet de Renaissance en het Classicisme, dat waren intellectuele en modieuze stromingen. In de 19e eeuw dweepte men met de oudheid. Het verheven ideaal van een klassieke voortijd werd innig en diep doorleefd in het Duitse Idealisme en de Romantiek. Of wat men zichzelf inbeeldde rond de zeven zuilen van Korinthe. En als je dan ook nog over geld beschikte, dan was de weg vrij naar een nieuwe klassieke verlichting, waarin de volksziel opgeheven werd naar het niveau van een klassieke cultuur. En Ludwig van Beieren had geld, toch nadat pa en Napoleon het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hadden. Hij was ook diep doordrongen van de grootsheid van zijn cultuur, de Germaans-Duitse. Daarvoor kon alleen het verhevenste symbool staan: een Dorische tempel zoals het Parthenon.

'Walhalla' is in de Germaanse mythologie de plaats waar de zielen van de doden naar toe gaan, zoals de eeuwige jachtvelden van de indianen, of de Elyseese Velden van, ja inderdaad, de antieke Grieken. En in dit Walhalla bevinden die Germaanse zielen zich
ook, toch de aanzienlijkste, opgeborgen in hun smetteloos witte borstbeeld: de ogen leeg, niet beschilderd, zoals men zich het Griekse ideaal inbeeldde. Voor de duidelijkheid: Ludwigs Duits-Germaanse ruimte is behoorlijk ruim opgevat. Ik heb dus een eerbiedige groet kunnen richten naar Peter Paul Rubens, Memling en Van Dyck, Michiel de Ruyter en Maarten Tromp, en nog enkele andere Nederduitse groten. De heldenreeks wordt ook voortdurend aangevuld, bij besluit van de Beierse ministerraad. Zo vind je er nu bijv. Albert Einstein, en, als voorlopig laatste, Sophie Scholl*.Als het de bedoeling van een kunstwerk is om verwarring te stichten en vaste ideeën overhoop te halen, dan komt dit Dorisch monument in zijn Germaanse parallax daar dicht bij in de buurt. Ik was langs achter toegekomen en had een goed zicht op het achterfronton, met zijn mooie Griekse reliëfs - dacht ik toch, tot ik beter toekeek :-)

(klikken en scrollen)
* [Sophie Scholl was een studente in München in de nazitijd die verzet pleegde en daarvoor geëxecuteerd werd. Het blijft nuttig alert te zijn en niet toe te geven aan een misschien natuurlijke neiging om de geschiedenis te comprimeren tot Ludwig en Hitler samenvallen. Schwärmen met een geselecteerd verleden is een steeds terugkerend verschijnsel. Dat dit in de nazitijd een element was in de gruwelijke ontsporing van een volksgroep stemt tot nadenken, maar wijst daarom nog niet op een vast oorzakelijk verband.]
.
zaterdag 18 juli 2009
Obama-Socrates summit
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 22:14 0 reacties
Labels: Obama-Socrates summit
zondag 21 juni 2009
Iran: Plato's staat?
Of de huidige revolte in Iran zal leiden tot een revolutie, daar zijn analisten het niet over eens, maar de betogende mensenmassa's lijken toch wel een verbetering van de samenleving te verwachten van hun boegbeeld, Moussavi. En of dat een realistische inschatting is durven diezelfde analisten te betwijfelen, want Moussavi is een trouwe aanhanger van de denkbeelden van die andere Moussavi, beter bekend als ayatollah Khomeini.
De man die in 1979 de grondwet van de Iraanse islamitische republiek invoerde zou zijn
inspiratie bij Plato gehaald hebben. "Hij liet zich al van tijdens zijn religieuze studentenjaren in de heilige stad Qom inspireren door de Staat van Plato en de Theologia Aristotelis. Ze overtuigden hem van het concept van de wijze en deugdzame leider die zijn gemeenschap naar een beter leven zal gidsen. Die visie sluit aan bij de denkbeelden van al-Farabi (870-950) en Ibn Arabi (1165-1240), die de leider zien als een perfecte man zonder zonde, vol wijsheid en kennis van het goddelijke, kortom de viceregent van God op aarde." (C. Vuylsteke, DM 17/6 en bijv. ook hier en hier)
En ja, Iran kent inderdaad een strikte hiërarchie, zoals in Plato's staat. Bovenaan vind je de 'koning-filosoof/theoloog', met juist onder hem zijn Wachters, die absolute macht hebben op religieus en juridisch vlak. Daaronder wordt een 'demokratie' geduld, zolang die in het spoor loopt van de hoogste Denker.
Door de eeuwen heen is er heel wat kritiek geuit op dit elitaire 'fascistische' staatsmodel van Plato. Ik heb De Staat nog eens schuins doorgekeken. Verander het woord 'filosofie' door 'godsdienst' of 'ideologie', en heel wat onaangename dictaturen uit de geschiedenis komen in het geheugen bovendrijven. Toch wil ik (als een positieve noot) een verrassende uitspraak citeren die in het Griekse mannenwereldje van toen niet vanzelfsprekend geweest moet zijn, en wil ik even mijn ergernis over de laatste zinsnede inslikken (niet de enige 'objectieve' bewering in het oeuvre van de meester ;-)
"Dan is er ook, mijn beste, in het bestuur van de staat geen enkele taak speciaal weggelegd voor de vrouw als vrouw of voor de man als man. In beide heeft de natuur haar gaven op gelijke wijze uitgestrooid, en zowel de vrouw als de man is door de natuur tot alle taken geroepen, al dient erkend te worden dat de vrouw in alle moet onderdoen voor de man." (Staat, V, 455 d-e)
En in verband met de opleiding van de vrouwen, samen met de mannen - hier over de sportbeoefening, die bij de Grieken naakt gebeurde:
Kleren uit dan! dat zal ook gelden voor de vrouwen van de wachters. Hun deugd zal immers hun kleren vervangen. (Staat, V, 457 a)
Deze citaten zijn ayatollah Khomeini klaarblijkelijk compleet ontgaan zo te zien aan zijn ideale islamitische republiek van nu.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 16:01 0 reacties
Labels: Iran: Plato's staat?
dinsdag 19 mei 2009
Bertus Aafjes en Piet Worm
vluchten voor de nazistorm
Als allochtone student in Vlaanderen zat ik - in mijn eerste jaar universiteit in Gent - iedere woensdag om acht uur 's morgens in de les van Van Werveke, Geschiedenis van België. Hij had auditorium E tot zijn beschikking, het grootste van de Blandijnberg en je had een kanon kunnen afschieten zonder iemand te raken, tenzij je op de voorste drie middelste rijen had gemikt. Alleen nerds vond je daar, op een uur dat iedereen zich nog eens omdraaide in bed, na een avondje Zolder of Kelder, - én de Belgische-geschiedenis-compleet-onkundigen. Ik leerde er voor het eerst over Boudewijn met de IJzeren Arm, en dat de Belgische opstand van 1830 een vrijheidsstrijd was :-) Want terwijl mijn peers dit al hadden herkauwd in de geschiedenislessen lager en middelbaar, was in ditzelfde soort lessen bij mij slechts de 'Vaderlandse' erin gedrild en die bleek maar een heel vage afspiegeling van de Belgische. Zelfs mét een Belgisch paspoort en ondanks beneden de Moerdijk op school geweest: de Hollandse saus was het enige dat ik meegekregen had.
Het klinkt misschien wat te denigrerend voor het plezier dat ik als kind gehad heb aan die geschiedenislessen. Claudius Civilis, Jacoba van Beieren, Kenau Hasselaar, Het volk was redeloos, de regenten radeloos en het land reddeloos - de rij is lang, met stuk voor stuk bouwstenen van een identiteitsbesef dat als gemeenschappelijk wordt aangevoeld van het Noorden tot het Zuiden des (Neder)lands. Een canon. Iets daarvan vind ik (in mijn huidige ethnie) terug bij Jan Breydel en Pieter De Coninck (ook die verhalen verslond ik als kind). Het is geen lange reeks, maar misschien heb ik mijn Van Werveke onvoldoende fanatiek van buiten geleerd - voor dit soort geschiedenis moet je de onbevangenheid van een kind hebben. Ze wordt dan ook afgedaan als onwetenschappelijk. 'België' heeft voor mij geen nationale geschiedenis van betekenis - 178 jaar is wat kort; ofwel heb ik die verhaaltjes gemist. Wie weet maakt deze vage identiteit het jonge rijkje België wel bij uitstek geschikt om als Europees centrum te dienen.
Verder waag ik me niet in dit mijnenveld, waar ik ongetwijfeld afgeschoten zal worden nog voor ik een meter gevorderd ben.
Dus liever terug naar de onschuldige jeugd, bezaaid met helden en spannende gebeurtenissen, zoals verteld door de onderwijzer. En zoals verteld en getekend door Bertus Aafjes en Piet Worm in hun Vrolijke Vaderlandse Geschiedenis. Het verraste mij dat ik bijna* geen toespeling kon vinden naar dit werkje in de recensies en aankondigingen van de twee publicaties (2005 en 2006) die op dezelfde manier zijn opgevat: de Rijmkronieken van Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie. In sinterklaasverzen wordt er de Nederlandse geschiedenis op een humoristische manier verteld, in het laatste geval met allerlei toespelingen voor de 'grote mensen', in het eerste geval helemaal voor de (lagereschool-) kinderen bedoeld. De tekeningen van Piet Worm zijn ronduit schitterend. En blijkbaar is deze publicatie van 1948** compleet vergeten.
Ik had een opa, gepensioneerd onderwijzer, die graag boeken maakte en inbond. Zo is de Vrolijke Vaderlandse Geschiedenis uit de Volkskrant in onze boekenkast terecht gekomen en platgelezen. En bewaard. Ik vind het mijn plicht dit pure plezier opnieuw wereldkundig te maken. Hier*** vindt u het op internet. Maar omdat dit een blog is over o.a. de Romeinse oudheid, zal ik ook nog een citaat afdrukken i.v.m. die vroegste Nederlandse geschiedenis uit de VVG. Dan krijgt u gelijk een idee over de lichtheid en speelsheid waarmee Aafjes dit geschreven heeft. Waarschijnlijk heb ik hier voor het eerst kennis gemaakt met de klassieken :-)
Vijftig jaar voor Christus kwam----------------------------
Hier een Zuidelijke stam,
Die, zoals wij al wel weten
De Romeinen wordt geheten,
Daar zij uit de buurt van Rome
Met hun legers zijn gekomen;
Caesar, een geducht Romaan,
Voerde deze troepen aan.
Vechten was zijn lust en leven.
Hij heeft ook een boek geschreven,
Waaruit wij dit alles weten.
Dit wordt onze bron geheten
Wijl men, als het ware, kon
wijsheid putten uit een bron.
Maar wij zijn nog veel te klein
En verstaan nog geen Latijn.
Als wij echter duchtig leren,
Kan ook deze kans verkeren;
Wij behalen dan de prijs
Van het Hoger Onderwijs:
Daar leest men met animo,
In "De Bello Gallico".
* Hier een bericht met een toespeling. De term 'braaf' is wat flauw. Er wordt niet vermeld dat Aafjes' versie voor kinderen is en die van Van Wissen en Rawie voor volwassenen.
** In 1958 is de VVG in boekvorm uitgegeven, met toevoeging van een aantal kleurtjes en blijkbaar een uitbreiding, of herschikking, voor zover ik dat op internet kon zien.
*** Als u op F11 drukt krijgt u de best leesbare versie op uw scherm, doordat de bovenste en onderste balken verdwijnen. Ze worden weer zichtbaar als u de cursor naar de bovenkant van het scherm beweegt, of opnieuw F11 drukt.
26/5 In de titel beeldenstorm veranderd in nazistorm. Dat herinnerde ik mij blijkbaar niet zo goed ;-)
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 18:50 2 reacties
Labels: Bertus Aafjes en Piet Worm vluchten voor de nazistorm, Vrolijke Vaderlandse Geschiedenis
dinsdag 12 mei 2009
Kemel
Dit kemeltje heeft het weblog gelezen van Marc Vanfraechem, waar het met plezier naar verwijst. Het gaat er over de bekendheid van, en met, Latijnse spreuken.
zaterdag 9 mei 2009
Kemel
De Morgen, 8 mei 2009:
'De Noord-Australische stad Bowen houdt de adem in voor giftige spinnen die zo groot zijn als een schoteltje. (-) De onwelkome gasten dragen de Latijnse naam Phlogius crassipes omdat zij luide fluitgeluiden maken wanneer zij zich bedreigd voelen.'
(phlogius = brandend; crassipes = met dikke poten)
.
Stoïcijns
Een stoïcijn, volgens Van Dale, is iemand 'die leed en pijn onverstoord en zonder klagen draagt'. Stoïcijns is 'onverstoorbaar, gelijkmoedig, onaangedaan, gelaten'. Het is altijd nuttig in deze tijden van taalverandering en spellingsaanpassingen even bij de laatste Van Dale te checken of nieuwe betekenissen dit monument van het Nederlands zijn binnengedrongen. Zo te zien niet.
Dan heb ik een paar dagen geleden denkelijk een nieuwe betekenisdraad ontdekt. Het NRC Handelsblad (3 mei) had een kop Stoïcijns tegendraads beleggen. 'Stoïcijns tegendraads': gaat perfect, zolang je je emoties bij dat 'tegendraads' niet de bovenhand laat krijgen. En op die manier beleggen, met het hoofd koel en wel beredeneerd tegen de stroom in: past prima in het plaatje. Ik had de bladzijde al weer bijna omgeslagen, want van beurs- en koersgedoe heb ik niet veel verstand. Maar mijn taaltuinkabouter wilde meer. En kreeg meer.
"In de chaos op de beurzen die veel fondsen fataal werd, zag Transtrend stoïcijns de rendementen oplopen (stoïcijns in de klassieke betekenis dus, met Transtrend als een hedgefonds-personage: kan). De truc? Scheid het kuddegedrag en de emoties van de beleggers van de algoritmen die systematisch de trends op de beurzen berekenen. Sluit iedere menselijke factor uit en maak de computer de baas. (-) Het systeem houdt nauwlettend de trends in de gaten en spuugt drie keer per dag signalen uit die worden omgezet in aan- en verkoopopdrachten. Heel gedisciplineerd, zonder emotie."
Wij hoeven dus niet meer voorrang te leren geven aan de rede en werken aan het beheersen van onze emoties, om zo een betere (beurs)mens te worden. Nee, zo'n levensvorm kan dan nog altijd een ongeleid projectiel blijken te zijn. Een risicofactor die nu gelukkig uitgeschakeld kan worden door de Nieuwe Stoïcijn, de computer :-)
woensdag 22 april 2009
Piraterij in de Romeinse oudheid
Van de historicus Bart De Wever heb ik al eens eerder een tekst gesignaleerd, en dat doe ik nu weer, een opnieuw vlot geschreven artikel in De Standaard (21/4/09) over piraterij in de Romeinse oudheid, onder de titel 'Een oud zeer'. I.v.m. dit onderwerp kan ik ook nog verwijzen naar een stukje op mijn website in het hoofdstuk 'Een schurk als gouverneur', over de beruchte Verres, beklaagde in de enige rechtzaak waar Cicero als aanklager optrad:
De kuststreken van Sicilië hadden veel last van piraten. Daarom rustten de gouverneurs ieder jaar een vloot uit om het handelsverkeer te beschermen. Dit werd bekostigd door de kuststeden, die gewoonlijk ook een schip leverden, manschappen en voorraden inbegrepen. Maar voor Verres hoefde zo’n schip niet als hij voldoende steekpenningen van de kuststad kreeg. De bemanning, d.w.z. ieder die ervoor betaalde, mocht van hem afmonsteren. Op een gegeven moment werd de vloot – die onder het opperbevel stond van een Syracusaan, niet een Romein zoals behoorde – aangevallen in de haven van Pachynus. De Syracusaan was een onbekwame bevelhebber en zijn vloot was compleet onderbemand door Verres’ bemoeiingen. Twee schepen werden buitgemaakt, de rest van de vloot brandde uit. De piraten konden veilig ontkomen. Verres echter dwong al de kapiteins van de vloot een document te ondertekenen waarin ze verklaarden dat de oorzaak van deze ramp niet lag bij de uitrusting of bemanning van de schepen, want dat die perfect in orde was geweest. Daarna liet hij hen ter dood brengen.
Aanleiding voor het schrijven van De Wevers stukje zijn de scheepskapingen door Somalische piraten, die de laatste tijd voortdurend in het nieuws zijn. Hij ziet opvallende overeenkomsten tussen hen en die oude spitsbroeders. 'Geruïneerde mannen van alle naties' noemt hij hen, in navolging van Mommsen. En hij suggereert dezelfde 'realpolitieke' en barmhartige oplossing voor het probleem zoals toen Pompeius doorvoerde. Benieuwd wat de VN-conferentie over Somalië ervan zal maken.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:43 0 reacties
Labels: Piraterij in de Romeinse oudheid
donderdag 16 april 2009
Dj Kant en een socratische geur van heiligheid
NRC-Handelsblad: "Filosofie is geen strenge wetenschap meer maar een themafeest voor tv-shows en dagtrips. Met dj Kant dansen op het lijk van de academische wijsbegeerte" (titel van een artikel van Menno Lievers, 11-04-2009). Een wat sombere filosoof Lievers over de verwording van de academische filosofie: sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw zijn er geen filosofische werken meer verschenen die echt iedereen die in het vak werkt gelezen moet hebben. Alles staat op internet, ongecontroleerd veelal, zonder dat de leek kwaliteit kan onderscheiden van 'speculatieve pseudowetenschap'.
En het is een zeer van deze tijd: "De wil om ergens moeite voor te doen, om te worstelen met een filosofische tekst in de hoop erin door te kunnen dringen om zo inzicht te kunnen verwerven, ontbreekt. De media versterken dit. Het moet leuk zijn en vlot. Het mag best een beetje filosofisch, mits de stelling maar door een peiling en een panel beantwoord kan worden."
April, de maand van de filosofie, mag dan al aanleiding zijn tot overpeinzingen waarin internet en media een ondersteunende rol spelen in de teloorgang van de Wijsbegeerte: een blik op een pre-internettekst (ten
bewijze hiervan: de spelling :-) doet vermoeden dat dergelijke pseudowetenschap geen exclusief product is van onze tijd. Mijn leerlingen kregen hem voorgeschoteld als we Plato's Apologie van Sokrates lazen, om er hun analytische vaardigheden eens op los te laten:
Geen twee namen hebben voor onze Westersche beschaving meer te beteekenen gehad dan deze: Jezus en Sokrates. Van geen van beiden bezitten we een letter schrift. Jezus kennen we slechts door de niet geheel overeenstemmende evangelisten, Socrates kunnen we bijna alleen benaderen door twee zijner leerlingen, die elk een anderen Sokrates te aanschouwen geven: den lager staanden, praktischen Xenophoon en den eminent-begrijpenden, maar dichterlijken Platoon. Jezus en Sokrates. Welk een overeenkomst - maar, ook, welk een verschil! Beiden gemeen was de zekerheid, die alleen daar ontkiemen kan, waar
klaarheid het levenspad verlicht en nadervoert tot het eens gestelde doel, rechtuit, met vasten tred. Beiden werden door de meerderheid gedoodvonnist. En beider dood staat vóór ons in het felste licht: een slottafereel, welks werking de eeuwen trotseerde. Het verschil gaat dieper: de een fantastisch, wonderen doende, troostend met al de ingevingen eener dichterlijke fantazie, de ander van poëzie veeleer afkeerig, prozaïsch koel in den strijd tegen alle roerselen des gemoeds welke den geest afleiden van zijn taak, die is bevrijding uit de macht der aandoeningen: ze niet verloochenend, maar ferm in de oogen ziende, ze niet doodend, maar onder alle omstandigheden beheerschend. De een suggereerend een gelooven, de ander een dwingeland in het denken; de een zich richtend tot de verbeelding, de ander tot het nuchter verstand. Jezus predikte naastenliefde, Sokrates dwong tot zelfbezinning. Jezus en Sokrates, dat beteekent het contrast van geloof en wetenschap; een contrast, dat de zwakste van de twee steeds weer tracht te overbruggen of te verdoezelen....
De auteur (ik weet niet meer wie), sprekende in termen van 'den lager staanden Xenophon', is duidelijk nog niet gehinderd door enige politieke correctheid, maar dat kom je in de hele vroegere vakliteratuur tegen. En het moralistische toontje, de geëxalteerde idealisering - je zult het in hedendaagse filosofische teksten waarschijnlijk niet vinden. Maar deze tekst (die ik gevonden heb in een seminarie klassieke filologie - maar niet van UGent!) biedt ook een duidelijk voorbeeld van de 'praat-voor-de-vaak'-argumentatie waarmee Sokrates steeds maar weer in één rijtje met Boeddha en Jezus geplaatst wordt. Nuttig dus als apotropaion :-)
Een contrast (maar daarom nog niet een verademing) met deze sacralisering van het 'filosofiebeest' Socrates biedt dan weer een publikatie die tien jaar geleden door de krant De Morgen aan de scholen aangeprezen werd. Met 'Het verhaal van de filosofie, 2500 jaar westers denken' wilde Jongeren & Media jonge mensen op een ludieke manier kennis van de filosofie bijbrengen. Prijzenswaardig natuurlijk, totdat ik het filosofiepaspoort in handen kreeg, een vragenlijst waarbij je jezelf kunt testen over wat je zoal geleerd hebt. En waarbij ik mij afvroeg wàt hen precies over Sokrates voorgeschoteld was: "Hij was verre van mooi. Alle afbeeldingen van hem tonen een man met een mopsneus en een hondenkop. Hij had veel gevoel voor humor en ironie en had een grote persoonlijke uitstraling" (in het hoofdstuk 'Wie is wie?').
Hondenkop?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:14 0 reacties
maandag 6 april 2009
Kemel

"...is die Donnapresentatrice gewoon een Penelope die gewoon zit te weven en te breien totdat het echte spel kan beginnen, totdat Agamemnon thuiskomt..."
Claude Blondeel in Mezzo, Radio 1, 6 april 2009
woensdag 18 maart 2009
Memoria en synesthesie
Dit wordt een bericht over het synesthetisch aspect van de geheugenkunst, maar eerst wil ik een paar algemene bedenkingen kwijt. In een drietal paragrafen.
De geheugentechniek die ieder schoolkind in mindere of meerdere mate toepast(e) heeft in onze taal de naam van 'ezelsbruggetje' gekregen. Daar horen geheugen en onthouden in de schoolse opvatting blijkbaar thuis: bij de (domme) ezels - de slimmeriken hebben het na één keer horen al mee. Als ik mijn leerlingen vroeg naar de methode waarmee ze hun Latijnse of Griekse woordjes van buiten leerden reageerden ze dus eerst wat beschaamd, maar snel wilden ze wel hun eigen slimme vondsten vertellen, nog even vindingrijk als die van onszelf, vroeger. Het is iets dat een 'sluipend' bestaan leidt, deze trucjes, vooral nu in het huidige onderwijs pedagogen geen woorden genoeg kunnen vinden om dat domme van-buiten-leren te verketteren. Binnenkort hoeven ze zich niet meer druk te maken: ik lees dat onderwijsminister Vandenbroucke experten een schoolhervorming laat onderzoeken en die zouden aanbevelen dat het Latijn in de eerste twee jaar M.O. verdwijnt. (21/3 Volgens DS zouden ze het Latijn dan weer wel willen behouden, maar 'met minder uren'.)
Sinds de zogenaamde democratisering van het onderwijs duikt steeds opnieuw dezelfde pseudotegenstelling op: het is ofwel van buiten leren, ofwel het 'zelf' vinden. Het een zou het ander verdringen. De oude paternalistische stijl zwoer bij het memoriseren: dan gooien wij toch zeker, verlicht als we zijn, het kind met het vuile badwater weg? Deze georganiseerde sluipmoord op onze unieke gave, het geheugen, duurt al een aantal generaties en heeft er nu nog een pseudo-argument bijgekregen: 'als ik iets niet weet, dan zoek ik het toch gewoon even op op internet?'
Alsof je geheugen gebruiken en oefenen het zelfstandig denken in de weg zouden staan. Alsof je tot verhelderende inzichten via redeneren kunt komen zonder te hoeven steunen op een degelijke parate kennis. Alsof kennis in je geheugen stoppen tijdverlies zou zijn ('via de computer gaat het toch sneller?').
U hebt nu onderhand wel door waar mijn positie in deze kwestie is ;-)
Al bijna twintig jaar liggen in een hoekje van mijn geheugen twee teksten samen opgeslagen, één ervan van Cicero. Iets waarvan ik toen dacht: daar moet ik wat mee doen. In 1990 kocht ik namelijk een boekje, een 'klein boekje over een enorm geheugen', dat die associatie met Cicero opriep. Nu heb ik het weer uit de kast gehaald.
De trigger was een artikel afgelopen week in de kranten. Vandaag in DM en en op 14 maart in DS vond ik een bericht over Daniel Tammet, 'een autistische savant'. In het begeleidend artikel 'Hoe doet hij het?' las ik: Daniel Tammet gaat op een intuïtieve manier met getallen om, zoals 'gewone' mensen met hun moedertaal omgaan. Hij hoeft er niet bij na te denken als hij een som oplost. Zijn geheim: hij visualiseert getallen, met een moeilijk woord heet dat synesthesie. (-) "Grote getallen, zoals Pi, breek ik op in combinaties van getallen die ik mooi vind. Ik boetseer ze in mijn geest tot een landschap. Als ik daar in gedachten doorga, kan ik moeiteloos de cijfers opsommen." Tammett is zo'n slimmerik die geen ezelsbruggetje nodig heeft. Hij leert ook talen op die manier, supersnel. De in groen gedrukte woorden brachten mij het volgende in herinnering.
In het kleine boekje* dat ik in 1990 kocht, The Mind of a Mnemonist, beschrijft psycholoog Aleksandr Loeria zijn wetenschappelijke studie van een man die over een gelijkaardige gave beschikte als Tammett. De man, Solomon Shereshevskii, was naar Loeria gestuurd door zijn werkgever, de hoofdredacteur van een krant. Die had de man bijna willen ontslaan, omdat hij geen nota's nam bij interviews, maar toen Shereshevskii als de normaalste zaak van de wereld de volledige conversatie woord voor woord exact uit het hoofd opzei, leek onderzoek hem interessant. Dat was in de jaren '20 van vorige eeuw. Loeria zou de man zo'n 30 jaar volgen.
Loeria schrijft met veel sympathie over zijn onderwerp. S., zoals Loeria hem noemt, heeft de gave zich alles tot in het kleinste detail te herinneren, en die herinneringen komen steeds visueel in zijn geest naar boven. S. blijkt, in tegenstelling tot Tammett, niet een betere vat op zijn leven gekregen te hebben en zijn gave altijd als een probleem ervaren te hebben. Vooral omdat de herinneringen niet wegdeemsterden zoals bij een 'normaal' iemand, maar zich steeds bleven opdringen en soms een chaos in zijn hoofd creëerden. (Loeria [p.67]: Many of us are anxious to find ways to improve our memories; none of us have to deal with the problem of how to forget. In S.'s case, however, precisely the reverse was true. The big question for him, and the most troublesome, was how he could learn to forget.) Op het einde van zijn leven leerde hij het enigszins controleren.
S. stemde erin toe met Loeria allerlei proeven uit te proberen. Eén ervan was om S. een lange lijst van woorden voor te lezen / te laten lezen, die hij in de juiste volgorde van buiten moest leren en kunnen opzeggen:
Each word would elicit a graphic image (-) Most often (-), he would "distribute" them along some roadway or street he visualized in his mind. (-) ...he might also select a street in Moscow. Frequently he would take a mental walk along that street - Gorky Street in Moscow - beginning at Mayakovsky Square, and slowly make his way down, "distributing" his images at houses, gates, and store windows. (p. 32)
Toen ik dit las was ik even verbluft, zo sterk leek dit op de geheugentechniek beschreven in Latijnse teksten van Cicero (De Oratore II, 351 e.v.), de Rhetorica Ad Herennium (III, 28-40), en Quintilianus (Institutio Oratoria, XI, 2), zo'n 2000 jaar eerder. Wat eeuwen lang tot de onderwijstechnieken van de retorica behoord had bleek bij Shereshevskii op natuurlijke wijze te 'gebeuren'. De verdere uitbouw van deze gave werd door hem beschouwd als iets unieks en oorspronkelijks van hemzelf. Terwijl die Romeinse studenten in de welsprekendheid (en veel later in de middeleeuwse abdijen), geen savants, zich diezelfde geheugenkunst met veel geduld en inspanning volgens de voorschriften van hun leraars eigen gemaakt hadden. Het was één van de elementen van de voorbereiding voor een redevoering: inventio, dispositio, elocutio, memoria, pronuntiatio.
De techniek van de μνημοσυνη of memoria (Frances Yates** heeft hierover een degelijk boek gepubliceerd) zou teruggaan op de Griek Simonides (6e eeuw v.C.) en was gebaseerd op loci en imagines, het toekennen van plaatsen en afbeeldingen aan onderdelen van de speech (wat bij Loeria 'technique of eidetic images' heet, maar ik heb bij hem nergens een verwijzing gevonden naar de Romeinen). Cicero schrijft hierover: 'Simonides, of een ander die dit heeft uitgevonden, heeft heel juist begrepen dat wat de beste en scherpste indrukken in onze geest veroorzaakt onze zintuigen zijn; en dat ons allerscherpste zintuig het zicht is.' (Vidit enim hoc prudenter sive Simonides sive alius quis invenit, ea maxime animis effingi nostris, quae essent a sensu tradita atque impressa; acerrimum autem ex omnibus nostris sensibus esse sensum videndi.)
Bij Quintilianus moeten we ons de klassieke redenaar voorstellen als iemand die in zijn verbeelding door zijn geheugengebouw beweegt terwijl hij zijn redevoering houdt, en van de in zijn geheugen geprente plaatsen de beelden wegneemt die hij daar heeft neergezet. De methode garandeert dat de verschillende punten van zijn betoog in de juiste volgorde worden onthouden, omdat de volgorde is vastgelegd in de opeenvolging van plaatsen in het huis.
'Wat ik over dat huis heb gezegd, kan ook met openbare gebouwen, lange wegen, rondwandelingen door steden en schilderijen. Het is zelfs mogelijk dergelijke beelden te verzinnen. Wat men dus nodig heeft is een locatie, die verzonnen of echt is, en beelden of afbeeldingen, die hoe dan ook verzonnen moeten worden(...)'. (XXI. Quod de domo dixi, et in operibus publicis et in itinere longo et urbium ambitu et picturis fieri [spieri] potest. Etiam fingere sibi has +imagines+ licet. Opus est ergo locis quae vel finguntur vel sumuntur, et imaginibus vel simulacris, quae utique fingenda sunt.)
Maar de Rhetorica Ad Herennium geeft een concreet voorbeeld, tamelijk bekend, omdat er voor de huidige lezer rare associaties instaan: 'De aanklager heeft bijvoorbeeld gezegd dat de beklaagde een man gedood heeft met vergif, heeft in zijn aanklacht opgenomen dat het motief voor de misdaad een erfenis was en heeft verklaard dat er veel getuigen en medeplichtigen waren bij deze daad. Als we, om ons verdedigingspleidooi te vergemakkelijken, dit eerste punt willen onthouden, zullen we in onze eerste achtergrond een beeld willen scheppen van heel de zaak. We zullen de persoon over wie de zaak gaat afbeelden als ziek in bed liggend, als we hem kennen. Als we hem niet kennen zullen we toch iemand kiezen voor onze zieke, maar dan iemand van de laagste stand, zodat hij ons onmiddellijk voor de geest kan komen. En we zullen de beklaagde naast het bed plaatsen, met in zijn rechterhand een kom, en in zijn linker schrijftafeltjes, en aan de vierde vinger de testikels van een ram. Zo zullen we in ons geheugen de man kunnen verankeren die vergiftigd werd, de erfenis, en de getuigen. En zo zullen we ook de andere punten van de aanklacht opeenvolgend in achtergronden plaatsen (...).'
Zo gaat de Ad Herennium nog een tijdje door. De vraag is of dit inderdaad bij de studenten het gewenste effect heeft gehad. Volgens Quintilianus wel. En de Ad Herennium heeft nog tot in de Middeleeuwen fervente navolgers gehad. Het blijft natuurlijk intrigerend, dat zo'n aangeboren (en misschien ongewenste) gave van het geheugen bij Tammett en Shereshevskii zo perfect gelijk loopt met de 'kunstmatige' training van de Romeinse retoricastudenten. Misschien zijn hierover al studies geweest. Dan graag een seintje.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
* The Mind of a Mnemonist - A little book about a vast memory, A. R. Luria, Harvard University Press (1987). In het Russisch "Malen'kaia knizhka o bol'shoi pamiati" - Eerste druk 1968
** Frances Yates, The Art of Memory (1966)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:57 0 reacties
Labels: Cicero, memoria en synesthesie
vrijdag 30 januari 2009
Sapphische strofe, imitatio en haiku
afflatus Musae
septendecim syllabae
carmen est: haecu
Uitgangspunt was Horatius, geen haikuschrijver, maar hij zou het met veel plezier geprobeerd hebben, poëtische scherpslijper als hij was. Horatius schreef nl. soms in sapphische strofen, waarin je drie hendecasyllabi hebt, met aan het staartje, als vierde regel, de adoneus. De naam van deze strofen gaat terug op de grote dichteres Sappho, die samen met haar tijdgenoot Alcaeus (rond 600 v.C.) deze dichtkunst beoefend (en uitgevonden) heeft. Kenmerk voor de bouw van de gedichten is o.a. de beperking van het aantal uitgesproken lettergrepen per regel, 11 in getal, zoals de naam zegt: hendeca (11) syllabi. Als u het zelf eens wilt natellen, hier een strofe van Horatius (Carm. I,30): Parcius iunctas quatiunt fenestras(Minder en minder vaak komt het voor
iactibus crebris iuvenes protervi
nec tibi somnos adimunt amatque
ianua limen,
dat uitgelaten jonge kerels
tegen je gesloten luiken keitjes gooien
en je uit je slaap houden.
De deur blijft potdicht.)
Onze leerlingen schrijven niet zo vlot Latijn meer als vroeger (:-), en om hen toch eens de ervaring van zo'n strenge dichtdiscipline te geven is de haikuversvorm ideaal. De methode is betrekkelijk simpel: 3 regels met lettergreepschema 5-7-5 en qua inhoud moet er een natuur- of persoonlijk gevoel in zitten, liefst met een omslag. Dat is één. En twee: imitatio is toegestaan. Het imiteren van een grote voorganger en met hem kunnen wedijveren in originaliteit bij de verwerking van het onderwerp, dat stond bij Grieken en Romeinen in hoog aanzien. Natuurlijk niet letterlijk overschrijven, dat was en is plagiaat. Dus stelde ik de leerlingen voor om eens te gaan grasduinen in hun teksten van Ovidius, Catullus, Horatius, Vergilius etc. en daar een tekst te vinden die zij in een haiku konden gieten. Zelf een Latijnse haiku verzinnen kon natuurlijk ook.
Het waren grote klassen, dus de oogst was rijk. Zo nu en dan moest er wat gesleuteld worden aan de syntaxis. Hier volgen er een paar, ik laat u zelf raden naar de geïmiteerde Latijnse voorganger (ze gaven er ook een vertaling bij).quadripedante
putrem sonitu quatit
ungula campum
(met zijn vier hoeven
beukt het met luide hoefslag
in het rulle zand )
nuda silice / inter densas corylos / gregem reliquit.
Op een naakte rots / tussen de dichtbegroeide hazelaars / liet zij haar kudde achter.
placidus mulcet / Zephyrus natos sine / semine flores.
Rustig streelt / de Westenwind de zonder / zaad geboren bloemen.
recubas mecum / sub fagis et sidera / pernumeramus.

jij ligt op je rug met mij / onder de beuken en / wij tellen sterren.
video nimbum / ille simulat formas / utinam possem
ik zie een wolkje / het neemt alle vormen aan / kon ik dat ook maar.
En deze laatste was een oorspronkelijke, knap van sfeer én van omslag.
Tenslotte toch ook even een Latijnse-haikudichter signaleren: Marcel Smets (+), met o.a. de prachtige bundel Tonight they all dance. Een Vlaams Latijnse-haikugenootschap vindt u hier.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:52 0 reacties
Labels: imitatio en haiku, Sapphische strofe
vrijdag 5 december 2008
Redekunst in blogs, maar vooral daarbuiten
Zolang ik de waarheid niet weet over elk van de dingen waarover ik spreek of schrijf, zolang ik niet in staat ben van elk ding de eigen definitie te geven, zolang ik, na het geven van de definitie, de dingen niet weet in te delen in soorten, en wel zo dat verdere onderverdeling onmogelijk is; zolang ik eveneens betreffende de natuur van de ziel niet datzelfde inzicht heb en zolang ik voor elke 
80% van de bloglezers is op dit moment al lang vanhier weggevlucht.
Wegens overtreding van blogregels:
- het voorwerp van de beschouwing staat achteraan en niet in het begin
- de tekst is negatief geformuleerd
- de zin(nen) bestaan uit meer dan 15 woorden
- het tekstblok is langer dan vijf regels vóór de witspatie
- er staat meer dan één ondergeschikte zin bij de hoofdzin (waar staat die eigenlijk? Hier wordt zeker niet het schema OPA gevolgd - Onderwerp, Persoonsvorm, Al de rest.)
- en waar is de concrete formulering?
Plato citeer je dus beter niet als je je een druk bezochte blog wenst. Of je gebruikt tenminste niet de vertaling van X. De Win (1) (IV [Phaedrus] p.76), waar een volzin gemakkelijk een halve bladzijde kan beslaan, zoals in het Griekse origineel (2). Ideaal gezien, vanuit blogoogpunt, moet het woord- en zinsgebruik op het onderwijsniveau van 12- tot 15-jarigen staan. (3)
En toch gaat bovenstaand citaat ook over goed spreken en schrijven, zowel naar vorm als naar inhoud een weerspiegeling van Plato's opvatting dat deze vaardigheid maar verworven wordt door moeizame inspanning, vooral dan op intellectueel gebied. Je moet de waarheid weten voordat je je mond opendoet. Bijzonder streng was Socrates/Plato in dit verband voor Gorgias, de grote redenaar, die hij voor de voeten wierp dat zijn redekunst een lege doos was, een vaardigheid zonder eigen inhoud en slechts een instrument van vleierij. Woordenkramerij op zoek naar effect, zoals ook de redenaar Tisias, die verklaarde dat de ware overredingskunst op waarschijnlijkheid berustte, en dat je met waarheid geen succes kon scoren (het gaat hier wel over rechtszaken).
[Zijn 'klassieke' voorbeeld: Een kleine dappere man geeft een grote laffe man een pak slaag. De grote sleept hem voor het gerecht, maar de kleine argumenteert: "Is het waarschijnlijk dat ik, klein als ik ben, zo'n kolossale kerel afgerost zou hebben?" en wint het pleit, want iedereen vindt dit onaannemelijk.]
Verrassend is wel dat Plato in de latere dialoog Phaedrus heel wat milder lijkt te staan ten opzichte van de redekunst. Vóór het volgend fragment (p.78) stuurt Socrates Phaedrus naar huis met een boodschap voor diens vriend Lysias. Waarop Phaedrus:
PHAEDR. Maar jij? Wat ga jij doen? Want jouw boezemvriend mogen we ook niet vergeten. SOCR. Wie is dat? PHAEDR. De mooie Isocrates! Wat zul je hem als boodschap brengen, Socrates? En welke naam zullen we hem geven? SOCR. Isocrates is nog jong, Phaedrus. Toch wil ik je wel vertellen welke toekomst ik voor hem voorspel. PHAEDR. En welke is dat? SOCR. Het wil mij voorkomen dat hij, wat zijn natuurlijke begaafdheden betreft, te goed is om hem naar de maatstaf van Lysias' literaire verdiensten te meten; daarbij lijkt hij me edeler van karakter. Het zou me dan ook volstrekt niet verwonderen, als hij met de jaren zo ging uitblinken in juist dat literaire genre waar hij zich nu op toelegt, dat al de anderen die zich ooit met literatuur hebben beziggehouden naast hem kinderen zullen lijken. En evenmin, als deze zaken hem later niet meer zouden bevredigen en als een meer goddelijke aandrang hem tot hogere dingen zou brengen. Want, mijn vriend, er schuilt van nature een zekere begeerte naar wijsheid in de geest van die man. Wel, dat is dan de boodschap die ik uit naam van de goden van deze plaats overbreng aan mijn geliefde Isocrates; en breng jij je boodschap naar Lysias, jouw geliefde.
De redenaar Isocrates wordt nu (inderdaad) beschouwd als de grootmeester in het genre. Hij is sober, beheerst en coherent in zijn teksten, en weet een gedachte op een oneindig genuanceerde manier onder woorden te brengen. Hij is de schepper van de mooie volzin, de 'periode'.(4) Een voorbeeld heb ik op het net gezet, het is een tekst die ik wel eens in de klas las (fragment van een lofrede op de Atheners die, als enigen, de Perzen het hoofd geboden hadden) - eigenlijk niet te doen, dacht ik - en die, tot mijn verbazing, op de waardering van de leerlingen kon rekenen, zoals dat ook bleek te zijn met dit soort periodes van Cicero. Ze zagen ze als een uitdaging voor hun taalkennis, voelden zich aangesproken op hun intelligentie en hun vindingrijkheid bij het vertalen, hadden kortom helemaal niet de reactie die veel huidige taaldidactici hebben bij dat oude Latijn en Grieks, dat 'onverstaanbaar geworden is door zijn geconstrueerdheid'. Hún aanbevelingen wijzen zoals gekend naar taalgebruik dat geschikt is voor 'communicatie': niet te lang, weinig onderschikking, enfin, genre blog. 'Schrijftaal' mag blijkbaar niet meer.
Plato en Isocrates vallen heus wel te vertalen volgens blognormen. Maar dan mis je de meerwaarde van die prachtige volzinnen. En je laat diezelfde rijkdom, waarvoor het Nederlands even goed uitgerust is, maar dan op zijn eigen manier, onherroepelijk verloren gaan.
------------
1 Plato, Verzameld werk, Xaveer De Win, herziene uitgave 1999, Pelckmans Agora
2 Een gedeeltelijke vertaling van de Phaedrus vindt u ook hier.
3 Op deze engelstalige site kun je het moeilijkheidsniveau van een blog meten :-)
4 Ook op Isocrates’ evenwichtige en gepolijste taal is er kritiek gekomen, cfr. de beroemde uitspraak van Norden : "Marmorglatt aber marmorkalt".
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 21:36 0 reacties
Labels: Redekunst in blogs en daarbuiten
zondag 16 november 2008
Ancient Rome 3-D van Google Earth
Een bericht in InformationWeek van 12 november: vanaf nu kun je in Google Earth een virtuele 3-D-uitstap maken in het antieke Rome, gebaseerd op het Rome Reborn-model van het Institute for Advanced Technology in the Humanities.
Doe Google Earth open (na het geïnstalleerd te hebben), ga naar Layers, Gallery en kies Ancient Rome 3D. Met de muis op Rome gaan staan en uitvergroten (ofwel met het wieltje op de muis, of links dubbelklikken, en om te 'stoppen' één klik, enz. - het duurde even voor ik de handigheid te pakken had), totdat je een zodanige uitvergroting hebt dat er gele gebouwtjes op het scherm verschijnen. Die brengen je met een klik naar een tekst van Rome Reborn (met links naar meer documentatie). Geleidelijk verschijnen de 3-D-figuurtjes. De tijd van de dag kun je instellen (veranderlijke schaduwen en licht/donker effecten). Het is wat uitproberen.
En dat alles geprojecteerd boven het 'echte' Rome. Gratis en voor niks op je eigen bureau (afgezien waarschijnlijk van een paar cookies links en rechts). Voorlopig alleen in het Engels.
Enkele video-animaties van Rome Reborn geven nog een 'echter' beeld: Roman Forum, Basilica of Maxentius, Colosseum, City overview, en een indruk van het vernieuwde model Rome Reborn 2.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:01 3 reacties
Labels: Ancient Rome van Google Earth
zaterdag 8 november 2008
Als runderen en paarden handen hadden...
De mentale parallax van mensen- en dierenwereld op de ludieke en humoristische website van Denis Rionnet met zijn Société protectrice des Humains uit mijn vorig bericht bracht me weer terug bij een tekst die ik las bij het onderdeel Griekse filosofie.
Het zijn hexameters van de presocratische filosoof Xenophanes van Colophon (6e/5e eeuw v.C.):
Stel dat runderen, paarden en leeuwen handen hadden en met die handen ook konden schilderen en net als de mensen werken konden voltooien, dan zouden de paarden paardachtige en de runderen op runderen gelijkende goddelijke gestalten schilderen of lichamen vervaardigen, in zo'n gestalte als ze ieder ook zelf hadden.Een heerlijk ironische tekst, die de opvatting van veel presocratici verwoordt dat het antropomorfe-godengedoe van hun Griekse medeburgers niet van een grote intelligentie getuigde, want goden zijn niet zoals mensen. Terwijl je niets anders dan dat voorgeschoteld kreeg in de Griekse beeldende kunst en literatuur van die tijd en de daarop volgende eeuwen. Echte dwarsliggers, die presocratici. (Peter De Graeve (UA) in zijn cursus 'Kunstfilosofie' vertelt daar heel pertinente zaken over.)
Xenophanes, in zijn poëzie, doet trouwens ook wel aan deze beeldvorming mee, als hij ons het volgende tafereel voorschotelt,
schrijvende over de filosoof die de zielsverhuizing in zijn leer had - waarbij zielen duizenden jaren rondzwerven van lichaam naar lichaam, totdat zij, even, de lichaamloze zuiverheid verwerven - Pythagoras: Ooit passeerde hij eens, toen men een hond aan het slaan was, zo vertellen ze, en hij kreeg medelijden en deed de volgende uitspraak: "Hou op, sla hem niet, want, voorwaar, het is de ziel van een vriend, die ik herkend heb nu ik hem hoor roepen".Niet het voorstellen van een god als een mens, maar een gedaanteverwisseling is het wel. Natuurlijk, het gaat over een ziel, we mogen die niet identificeren met een mens. Maar een vriend is toch een mens? Misschien had Xenophanes Pythagoras 'niet helemaal begrepen', maar het lijkt er eerder op dat hij een beetje lacht met dit verhaaltje.
Je zou kunnen zeggen dat filosofie en religie elkaar ook raken in de mythe, waar men het onbegrijpelijke tracht te begrijpen door zich te verbeelden hoe het zou kunnen zijn. Dieren, ook levende wezens zoals wij, met ons verwant dus, spelen logischerwijze hun rol. Bij Aristophanes, een vroege voorloper van Denis Rionnet (:-), zelfs dé hoofdrol. Megalomaan en belerend in ware mensenstijl, met allerlei vogelallusies, 0.a. naar het 'orfische ei', vertelt het ras der Vogels zijn scheppingsverhaal (als paralleltekst las ik het scheppingsverhaal van de Bijbel erbij, zoiets kun je niet laten liggen):

Eerst was er Chaos en Nacht en zwarte Erebos en wijde Tartaros; er was nog geen aarde of lucht of hemel; in de onmetelijke schoot van Erebos verwekte de zwartvleugelige nacht het eerste onbevruchte ei, waaruit na verloop van tijd de zeer geliefde Eros ontsproot, de rug glanzend door twee gouden vleugels, gelijkend op snelle wervelwinden. Deze, in gemeenschap met de gevleugelde Chaos, broedde bij nacht diep in de wijde Tartaros onze soort uit en bracht ons het eerst naar boven naar het licht. Eerder bestond het geslacht van de onsterfelijken niet, voordat Eros alles verenigd had. Maar toen het één met het ander verenigd werd ontstonden de hemel en de oceaan en de aarde en het onvergankelijk geslacht van alle gelukzalige goden. Zo zijn wij verreweg de oudsten van alle gelukzaligen, ja wij. (Aristophanes, De Vogels, 693-703)Als er dan nog tijd over was lazen we het scheppingsverhaal van de Haida-indianen uit West-Canada. Het maakt de cirkel van dit bericht min of meer rond: de Raaf die licht brengt in de oer-duisternis en zich ontfermt over de weerloze mensjes die hij in een grote schelp aantreft.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 20:18 0 reacties
zondag 26 oktober 2008
Timeo Danaos et dona ferentes...

En de juiste toedracht van de marathonloop is blijkbaar ook in een parallax te ontdekken :-)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 15:53 3 reacties
Labels: Timeo Danaos et dona ferentes...
zaterdag 18 oktober 2008
American Latin trends
Volgens één maatschappijanalyse (van de vele) gaan tijdens een hoogconjunctuur de vrouwenrokken naar omhoog , tijdens een laagconjunctuur naar omlaag. Zo klom in de woelige sixties de rok tot aan het zitvlak, in de oliecrisis-seventies droeg men de maxirok, tot aan de enkels. Te nemen voor wat het waard is.
Maar kijk, wat lees ik in de New York Times?
The study of Latin and Greek, with illuminations on morality, philosophy, mob rule and chariot races, reached a nadir in the greedy ‘80s and ‘90s, when it seemed irrelevant for kids who yearned to be investment bankers and high-tech millionaires. But now we’ve learned the hard way that greed is bad — avaritia mala est — and the classics have staged a comeback. Amo Latinam, so I was happy to see last week’s Times story about the soaring enrollment for Latin classes in New York.
Latijn als een graadmeter voor conjunctuur, dat is de conclusie van Maureen Dowd in dit artikel van 11 oktober (hat tip Michel Berger). Het is de moeite om er eens naar te gaan kijken, want Dowd laat het niet bij haar beschouwingen over de huidige financiële crisis, de race McCain/Obama en de terugkeer naar het stoïcisme. Zij breit er nog een hilarisch 'Latijns' stuk aan vast, waarvoor, behalve kennis van Latijn, ook enige vertrouwdheid met Shakespeare en Amerikaanse uitdrukkingen de lezer van pas komen. (Een schitterende satirische vondst vind ik de barracuda borealis, alias Sarah Palin :-)
Het NYT-artikel waar Dowd naar verwijst is van 6 oktober, getiteld 'A Dead Language That’s Very Much Alive'. De New York Times besteedde al in 1990 aandacht aan een dergelijke - grote - opleving van het onderwijs in het Latijn*, toen men zelfs in de basisschool Latijn onderwees en er een tekort aan leraren was (wat dat betreft slaat Dowd, meegesleept in haar retorische ijver voor de goede zaak, dus de plank mis).
--------------
* (Zie ivm. de inspanningen om het Latijn in de USA voor het onderwijs te behouden ook mijn artikel uit 1997, over de Standards for Classical Language Learning).
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:05 0 reacties
Labels: American Latin trends
zaterdag 4 oktober 2008
Het vrije Germania
Iedere week beantwoordt een redacteur in de wetenschapsbijlage van De Standaard een vraag van een lezer. Deze week ging het over de Romeinse heirbanen (2/10). Hoe die Romeinen ze zo kaarsrecht konden krijgen. Tijdens het informatieve gekeuvel viel me een zinnetje op dat me in mijn kleine Pauly* deed duiken. Wat schreef redactrice Kim De Rijck namelijk:
"Zo liep er een Romeinse weg van Boulogne, destijds een belangrijke havenstad, over Bavay en Tongeren naar Keulen, dicht bij het front met het vrije Germania."Front? Waar de vrije Germanen in stellingen lagen tegenover de oprukkende Romeinen? Het doet wat modern en statisch aan en lijkt helemaal niet op het ratten-en-ravenspelletje tussen Romeinen en Germanen. Het vrije Germania heeft dan weer de klank van een ongerept volk dat zijn vrijheid moet verdedigen tegen een brute wereldmacht. Misschien niet zo bedoeld, maar het deed nadenken. De vraag is: als die 'vrije' Germanen het 'oorspronkelijke' grondgebied van de Romeinen, Italië, proberen te veroveren, spreken we dan over het 'front met de vrije Romeinen'? Het is die Germanen uiteindelijk ook gelukt, maar dan heetten ze alweer Goten.
Marcus Aurelius o.a. heeft jarenlang tegen binnenvallende Germanen moeten vechten (die openingsscène in de film Gladiator geeft er een magistrale impressie van). Het oorlogs- en veroveringsspelletje werd in Europa en daarbuiten door iedereen gespeeld. De Romeinen zijn er een paar eeuwen behoorlijk goed in geweest.De Pauly, monument van deutsche Gründlichkeit, had uiteraard aardig wat referenties i.v.m. de limes en Germania.
Der Name ist den Römern durch die Gallier bekanntgeworden, die damit ihre ö. Nachbarn bezeichneten, wobei der Name eines Einzelstammes**(der G. cisrhenani) auf das Gesamtvolk übertragen wurde (Tac.Germ.2). (-) Die G. selbst haben diesen gemeinsamen, sie zu einer Nation zusammenschliessenden Namen niemals gebraucht, und wie sie sich zwar als verwandt, jedoch nicht als Einheit empfunden haben, so ist auch ihre Gesch. nicht die des Gesamtvolkes, sondern ihrer einzelnen Völkerschaften.En (even) tot mijn verrassing vond ik ook dit:
...die Gebiete zwischen der Reichsgrenze und dem Freien Germanien, das Limesvorland, lagen im Einflussbereich röm. Grenzpolitik, (-). Das Land bis zur Elbe blieb durch die Niederlage des Varus davor bewahrt, in die pax Romana einbezogen zu werden, die dort ansässigen Stämme konnten als freie Germanen sich weiter untereinander befehden.Gesamtvolk, Völkerschaften (later weer Stämme genoemd): hoe Duitser kun je het formuleren :-) ? Maar DS-redactrice Kim De Rijck heeft hier wel een autoriteit achter zich met een Vrij Germanië. Autoriteit wat betreft de feiten, zeker, maar in het voorafgaand artikel, Germani, suggereert hij dat dit een onjuiste benaming is, omdat zoiets als een vrij Germanië op dat moment gewoon niet bestond in de gedachten van de Germanen: het is m.i., om bij het Duits te blijven, een moderne Hineininterpretierung. Ik kan zeker de ironie in zijn laatst geciteerde zin waarderen, waar hij het heeft over de Germaanse volksstammen die in alle vrijheid hun vetes met elkaar kunnen blijven uitvechten, omdat ze gespaard gebleven zijn van de pax Romana (waarover Tacitus de Britse leider Calgacus laat zeggen: "ubi solitudinem faciunt, pacem appellant", m.a.w. 'waar zij [= de Romeinen] een woestenij maken noemen ze dat vrede'.)
---------------------------
* Der Kleine Pauly - Lexikon der Antike in fünf Bänden - een zeer gecondenseerde pocketuitgave van de machtige Realenzyklopädie der klassischen Altertumswissenschaft
** Ook de Grieken, die zichzelf Hellenen noemen, zijn op die manier aan hun naam gekomen: de eerste volksstam die de Romeinen aan de kust van de Peloponnesus tegen kwamen heette (in het Latijn) Graeci.
---------------------------
- De Romeinen hebben de naam via de Galliërs leren kennen, die hun oosterburen zo noemden, waardoor de naam van één enkele stam (die van de Germani cisrhenani) op het hele volk van toepassing werd. (-) De Germanen zelf hebben deze gemeenschappelijke, hen tot één natie groeperende naam nooit gebruikt en terwijl zij zich weliswaar verwant, maar niet één gevoeld hebben, zo is ook hun geschiedenis er niet een van één-volk-één-natie, maar van haar afzonderlijke volksstammen.
- ...de gebieden tussen de rijksgrens en het Vrije Germanië, het land gelegen vóór de limes, lagen binnen het invloedsbereik van de Romeinse grenspolitiek. (-) Het gebied tot aan de Elbe bleef door de nederlaag van Varus ervan gevrijwaard om deelachtig te worden aan de pax Romana, de daar gevestigde stammen konden zich als vrije Germanen blijven bezig houden met onderlinge vetes.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:24 3 reacties
Labels: Het vrije Germania
zaterdag 27 september 2008
The Classics corridor
Het is algemeen bekend dat de serie jeugdboeken rond Harry Potter al even gretig gelezen wordt door 'volwassenen'. Ik ben daar één van. Geestig, fantasierijk, intelligent geschreven, vol interessante ideeën, echte avonturenverhalen met raak getypeerde personages met namen die al even raak gekozen zijn (ik heb het niet over de zouteloze 'verhollandste' namen in de Nederlandse uitgave) en, om de laudatio af te ronden, met een arsenaal Latijnse toverspreuken.
Dat was even een verrassing in dat eerste boek, die potjeslatijnse toverspreuken, die inderdaad de uitwerking hadden die de namen suggereerden. Het bleek al snel dat de schrijfster, J.K. Rowling, klassieken gestudeerd had. Het verhaal van haar daarop volgende carrière is bekend. Niet als classicus, maar als schrijfster is zij schatrijk geworden, wat mij betreft verdiend. Al was het alleen maar voor het - op een onverwachte, maar aantrekkelijke manier - levendig houden van onze culturele roots.
Met een terugkeer naar de universiteit heeft zij misschien nu ook academische erkenning gekregen, want het was niet de minste universiteit: Harvard. Daar heeft zij in juni de jaarlijkse commencement-speech gehouden. Waarin ze o.a. kort, maar voor iedereen die van de klassieken houdt hartverwarmend, haar relatie tot the Classics bespreekt.
Na haar middelbare school wilden haar ouders dat zij iets anders zou gaan studeren dan zij zelf wilde, en:
(*) A compromise was reached that in retrospect satisfied nobody, and I went up to study Modern Languages. Hardly had my parents’ car rounded the corner at the end of the road than I ditched German and scuttled off down the Classics corridor.
I cannot remember telling my parents that I was studying Classics; they might well have found out for the first time on graduation day. Of all subjects on this planet, I think they would have been hard put to name one less useful than Greek mythology when it came to securing the keys to an executive bathroom.
(-)
One of the many things I learned at the end of that Classics corridor down which I ventured at the age of 18, in search of something I could not then define, was this, written by the Greek author Plutarch: What we achieve inwardly will change outer reality.
That is an astonishing statement and yet proven a thousand times every day of our lives. It expresses, in part, our inescapable connection with the outside world, the fact that we touch other people’s lives simply by existing.
En de wijze les die ze de afstuderende studenten meegeeft komt uit dat bodemloze vat vol kant-en-klare citaten, Seneca:
And tomorrow, I hope that even if you remember not a single word of mine, you remember those of Seneca, another of those old Romans I met when I fled down the Classics corridor, in retreat from career ladders, in search of ancient wisdom:
As is a tale, so is life: not how long it is, but how good it is, is what matters.
Kun je je een betere ambassadeur kiezen voor de promotie van de studie van de klassieken?
----------------------------
*
- Het compromis dat we sloten bevredigde achteraf bekeken niemand en ik ging me inschrijven voor een studie Moderne Talen. Nauwelijks was de auto van mijn ouders de hoek omgereden of ik liet het Duits vallen en schoot de gang van de Klassieken in. Ik kan me niet herinneren dat ik mijn ouders verteld heb dat ik Klassieken studeerde; het zou best kunnen dat ze dat pas voor het eerst hoorden op de proclamatie van het laatste jaar. En ik denk dat zij het heel moeilijk gehad zouden hebben om onder alle keuzevakken op deze planeet er één op te noemen dat nuttelozer is dan Griekse Mythologie als het erop aan komt de toegang tot de toiletruimte van een topmanager te verwerven.
- Een van de vele dingen die ik leerde op het einde van die Klassiekengang waarin ik mij waagde op mijn achttiende, op zoek naar iets dat ik toen nog niet kon benoemen, was deze uitspraak van de Griekse schrijver Plutarchus: wat wij innerlijk bereiken zal de werkelijkheid buiten ons veranderen.
Dat is een verbazingwekkende uitspraak en komt toch iedere dag van ons leven duizend keer uit. Hij omschrijft, gedeeltelijk, onze onontkoombare connectie met de wereld buiten ons, het feit dat wij het leven van andere mensen beroeren, eenvoudigweg door te bestaan.
- En ik hoop dat jullie morgen, ook al herinneren jullie je geen enkel woord meer dat ik gezegd heb, je nog de woorden van Seneca herinneren, nog zo'n oude Romein die ik tegenkwam toen ik de Klassiekengang invluchtte, weg van een carrièreloopbaan, op zoek naar antieke wijsheid:
het leven is als een verhaaltje - van belang is niet hoe lang het is, maar hoe goed het is.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:45 0 reacties
Labels: The Classics corridor
maandag 1 september 2008
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 7

Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:42 0 reacties
Labels: Nieuw op de CyCadewebsite
donderdag 28 augustus 2008
Bill Clinton en de Aristotelische theorie van de retorica
Naast de schitterende website van prof. Marc Huys, Greek Grammar on the Web, staat al enkele jaren zijn artikel over de speech van Bill Clinton in de Lewinsky-affaire op het net. Ik heb er nu pas een link naar gelegd op mijn website (onder 'Taal en tekst'), maar had het al veel eerder moeten
doen, want dit artikel heeft mij een aantal creatieve lessen opgeleverd in mijn zesde jaar Grieks.
Het artikel analyseert de speech met criteria uit de Rhetorica van Aristoteles, zonder daarom te willen suggereren dat Clinton en zijn spindoctors deze als leidraad gebruikt zouden hebben. Huys: Aristoteles wilde "een kritisch instrument aanreiken om alle mogelijke overtuigende boodschappen door te
lichten. En bovenstaande analyse illustreert levendig de blijvende en universele toepasselijkheid van dit instrument." En: "We zullen niet zo ver gaan te beweren dat de geanalyseerde toepraak van de Amerikaanse president een historisch staaltje van briljante retoriek was. Maar de speech was wel voldoende overtuigend om, op een absoluut dieptepunt van Clintons carrière, het noodzakelijke vertrouwen van de meerderheid van de Amerikanen te behouden." Huys is erin geslaagd de Aristotelische mechanismen in deze speech op een overtuigende manier bloot te leggen.
Het artikel van Huys is eigenlijk te 'moeilijk' voor een zesde jaar Grieks. Toch is een leerling van mij erin geslaagd (het was een soort uitdaging) als eindwerk dit te verwerken in een paar lessen: hij zette, na een korte uitleg over de Lewinsky-affaire, zijn medeleerlingen aan het werk met de speech van Clinton. Zij moesten zo concreet mogelijk formuleren wat zij de overtuigende en zwakke kanten van de speech vonden. Na hen er zo actief bij betrokken te hebben zette hij summier de Aristotelische elementen uit de speech op een rijtje, daarbij telkens inspelend op de opmerkingen van de klas. Het was een creatief en enthousiast leermoment. Hij is toch niet aan een leraarscarrière begonnen.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:52 0 reacties
Labels: Bill Clinton en de Aristotelische theorie van de retorica
donderdag 21 augustus 2008
Olympische beloning
Het blijft ongelooflijk dat iedere vier jaar (periodos) met een sportwedstrijd de aandacht gevestigd wordt op een van de stamlanden van onze Westerse cultuur. De hele wereld kent de oude Grieken. Nu, dank zij internet, kun je ook aardig precieze gegevens over de oude Olympische Spelen met een klik op je scherm halen, in drie talen: Nederlands, Engels en Chinees (en een beperkt aantal bladzijden in het Arabisch).
De moderne Spelen zelf op een televisiescherm bekijken doe ik niet graag, je staat er te dicht met je neus op. De camera toont lichaamsdelen in close-up, de been- of armspieren van een atleet, of zoals bij een pianist, de groteske vertrekkingen van de gezichtsspieren: het geeft je een voyeuristisch gevoel.
Voor de sporters is het natuurlijk een unieke kans om zich te meten met anderen.
De belevenis en de herinnering aan het gebeuren maakt het voor henzelf de moeite waard. Eén keer heb ik die sfeer meegemaakt op een landelijke jongerencompetitie, waar ik voor mijn school mocht gaan speerwerpen. De voldoening die speer met een mooi zwiepend staartje de lucht in te krijgen en hem dan in een goede hoek in de grond te zien boren duurde eventjes, waarna het wachten was op de uitslag en daarna zwierf je nog wat rond op het terrein tot de bus je naar huis bracht.
Een triviale vergelijking? Ik denk het niet. Toch niet wat de atleten betreft. Er is uiteraard verschil: héél véél geld gaat er om en dat gaat niet over sport. Plus het opgeklopte en gemediatiseerde chauvinisme, waardoor gevoelens van triomf en teleurstelling bij de atleten ook olympische proporties aannemen.
Maar mutatis mutandis was dat in die oude tijd ook zo. Winnaars kregen prijzen, en van hun stad bijv. levenslange voordelen. Uitgerekend Afganistan riep gisteren nog een reminiscentie op aan die aloude gunsten van de vaderstad: landgenoot Rohullah Nikpai won brons bij het taekwondo, waarna hij telefoon kreeg van president Hamid Karzai met felicitaties en de belofte van de regering om hem een huis te schenken. Een telefoonmaatschappij zal bovendien een mooie som geld overschrijven op zijn rekening.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:25 0 reacties
Labels: Olympische beloning
vrijdag 11 juli 2008
Lupa capitolina
Gisteren had de BBC het bericht, vandaag De Standaard. De Wolvin met Romulus en Remus, tentoongesteld in de Capitolijnse musea en beschouwd als symbool van Rome, is helemaal niet van Etruskische makelij, en zelfs niet antiek.
Toch waren de Romeinen er vast van overtuigd geweest dat hun wolvin dezelfde was als die van Cicero (De Divinatione, 1.20): Hic silvestris erat Romani nominis altrix, Martia, quae parvos Mavortis semine natos uberibus gravidis vitali rore rigabat; quae tum cum pueris flammato fulminis ictu concidit atque avolsa pedum vestigia liquit (m.a.w. ze is door een blikseminslag van haar voetstuk gevallen en bij het losscheuren liet ze sporen achter van haar voeten). Bij Richardson valt hierover te lezen: ...though the Capitoline Wolf seems more likely to be the wolf mentioned by Cicero (Cicero Cat. 3.19, Cicero Div. 1.20, Cicero Div. 2.47) as having been in Capitolio and struck by lightning in 65 B.C., because there are traces of such damage. Eén van de achterpoten van de Capitolijnse wolvin is inderdaad beschadigd.
In een artikel, al van 17 november 2006 (kort daarna vermeld in Discovery Channel), verklaart Adriano La Regina, hoogleraar in de etruscologie, : "Ora ci viene dimostrato, con argomenti inoppugnabili, che neanche la Lupa è antica. Per caratteristiche tecniche essa si inserisce infatti coerentemente nella classe della grande scultura bronzea d'epoca medievale, mentre per qualità formali può essere attribuita ad un periodo compreso tra l'età carolingia e quella propria dell'arte romanica." Het beeld zou dus te situeren zijn tussen de karolingische en de romaanse kunst. Van de twee peuters werd al langer aangenomen dat zij een latere toevoeging waren, gezien het grote stijlverschil met de wolvin. La Regina: "È invece noto da tempo che i gemelli sono stati aggiunti nel 1471 o poco dopo quando il bronzo, donato da Sisto IV alla città di Roma, fu trasferito dal Laterano sul Campidoglio." Dus in 1471 of een beetje later.
Restauratrice Anna Maria Carruba had er al op gewezen dat de Wolvin in één stuk gegoten was volgens de cire-perduemethode, een techniek gebruikt sinds begin 13e eeuw (en ze wijt de beschadigde poot aan een foutje bij het gieten). De antieken maakten bronzen beelden met aaneengelaste stukken. Een voorpagina-artikel (9 juli jl.) van La Regina in La Repubblica bevestigt nog eens de datering, nu met wetenschappelijke experimenten: "una serie di analisi (radiocarbonio, termoluminescenza)" en "le ultime (nl. analyses), ripetute una ventina di volte l' anno scorso, offrono un' indicazione molto puntuale nell' ambito del XIII secolo" ('de laatste, een twintigtal keer herhaald in het afgelopen jaar, leveren een veel preciezere aanwijzing voor een datering binnen de 13e eeuw').
Niet om moeilijk te doen, maar omdat de berichtgeving in De Standaard aardig wat afwijkt van die van de BBC - berichten die ik het eerst had gelezen - heb ik teruggegrepen naar de oorspronkelijke Italiaanse artikels. De BBC levert een perfecte samenvatting van het artikel van La Regina. Redactrice Inge Schelstraete van De Standaard helaas...
- "Het was eigenlijk te verwachten, toen vorig jaar bekend gemaakt werd dat de bekende beeldjes van Romulus en Remus onder de Capitolijnse wolvin dateerden uit de veertiende eeuw."
- "Onder meer koolstofdatering geeft Carruba gelijk: het beeld dateert uit de veertiende eeuw."
- "Een beetje kunsthistoricus had moeten zien dat het onmogelijk Etruskisch kon zijn."
- "Maar het nieuws dat de Capitolijnse wolvin 1.800 jaar jonger is dan gedacht, ..."
- Subkop: "De Capitolijnse wolvin is een welp: in plaats van 2.500 jaar, is ze 'amper' 700 jaar oud."
Het klinkt niet vriendelijk, maar als lezer van een vaste krant verwacht ik correcte berichtgeving: een beetje krantenjournalist had zijn jaartallen juist kunnen citeren.
(En haar internetlink die verwijst naar de Musei Capitolini is voor een 'check en double-check' controle compleet nutteloos.)
.
zondag 6 juli 2008
Kemel
'Het communautaire overleg verloopt stilaan volgens de principes van de grot van Plato, waar binnenin andere dingen gebeuren dan de schaduwen aan de buitenkant van de grot doen vermoeden.'
Yves De Smet, politiek hoofdredacteur De Morgen, 5 juli, p.2
woensdag 2 juli 2008
...en duizendjarig dolen
Het is de laatste regel van Vera Janacopoulos van Jan Engelman én de titel van een opstellenbundel, waarin ik voor het eerst kennismaakte met de Nederlandse schrijver Frédéric L. Bastet, zo'n 25 jaar geleden. Het staat vol leuke en tegelijk degelijk gedocumenteerde anekdotes over relieken van de antieke oudheid (ruim opgevat) en wat mensen er zoal rond uitgespookt hebben.
'Maar zijn ware gepassioneerdheid openbaarde zich als hij de menselijke werkelijkheid achter het object van zijn kennis mocht onthullen. Dan werd hij de zwierige verteller, met een hang naar de schalkse anekdote' (De Volkskrant).
Naast Duizendjarig dolen heeft hij nog vier andere 'Wandelingen door de antieke wereld' gepubliceerd, heerlijke lectuur. Ik herinner me een verhaal over de Venus van Milo, over haar vondst en haar omzwervingen tot ze in het Louvre belandde (*). Sinds heel kort weet ik dat dit eigenlijk een klein deel is van zijn literaire productie, en dat klassiek archeoloog Bastet zelfs de P.C. Hooftprijs gekregen heeft voor o.a. zijn Couperusbiografie.
Ook de titel van de volgende 'wandeling', Het maansteenrif, komt uit een gedicht, ditmaal van Hendrik Marsman, 'De zee'. De titels - en de gedichten - zeggen veel over Bastets opvatting van de antieke wereld: het is een bron van vitalisme en inspiratie, een paradijselijke droom.
Bastet is 30 juni jl. begonnen aan (of verder gegaan met) zijn eigen dooltocht van duizenden jaren - metempsychotisch gesproken. Requiescat.
Kees Fens, een ander monument van de Nederlandse letterkunde - van wie ik de columns in mijn adolescentenjaren verslond - en helaas ook sinds kort heengegaan, apprecieerde Duizendjarig dolen als volgt: 'De causeur laat de wetenschap nooit los, hij verlaat alleen zijn studeerkamer voor een rondleiding, die populair genoemd kan worden zonder oppervlakkig of niet feitelijk te zijn.' En over Bastet: '...de bij ons wat zeldzame bedrijver van de superieure historische gossip, die door een lichtheid van toon een kwaliteit erbij krijgt'.
(*)Even opgezocht: 'Venus bespied' - in Het maansteenrif
[Ouder dan de 'Wandelingen', maar in dezelfde trant opgevat en ook heel leesbaar, is Uit de Leerschool van de Spade door H.M.R. Leopold (1877-1950).]
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 10:49 0 reacties
Labels: ...en duizendjarig dolen
donderdag 12 juni 2008
Erosie
De zware stortregens van de afgelopen maand trokken de aandacht van de media weer op een oud zeer in het zuiden van Vlaanderen: erosie van de landbouwgrond. Als de boeren wat oordeelkundiger zouden omspringen met hun veld door bufferstroken aan te leggen bijvoorbeeld, door groenbedekking, erosiepoelen of dammetjes, zouden ze kunnen vermijden dat hun akkers en hun oogst na een onweersbui wegspoelen. (Citaat)
Het deed me (tja, een hardnekkig geval van beroepsmisvorming) denken aan een vaak geciteerde uitspraak van Plato, over de ontbossing van Griekenland, lang vóór zijn tijd. De mensen zouden onbezonnen alles kaalgekapt hebben, met het wegstromen van de vruchtbare grond als resultaat. Ik wilde nu eindelijk wel eens weten waar die uitspraak precies te vinden was.
Bij mijn search kwam ik onverwacht allereerst uit bij W.F. Hermans, bij een publicatie uit 1960. Blijkbaar was Hermans van opleiding fysisch geograaf en had hij een boek gepubliceerd met de titel 'Erosie'. Een publicatie van bijna 50 jaar geleden, maar bijzonder actueel en prettig relativerend met de huidige hysterie rond de klimaatopwarming in gedachten.
Het herstel van het eikenbos werd bij het begin van het Atlanticum (5500-3000 v.C.) nog verder bemoeilijkt doordat het klimaat koeler en vochtiger werd. Op vele plaatsen werd het eikenbos voorgoed teruggedrongen, het werd naar beneden en naar het zuiden gedrukt. Erosie moet toen al op grote schaal zijn intrede hebben gedaan, allereerst op de steilste hellingen en het lijdt geen twijfel dat de mens hieraan meegewerkt heeft. Hetzelfde is gebeurd met de bossen die de nu zo goed als kale streken rondom het Middellandsezeegebied bedekten. Uit een passage in een van de dialogen van Plato (429-347 v.Chr.) blijkt dat in zijn tijd de herinneringen aan het woud dat eens de berghellingen van het Balkanschiereiland bedekte, nog niet vervlogen waren. Maar in Plato's tijd was het al grotendeels verdwenen. Deze ontbossing, gevolgd door erosie, ging tijdens de antieke beschaving in snel tempo verder. Er zijn historici die menen dat de ondergang van het Romeinse Rijk in feite veroorzaakt is door de degeneratie van de bodem. (blz. 160)
Over welke passage in Plato gaat het nu? Het blijkt Kritias 111 a-e te zijn. Als voorbereiding op zijn uiteenzetting over Atlantis beschrijft hij de paradijselijke situatie in het Attica van duizenden jaren vóór zijn tijd.
Er is een sterk bewijs van die uitmuntende gesteldheid: wat er nu nog van dat land overblijft, kan gerust met elke andere streek wedijveren in verscheidenheid en kwaliteit van de producten, en in het voortreffelijke voedsel dat ze voor elke diersoort oplevert. In die tijd was echter de opbrengst niet alleen van eerste kwaliteit, (a) maar ook nog kwantitatief onbegrensd. Welk bewijs bezitten we daarvan, en wat blijft er nu nog van het toenmalige land over, dat onze bewering kan steunen? In haar geheel, van de rest van het vasteland uit bekeken, steekt onze streek diep vooruit in zee, als een landtong. Nu bezit het zeebekken, dat haar omgeeft, overal, vlak bij de kust reeds, een grote diepte. Wat moet er dus gebeurd zijn? Talrijke en hevige overstromingen hebben zich in die 9000 jaar voorgedaan: dat is immers het aantal jaren die sindsdien zijn verlopen. (b) De grond nu die, in deze lange en fel bewogen periode, van de hoger gelegen delen af stroomde, heeft niet, zoals op andere plaatsen, een noemenswaardige aanslibbing veroorzaakt: hij is steeds als een bal blijven voortrollen tot hij in de diepte is verdwenen. Wat er nu, in vergelijking met toen, van overgebleven is - ook bij kleine eilanden is dat het geval - is dan ook niet veel meer dan het geraamte van een door ziekte uitgeput lichaam: al het vette en malse van de grond is van alle zijden afgevloeid, terwijl alleen het uitgemergelde lichaam van het land overbleef. (c) Maar toentertijd, toen ze nog gaaf was, bezat onze streek hoge heuvels, die haar bergen waren; wat men nu de 'Steenvlakte' noemt, was toen een vlakte vol vette grond. Op de bergen was het hout rijkelijk voorhanden. Daarvan bestaan zelfs nu nog duidelijke sporen. Er zijn immers bergen, die nu alleen maar wat voedsel voor bijen opleveren, maar waarop men, nog niet heel lang geleden, bomen velde, bestemd om de balken te leveren voor de grootste bouwwerken - daken die nu nog gaaf gebleven zijn. Verder waren er in groten getale hoge gecultiveerde bomen, en de grond bracht geweldig veel voedsel op voor het vee. Verder gedijde hij trouwens ook nog door het water dat jaarlijks uit de hemel viel, (d) en dat niet verloren ging, zoals nu, door van de onbegroeide aarde in zee te stromen. Nee, in grote hoeveelheid nam de grond water in zich op en behield het, door het in voorraad te houden in de beschuttende kleilaag. Zo kon hij het opgezogen water, dat van de hoogten afstroomde, in diepe holen laten wegstromen, waardoor hij op alle plaatsen een mild-vloeiende voorraad water bezorgde aan bronnen en rivieren. Nu nog leveren de heiligdommen, die bewaard bleven op de plaats waar eertijds bronnen waren, het bewijs dat de verhalen van nu over het oude Attica waar zijn. (e)Geen spoor van culpabilisering van de boer en de houtkapper, iets dat toch in mijn herinnering verbonden is/was aan Plato's uitspraak. Nee, de boer is een modelboer van groot talent. Plato gaat verder met een idealiserende beschrijving van het oeroude Athene die baron von Münchhausen naar de kroon kan steken. Maar goed, de oorsprong van die informatie zou bij Egyptische priesters liggen, het zal daar wel aan liggen.
Dat was dus de algemene gesteldheid van het land. Zoals te verwachten was, werd het bebouwd door landbouwers van de echte stempel, die niets anders deden dan dát, die hielden van schoonheid, mensen van groot talent en die zich mochten verheugen in het bezit van de beste grond, de rijkste watervoorrziening, en, boven die grond, van het zachtste klimaat. (Vertaling X. De Win)
Willem Frederik Hermans blikt in zijn relaas niet 11.000 maar 150.000 jaar terug. Wat hij 'versnelde erosie' noemt is volgens hem aan 'de mens' te wijten. Een interessant boekje.
.
vrijdag 16 mei 2008
Grieks-Romeinse geschriften:
nooit weg uit Europa
Het is niet omdat je je bezighoudt met wat soms de dode talen wordt genoemd, dat je bezig bent met iets dat een gestold en immobiel geheel is. De 'kennis' die je erover opdoet kan nog zo vaststaand lijken, ze is integendeel een heel tijdelijke dwarsdoorsnede van een voortdurend veranderend universum van visies van autoriteiten op de klassieke oudheid, inbegrepen je eigen progressief verschuivende synthese ervan.
Als student in de jaren zestig kregen we een voorzichtige vermelding in verband met de Griekse beeldhouwkunst. De beroemde Griekse beelden waren ooit beschilderd, met wat je oneerbiedig als 'kermisorgelkleuren' zou kunnen bestempelen. 'Oneerbiedig' (en dus ook 'voorzichtig') omdat wij onze studie klassieke filologie toch begonnen waren met het beeld van de Griekse cultuur zoals omschreven door Winckelmann: Edle Einfalt und stille Grösse. In deze geest hadden Canova en Thorvaldsen hun neoclassicistische beelden gecreëerd. Blank marmer dat de sophrosunè belichaamde. Het Parthenon, een kermis van primaire kleuren? Wij (in ieder geval ik) wensten geen moeite te doen om ons daarbij iets voor te stellen.
Sta mij toe deze draad nog even verder te spinnen vóór ik aan het onderwerp van mijn titel toekom.
Nog zo'n monument van de klassieke studies: de fibula Praenestina. Een tekst op een gouden kledingspeld uit de 6e eeuw v.C., van rechts naar links (echt 'oud' dus) in Latijns schrift en waarschijnlijk in een Oskisch dialect: de vroegste Latijnse inscriptie ooit gevonden, mét een echte perfectumreduplicatie*. Een linguïstisch document en topgetuige in de cursus linguïstiek. Sinds de jaren '90 is men ervan overtuigd dat dit een 19e-eeuwse vervalsing is.
In mijn studietijd werd de toegang tot een bepaald huis in Herculaneum aan meisjesstudenten ontzegd omdat er een Priapus tentoongesteld was. Onze mannelijke medestudenten meldden ons dat het hier in ieder geval niet de edle Einfalt betrof, zij het misschien wel de stille Grösse. Het was een mij toen onbekend en nieuw aspect van de klassieke cultuur. Hielden de Grieken en de Romeinen zich daar mee bezig? Wij bleken in een onbevlekt parallel universum te zweven, dat met de antieke 'realiteit' maar een klein beetje gemeen had. (Zie ook een vorig bericht.) O.a. dank zij de publicaties van Eva Keuls en K.J. Dover is dat weer wat rechter getrokken.
De Victoriaanse strategie van het verzwijgen van wat moreel niet goed lag op dat moment had ervoor gezorgd dat we niet keken naar wat achteraf gezien in menige tekst en afbeelding voor het grijpen lag en had ons opgezadeld met een steriel antieke-maatschappijbeeld.
Het bijstellen van een mening kan overigens een goed gevoel geven, zolang je niet je eigen ideeën beschouwt als het woord van God. En hiermee kom ik aan een recente 'bijstelling' van nog zoiets dat bijna tot dogma geworden is in de geschiedenisles: de overlevering van de antieke Griekse en Romeinse teksten in Europa. Die zouden in de duistere Middeleeuwen compleet verdwenen zijn en tegen de Renaissance er weer opgedoken zijn via de omweg van de mohammedaanse geleerden, die ze al die tijd in veilige bewaring gehouden hadden. Of, om het met andermans woorden te zeggen: De antieke Griekse kennis – filosofie, geneeskunde, wiskunde, astronomie – heeft, nadat zij uit Europa volledig was verdwenen, een schuiloord gevonden in de muzelmaanse wereld, die deze kennis in het Arabisch heeft vertaald, de boodschap in ontvangst nam en voortzette, alvorens haar tenslotte aan het Westen door te geven. Op die manier werd de Renaissance mogelijk gemaakt, gevolgd door de plotse expansie van de Europese cultuur. Deze omschrijving dook kortgeleden op in Victacausa, het onvolprezen weblog van Marc Vanfraechem (piper, non homo :-).
Je kon al een tijdje op internet argumenten vinden tegen deze hypothese omtrent het 'compleet verdwijnen' van de Griekse geschriften in Europa, van de hand van een oprecht gedreven verdediger van de reputatie van het christendom. Want de christenen zou verweten zijn dat zij alle heidense documenten vernietigd zouden hebben. Met het onnoemelijk verlies van de klassieke traditie. (Titel: Did the Christians burn/destroy all the classical literature?) Het is een heel lang en nadrukkelijk document, maar het verwijst voortdurend naar andere literatuur, wat tenminste de indruk geeft dat het onderbouwd is. Het is het antwoord van een 'Christian think tank' op de vraag van een lezer die precies over dit onderwerp handelt: The Islamic world, on the other hand, did not suffer the kind of dark ages that the Christian world did, and they actually preserved many of the works that Christians destroyed. (-) Is my history correct?
Een publicatie die, naar ik aanneem, niet vanuit exclusief christelijk perspectief geschreven is, maar eerder neutraal en wetenschappelijk-historisch, behelst exact wat hierboven aangesneden wordt: Aristote au mont Saint-Michel. Les racines grecques de l'Europe chrétienne van Sylvain Gouguenheim*. Een recensie van Le Monde door Roger-Pol Droit is te vinden op Victacausa, in de Nederlandse vertaling van Marc Vanfraechem. Het bovenstaande citaat komt hieruit. Je krijgt een goed idee van de gedachtegang en de historische bronnen waarop deze gesteund is.
Eén van de taaie winkeldochters van de Europese geschiedenis eindelijk getoetst op Popperiaanse falsificeerbaarheid: prima, zo blijven we wakker.
En wakker zijn ze ook bij de International Herald Tribune: 'But Le Figaro and Le Monde, in considering the book in prominent reviews, drank its content in a single gulp. No suspended endorsements or anything that read like a caution. (-) But is it right?' Er zijn blijkbaar al commentaren verschenen die het boek niet in een geschiedkundige, maar in een politieke (rechtse) hoek zetten.
Is het iets dat past bij onderzoek, die terminologie met 'right' en 'caution'? Het zijn woorden die een autoriteit veronderstellen, die boven de onderzoeker staat. Waardoor het niet meer het onderzoek van de onderzoeker is. En zulke woorden fungeren ook als een waarschuwende vinger naar de lezer van het onderzoek.
Nee dus, wij zullen zelf wel onze mening vormen.
* De voltooid tegenwoordige tijd wordt aangeduid door vóór aan het werkwoord een extra lettergreep toe te voegen met dezelfde beginmedeklinker als het oorspronkelijke werkwoord.
* Seuil, "L'Univers historique", (2008) 282 p., 21 €
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:56 2 reacties
Labels: Grieks-Romeinse geschriften
Kemel
Keizer Iulius Caesar?
Boeiend nieuws gisteren: een onbekende buste van Caesar is in Arles uit de Rhône gehaald. Een knap portret in de typische realistische Romeinse stijl. Volgens de archeoloog de eerstgevonden kop die bij zijn (Caesars) leven gebeeldhouwd werd, een oudere Caesar tonend dan waar we gewoon aan zijn (rond 46 v.C.).En het was de krant die bij mij in huis komt en die er prat op gaat dé kwaliteits- en cultuurkrant van Vlaanderen te zijn - die krant dus, die de treurige spits afbeet. Want op p.33 bracht De Standaard het bericht: 'Op de bodem van de Rhône in Frankrijk is een buste van de Romeinse keizer Julius Caesar gevonden'. Misschien, als het lang genoeg gezegd en herhaald wordt, wordt Caesar nog wel eens keizer in de geschiedenisboekjes. Maar tot nader order is hij nooit 'keizer' geweest.
Nog een andere krant lees ik wel eens, De Morgen, en die hadden het in hun uit De Volkskrant afkomstige artikel over de Romeinse dictator. Dus 10/10 en een bank vooruit, voor beide kranten dan maar.
Ik ben eens gaan rondgooglen. De probleemleerlingen, die het dus over een 'keizer' hebben, heb ik het eerst afgedrukt. De echte cultuurkranten of -zenders daaronder.
KEIZER :
- Le Figaro Culture
- NRC - Handelsblad
- RTBF
- Die Welt
- Telegraph
- New York Times (NYT legt de term in de mond van een zegsman van het Franse Ministerie van Cultuur.)
- BBC News (dictator)
- CBC (de voorzichtige term 'reigned')
- Het Nieuwsblad (heerser)
- Le Monde (homme d'état)
- AP (ruler)
- Times (leader)
- Der Spiegel (Diktator)
dinsdag 22 april 2008
Pompeii-graffiti en haatmail
Gisteren stond er in de krant De Morgen (p. 14) een artikel van Vlaams politicus en historicus van opleiding Bart De Wever onder de titel hiernaast. Dit is geen politieke blog. Politiek commentaar uit dit artikel zal hier verder dus geen aandacht krijgen.
Ik was behoorlijk verrast dat een politicus de tijd gevonden had om een column te schrijven van dit gehalte én in een vlot en prettig leesbaar Vlaams Nederlands*. Omdat De Morgen nogal moeilijk doet on-line bij het downloaden van tekst - die dan gebruikt zou kunnen worden in citaten - heb ik het artikel maar op het net gezet. Je kunt het zo gebruiken als documentatie bij een hilarisch onderwerp 'Pompeiaanse graffiti' in de les Latijn, waarbij heel wat vakoverschrijdende eindtermen tegelijk mooi meegenomen zijn.
Pompeiaanse graffiti vergelijken met de huidige haatmailtjes is de spijker op de kop. Een politicus is uiteraard uitstekend geplaatst om die vergelijking te kunnen maken, vooropgesteld dat hij op de hoogte is van de equivalenten van 2000 jaar geleden. Wat De Wever, gezien zijn tekst, duidelijk is. Zo zegt hij over de graffitischrijvers: 'Ze bezigden vaak een vulgair Latijn vol afkortingen, in fonetische spelling en met een eigensoortige woordenschat. De irritatie erover bij de toenmalige elite was groot'. De vergelijking met het chatten van nu dringt zich op, compleet met de ergernis van het lerarendom hierover; maar De Wever blijft, terecht in dit korte bestek, bij zijn onderwerp. En hij citeert correct het 'foutgespelde' vulgair Latijn.
Eén leuk citaat wil ik u niet onthouden, een beschrijving van de ouderwetse schrijfcultuur die een ontspanningsmechanisme in zich had: 'De goede oude anonieme scheldbrief is stilaan een rariteit aan het worden. Dat medium veronderstelt immers dat mensen boos genoeg worden en het lang genoeg blijven om papier te nemen, hun emoties iet of wat ordentelijk uit te schrijven, een omslag te zoeken, een postzegel te kopen en het fysiek adres van de geviseerde op te zoeken. Op de tijd die daarvoor nodig is verandert zelfs de hulk terug in een sympathieke jongen'. Een mail is op enkele seconden gepost. Een graffito op enkele seconden geschreven.
Vandaag (22/4) was er al een reactie hierop te lezen in De Standaard van een mede-columnist mede-historicus, Marc Reynebeau: 'En progressief is een al even leeg begrip, nu niemand nog, op Bart De Wever na, conservatief wil zijn. En De Wever is dat ook alleen maar om anderen op de kast te kunnen jagen en als excuus voor zijn nieuwe hobby, Latijn spreken'.
Een beetje ondermaats als commentaar wel. Zie in verband met 'Latijnopmerkingen' in De Standaard ook hier.
* Algemeen Nederlands moet voor mij nog steeds de standaardtaal zijn in het onderwijs. Ik zou dus wijzen op de verschillen bij typisch Vlaamse woorden. En nu we toch met onze rode balpen bezig zijn: aedile in de column moet natuurlijk zijn aedilis (de Romeinse 'politieman).
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:37 0 reacties
Labels: Pompeii-graffiti en haatmail
maandag 7 april 2008
De Ilias van Jan Cox
Dit is het enige schilderij van Jan Cox dat ik al kende, als beeld, zonder te weten dat het van hem was. Het heet Bloedregen. Wat ik niet wist is dat het bij een Iliascyclus hoort.
Het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen houdt een overzichtstentoonstelling 'Jan Cox:
Profiel van een kunstenaarschap'. Ik kende Jan Cox eigenlijk alleen maar als een naam zonder meer, toen Adriaan Raemdonck van De Zwarte Panter vol enthousiasme aandrong om toch zeker te gaan kijken. Ik was een beetje sceptisch, want naast klassieke antieke thema's had Cox blijkbaar ook een kruisgang uitgewerkt. Het klonk saai. Maar gisteren ben ik dan toch geweest.
Overweldigend. Helemaal geen klassiekerig gedoe, maar een absolute expressie van de gevoelens van de kunstenaar bij episodes uit de Ilias of enkele verzen van Homeros. Bloedregen hangt naast En de Skamander kleurde rood met bloed. In deze en de andere doeken van ca. twee bij anderhalve meter (ik kan er best een halve meter naast zitten) wil de schilder, die de laatste oorlog heeft meegemaakt, 'nadenken over de “menselijke conditie” en de verschrikkingen en de wanhoop van de moderne tijden'. Maar eigenlijk kon ik best zonder dit typische expositievocabularium. De beelden komen met enorme kracht op je af. Ik probeerde telkens eerst te raden wat het onderwerp was voordat ik de titels las. Meestal lukte het niet, maar zodra ik dan de titel las was het
buitengewoon boeiend om te zien wat Cox uit dat onderwerp naar voren gehaald had. Misschien hebt u u ook afgevraagd wat het werk links voor titel heeft. Het is Achilles achtervolgt Hector. De schilderijen blijven figuratief, maar lijken beelden uit een kwade droom. Hier rechts ziet u Warriors. De cyclus in de tentoonstelling telt, schat ik, zo'n 15 werken.
Daarnaast is er nog heel veel ander werk te zien, waaronder een Orpheuscyclus, vroeger dan de Ilias en voor mij althans minder boeiend, alhoewel zijn Dansende maenaden (zeer groot) ook buitengewoon knap is van gevoel en compositie. Hier links een Pastorale.
Wat buitengewoon tegenviel was het aanbod in de museumboetiek. Er was een superdikke glanzende catalogus, die ongetwijfeld knap is, maar als je je op iedere tentoonstelling zoiets aanschaft puilt je huis snel uit, om van de kostprijs niet te spreken. En daarnaast waren er nog welgeteld twee (2) postkaarten te koop. Geen samenvattend tijdschrift, geen posters, geen kleine boekjes, geen kalender. Het kon er blijkbaar niet af.
Bert Beyens draaide samen met Pierre De Clercq 20 jaar geleden de film Jan Cox A Painter's Odyssey. Hij stuurde mij een mail om te zeggen dat die nu op dvd uit is, en verkocht wordt in het museum. Hij kan ook besteld worden op dit adres. Na mijn 'klacht' hierboven lijkt het me redelijk dat ik dit vermeld.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:20 0 reacties
Labels: De Ilias van Jan Cox
zondag 6 april 2008
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 6
Griekse muziek ken ik vooral van de afbeeldingen op vazen van fluitspeelsters, of een musicerende Apollo, een zingende Orpheus of met cymbalen dansende maenaden. Je beseft wel dat muziek een heel belangrijk deel uitmaakte van het oud-Griekse leven, maar hoe het klonk, dat is giswerk. Men heeft interessante pogingen gedaan om die muziek weer tot leven te brengen. Ik heb in mijn kast zo een paar cd's staan van Petros Tabouris maar ook hij noemt het, in het begeleidende boekje, 'pogingen'. Een scholier heeft hier een website over Griekse muziek (de knoppenbalk is niet onmiddellijk zichtbaar op de homepage, daarom link ik hier naar 'Webmaster', dan zie je ze wel). En natuurlijk doet ook Wikipedia haar duit in het zakje.
In verband met Griekse muziek heb ik één tekstje op mijn website gezet: de mythe van Syrinx en Pan, met vocabularium en wat uitleg. Het verhaaltje speelt zich af in een arcadische omgeving en wordt verteld in Longos' herdersroman Daphnis en Chloë. Er zijn heel wat Griekse mythen die over metamorfoses verhalen, vaak van vrouwen die, hoe kan het anders, belaagd worden door een mannelijk personage. Onze Syrinx is een nimf die haar toevlucht zoekt tot een rivier waar ze aan haar belager ontkomt door te veranderen in riet. Zo komt het dat de uit rietpijpen vervaardigde panfluit syrinx heette.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 10:55 0 reacties
Labels: Nieuw op de CyCadewebsite, Syrinx
maandag 24 maart 2008
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 5
Het orakel van Astrampsychus.
U zult hier een aantal documenten vinden die, als u de instructies bij dit uit Egypte stammende orakel goed volgt, u een quasi oneindig aantal toekomstvoorspellingen zullen opleveren :-)
'Astrampsychus' leek mij een aantrekkelijk onderwerp voor mijn lessen Grieks, omdat het de gewone leefwereld in de antieke oudheid weerspiegelt. Het herkennen in die oude bronnen van precies dezelfde medemens als onze buurman van nu heeft me altijd geboeid. En ook mijn leerlingen, dacht ik. Wat klopte.
Ook leek de tekst mij een goed middel om de spraakkunstkennis te oefenen, omdat de zinnetjes zo eenvoudig zijn. (In het onderwijsnet waar ik werkte moet je voor alles 'authentieke' teksten gebruiken.) Dat bleek snel niet juist te zijn. De grammaticale fenomenen komen in zo grote verscheidenheid en tegelijk zo weinig herhaald voor in die 'eenvoudige' zinnen, dat ik er snel van afgestapt ben. Bovendien was ook het vocabularium, om dezelfde reden, een struikelblok.
Maar veel plezier hebben mijn leerlingen en ik beleefd aan de enscenering van het orakel op de opendeurdag. In een lange rij stonden medeleerlingen, ouders, broertjes en zusjes aan te schuiven om zich de toekomst te laten voorspellen. Iedereen kreeg een handout waarop een korte situering van het orakel in de oudheid stond, en natuurlijk Het Systeem.
Als u het ook eens wilt proberen, veel plezier!
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 16:55 0 reacties
Labels: Astrampsychus, Nieuw op de CyCadewebsite
dinsdag 18 maart 2008
Latijn en succes bij de studies
Dit is een kop van 17 maart, met het onderschrift 'Wie in de middelbare school Latijn-Grieks of Latijn-wiskunde heeft gevolgd, heeft nog steeds meer slaagkansen in het hoger onderwijs dan anderen'.
Geen onverwachte conclusie, dat is al jaren zo. En even weinig onverwacht voor classici of (ex)leerlingen van 'de Latijnse' is het commentaar bij deze vaststelling.
Ik laat het door De Standaard zelf zeggen:Het watervaldenken en zijn valse boodschappen leven er ook nog. Zo wordt gezegd dat de Latijnse opleidingen nog altijd de beste garantie geven op succes in het hoger onderwijs. Nogal wiedes. Als je de leerlingen met het hoogste IQ naar die afdelingen stuurt, en ze daar echt voorbereidt op het hoger onderwijs, terwijl je dat in andere afdelingen en zeker de technische minder doet, kan het dan verbazing wekken dat de 'latinisten' het best scoren in het hoger onderwijs? (Guy Tegenbos, p.2)
Allereerst zou je mogen verwachten dat men in die 'andere afdelingen' en de 'technische' zijn leerlingen even grondig zou voorbereiden op verdere studies. Ja, waarom doen ze dat eigenlijk niet?
Maar wat die kinderen met een hoog IQ betreft, dat die allemaal naar de Latijnse afdeling gestuurd worden: in deze zelfde krant staat dat zulke jongeren ook (ten onrechte, zegt men erbij) in een beroepsafdeling terechtkomen. Hoe zit het nu? Het lijkt alsof er een negatieve sfeer geschapen moet worden, van 'oneerlijke discriminatie'. Het is niet de eerste keer dat men de Latijnse richtingen op die manier in diskrediet probeert te brengen. Het waarom mag een psycholoog uitleggen.
Waar Guy Tegenbos het even niet over wil hebben is de inhoud van die studierichtingen. Dat het de vakken Latijn en Grieks zijn die de slaagkansen gunstig beïnvloeden. Doordat er een grondige training gegeven wordt in analytisch-synthetisch denken en redeneren. In veel hogere frequentie dan bij andere talen. En dat deze analytisch-synthetische activiteit gekoppeld is aan taal, aan teksten die moeilijk van inhoud en vorm zijn, die 'veroverd' moeten worden. Zoals de studieboeken van het hoger onderwijs, die gegarandeerd in zo'n taal geschreven zijn, net zoals die professoren er in zo'n geest doceren, hoe vlot ze ook willen overkomen.
Het zou kunnen dat die Latijnse richtingen inderdaad een voordeel hebben dat de andere niet hebben. Moet in naam van het democratisch denken het succes van die richtingen dus maar 'een valse boodschap' genoemd worden? Graag wat meer realisme, Guy Tegenbos. Als ouders hun kind naar een te gemakkelijke richting sturen ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Als een school minder energie of discipline steekt in zijn moderne of technische afdeling, dan ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Het ligt aan die school of die ouders (of 'hun positie in de maatschappij'). Dààr moet er dus werk verricht worden.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:58 0 reacties
Labels: Latijn en succes bij de studies
maandag 25 februari 2008
Καλòς παῖς in Afghanistan
'Een man moest een jongen het hof maken met bijvoorbeeld geschenken zoals speelgoed, dieren of een groot geschenk zoals bijvoorbeeld een rijpaard. De jongen was dan officieel de vriend van de man, en werd meegenomen naar feesten, drinkgelagen en andere sociale plaatsen en gebeurtenissen.'
Voor deze Griekse vorm van liefde, pederastie genoemd, golden een aantal regels. De jongen (eromenos) was tussen 12 en 18 jaar oud, al in de pubertijd, maar nog niet volgroeid, en had een passieve rol in de relatie. De man (erastes) was volwassen en wierp zich op als de mentor van de jongen. Hij vroeg de vader van de jongen om toestemming en probeerde de jongen aan zich te binden door hem geschenken te geven, bv. een haas als huisdier. In de context van deze hofmakerij kunnen ook de ‘kalos’-inscripties op vazen gezien worden. Op deze vazen staat de afbeelding van een mooie jongen met het opschrift ‘xxx is mooi (kalos)’. Het laatste citaat komt van dit adres.
Wie heeft niet het Symposion gelezen, met het relaas van Alcibiades over zijn pogingen om Socrates tot zijn erastes te maken? Of de beschrijving van de jonge Charmides door Socrates (155d): "Die ogen, vriend! Die ogen! Niet te beschrijven! (-) En op dat ogenblik, mijn waarde, op dat ogenblik zie ik wat onder zijn kleren zit. Ik gloei. Ik ben niet langer mezelf meester." (X. De Win) Kortom, verhalen over een mannenwereld, waarin het sociale leven draait rond een oudere man/jongeman-relatie. Seksueel getint, ook al vonden de oude Grieken die-het-voor-het-zeggen-hadden anale penetratie not done, maar intercrurale seksualiteit wel dus. (In verband hiermee ook dit.) Op mijn school werd daar niet over gesproken (over seks überhaupt niet, toen), het zou het beeld van de edele Griek die de democratie heeft uitgevonden wat minder zuiver gemaakt hebben. Blijkbaar heeft dat verzwijgen tot ver in de twintigste eeuw geduurd, volgens een (zeer grondig) artikel over Griekse pederastie: "In 1910 a book called Maurice by E. M. Forster made reference to this "code of silence" by having a Cambridge professor employing “Omit: a reference to the unspeakable vice of the Greeks.” Four decades later in the 1940s: “This aspect of Greek morals is an extraordinary one, into which, for the sake of our equanimity, it is unprofitable to pry too closely”, by H. Michell. It would not be until 1978 when an English book on this topic, titled Greek Homosexuality, was published by K. J. Dover."
Frapperend gelijklopend zijn de berichten die ons al enkele jaren uit Afghanistan bereiken.
De krant De Standaard publiceerde in 2002, 19/1, foto's van talibanstrijders uit Kandahar die de mannenvriendschap uitstraalden (genomen tegen het bevel van mullah Omar in). Na het vertrek van de taliban in 2002 kwam de pederastie, waarvoor Kandahar in heel Zuid-Azië berucht was, weer op gang. Zo kwamen mannen met hun jonge vriendjes, ashna's, weer openlijk op straat. "This Pashtun tradition is even reflected in Pashtun poetry, odes written to the beauty and complexion of an ashna, but it is usually a terrible fate for the boys concerned. It is practiced at all levels of Pashtun society, but for the poorer men, having an ashna can raise his status. When a man sees a boy he likes — the age they like is 15 or 16 — they will approach him in the street and start talking to him, offering him tea," said Muhammad Shah, a shop owner. "Sometimes they go looking in the football stadium, or in the cinema" (which has yet to reopen). "He then starts to give him presents, hashish, or a watch, a ring, or even a motorbike," Shah continued. "One of the most valued presents is a fighting pigeon, which can be worth up to $400." (citaat).
En nog niet zo lang geleden kwam Afghanistan opnieuw op deze manier in het nieuws, nu met de bacha bereesh, jongens die zich voor geld door mannen laten toeëigenen en voor hen dansen. Hier gaat het over een gewoonte in het Noorden van het land. "The practice, called "bacha bazi" -- literally "boy play" -- has a long history in northern Afghanistan, but sometimes it does not stop with just dancing. I very much enjoy hugging a boy. His smell and fragrance kills me, said Yawar."
Het Griekse pederastisch gedrag is door heel wat geleerden onder de loep genomen (zie hier onder Modern Scholarship) en allerlei analyses hebben proberen te verklaren wat vaak als 'onnatuurlijk' bestempeld wordt. De verklaring dat in een maatschappij, waarin de scheiding van de seksen extreem is (en de vrouw als minderwaardig wordt beschouwd en uit de openbaarheid moet blijven), deze jongens het surrogaat bieden voor wat wij kennen als verliefd gedrag, met alles wat daarbij komt - vind ik hoogst aannemelijk.
Toch is het niet om deze uitspraak te doen dat ik dit onderwerp aangesneden heb. Mijn vermoeden is dat de oude Grieken deze 'cultuur' in die streken geïntroduceerd hebben.
De link tussen pederastie in Afghanistan en de verovering en kolonisatie van dit gebied door Alexander de Grote heb ik bij een search op het internet niet kunnen vinden, wat niet betekent dat er nog niet over geschreven is. Ik hoop dat iemand hierop reageert en mij corrigeert waar nodig.
Enkele elementen hierbij: het huidige Afghanistan was, toen Alexander er aankwam, een Perzische provincie. (Wikipedia) Gedurende de ca. drie jaar dat hij door het gebied trok heeft hij er ettelijke steden, meestal Alexandria genoemd, gesticht.
Een kaart bij de beroemde roman van Mary Renault over Alexander, The Persian boy, illustreert dit duidelijk. Alle huidige grote Afghaanse steden blijken stichtingen te zijn van Alexander: Herat, Kaboel, Kandahar, Ghazni, enz. Een Nederlandse Afghanistankenner, Willem Vogelsang, heeft mede hierover een artikel gepubliceerd onder de titel Afghanistan als Ideaal Vakantieland.
Hij zegt o.a.: "(-)...nog noordelijker. In die contreien heeft Alexander ruim twee jaar moeten vechten, maar ‘s winters trok hij telkens weer terug naar Bactra in Noord-Afghanistan. Daar was het veilig. Zo veilig, dat het noorden van Afghanistan voor de Grieken en Macedoniërs na de dood van Alexander (hij stierf in 324 in Babylon, in het huidige Irak) een soort beloofd land werd, waar duizenden kolonisten zich vestigden, Griekse steden werden gebouwd en de Griekse taal en het Griekse schrift algemeen werden gebruikt. Hier werden uitgestrekte irrigatiewerken aangelegd. Maar ook in het zuiden kwamen Grieken wonen. Tijdens opgravingen in 1978 vonden we in Oud Kandahar een prachtige Griekse inscriptie uit het midden van de derde eeuw voor Chr. (-) Voor de Grieken en Macedoniërs was het land een ideaal gebied voor R&O, Rust en Ontspanning."
Rust en ontspanning: op oud-Griekse wijze?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:41 0 reacties
Labels: Kαλòς παῖς in Afghanistan
zondag 24 februari 2008
Terugkeer naar de moederschoot
De bibliotheek van de Universiteit Gent doet sinds een paar jaar aan electronische archivering van publicaties van 'eigen mensen' in het Institutional Archive van de Ghent University Library. Naar die electronische moederschoot van de Gentse alma mater is ook mijn licentiaatsthesis teruggekeerd.
(Even eerder ben ik begonnen aan een egotripje over deze academische productie van mijn hand en hier ga ik daar nog even op door. Geen probleem als je dit bericht overslaat ;-)
Na het omzetten van het papieren exemplaar naar pdf heeft zoon Erik het er niet bij gelaten, hij had er tenslotte behoorlijk wat tijd ingestoken. Hij heeft het dus ingediend bij het voornoemde archief en hup (= na een paar maanden van wat naar ik vermoed incubatietijd is) daar staat het wetenschappelijk te wezen tussen al die andere publicaties.
Een paar details: dit is voorlopig de oudste thesis van Letteren en Wijsbegeerte in het archief en oudste thesis tout court voor zover ik kan zien. De volgende thesis dateert van 1999. Eén andere publicatie, niet-thesis, is ook van 1968. De eerste oudere van de electronisch gearchiveerde publicaties-algemeen dateert van 1934.
Dus, beste collega's van de jaren zestig: hier is nog een groot gat dat gedicht moet worden!
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:14 0 reacties
Labels: Terugkeer naar de moederschoot
dinsdag 15 januari 2008
Sigmundus
Even wat ontspanning met de gestoorde psychiater Sigmund, in het Latijn: 19 strips, en voor mij hadden het er best nog wat meer kunnen zijn. Peter de Wit, de auteur heeft er nog een aantal op deze website, in het Nederlands. And English readers will have a good time with these 24 cartoons in English.
zaterdag 5 januari 2008
Lectori salutem
Blijkbaar is L.S. (al lang) out.
Op een communicatiewebsite lees ik: 'Vroeger vond je nog wel eens ‘L.S.’, lectori salutem, de lezer heil. Latijn is ook een heel doeltreffend middel om de onpersoonlijkheid in de communicatie te vergroten.'
Taaltelefoon krijgt soms bezorgde vragen: 'Mijne heren, kan ik in een brief die gericht is aan de leidinggevenden van een bedrijf, de aanhef Mijne heren gebruiken?' Antwoord: 'De aanhef Mijne heren heeft tegenwoordig een ouderwetse bijklank. Bovendien is hij alleen bruikbaar als er geen vrouwen tot uw lezerspubliek behoren. De aanhef Mijne dames en heren is in een brief zeer ongebruikelijk, maar u kunt eventueel wel Geachte dames en heren schrijven. Ook het Latijnse L.S. ('Lectori salutem', 'Den lezer heil') is zeer ouderwets.'
Een Brugse scholier (Tom Bernaerd) toont op zijn blog 'Schuppe schrijft' een briefje van de school aan zijn ouders over zijn punten van wiskunde en economie. Hij schrijft:
In een brief die erbij zat stond nog dit: (zie fotootje). Waarna bij een anonieme huisgenoot volgende quote ontsnapte: “L.S.? Wat betekent dat? Liefste Sint?”
Wat zijn blogsympathisanten de volgende dialoog ontlokte (partim):
# BenjaminWat zegt Wikipedia dus?
Apr 3rd, 2007 at 13u03
tis misschien van liefste Schuppe…?
# 3 Tom Bernaerd
Apr 3rd, 2007 at 13u15
Van die Lectori Salutem, ik wistekik dat wel hoor :)
Het is het anoniem gezinslid dat het niet wist.
# 4 Greet
Apr 3rd, 2007 at 13u30
Ik wiste kik dat ook niet hoor. Wie weet er dat nu?
# 5 Bart
Apr 3rd, 2007 at 13u31
Leren ze jullie daar niets? ;)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lectori_salutem
# 6 benjamin
Apr 3rd, 2007 at 22u55
Tom wist het juist wel :p maar ik wist ook nie wat dat betekent hoor :)
Lectori salutem (meestal afgekort tot L.S.) betekent heil aan de lezer, oftewel de lezer gegroet.De 'Acronyms browser' geeft nog een behoorlijk aantal 'andere' interpretaties van L.S.
Vroeger was dit het opschrift boven vele voorwoorden (praefationes) van Latijnse boekuitgaven.
Thans wordt het in de Nederlandse taal gebruikt als groet bovenaan een brief indien de lezer van de brief onbekend is.
De afkorting wordt door sommige stijlboeken afgeraden, omdat zij als onpersoonlijk (of ouderwets) zou overkomen. Stijlboeken zijn het erover eens dat L.S. alleen gebruikt kan worden als aanhef van een brief die tegelijkertijd aan meer geadresseerden wordt gestuurd (circulaires en dergelijke). In een brief gericht aan één enkele, onbekende geadresseerde gebruikt men "Geachte heer/mevrouw" als aanspreektitel.
What does L.S. stand for?
In blogs lijkt Lectori Salutem overigens best wel populair te zijn, doe de Google search.
maandag 17 december 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl.4
Nog maar net riep het nieuwsbericht over studiegenoot René Jacobs verre herinneringen op, aan een fantastische periode van vrijheid, met de enige plicht 'er ieder jaar door te zijn'.
Maar het houdt dus niet op.
Volgende wachtende in memory lane was de thesis, hét bewijs dat een jonge, maar rijpe, academicus klaar is om in het echte leven te stappen. Enkele decennia al staat dit bewijs in mijn boekenkast, onaangeroerd: ik heb het tenslotte zelf geschreven, waarom zou ik het nog opendoen? Ik niet, maar wel Erik, zoon nr. 2 (maar hier nr.1!), die het mij in electronisch formaat, met aanklikregister, dit weekend gepresenteerd heeft als vroegtijdig kerstgeschenk. Ik heb het op mijn website geplaatst, want voor mij heeft het nog iets, en eigenlijk, heel veel. Niet in het minst: herinneringen.
Bijdrage tot de studie der Griekse metrische grafschriften: grafgedichten voor kinderen (1968).
Toen schreef je nog een thesis. Met de hand, op papier. Waarna je op zoek ging naar de goedkoopste manier om het manuscript op zo weinig mogelijk exemplaren presentabel te laten drukken. Voor een 'Griekse' thesis was er dan één adres: Van Heirzeele (ik hoop dat ik zijn naam correct heb). Die huisde in het seminarie Grieks en had een netwerk van familieleden (zo leek het toch) die in hun vrije tijd thesissen typten voor studenten. Op stencils, want er moest 'gepolycopieerd' worden. Het was een perfecte samenwerking. Neef X tikte de 'normale' tekst in, overal spatie openlatend waar het Grieks moest komen. Dan verhuisde het hele zaakje (zo'n 140 stencils) naar Van Heirzeele, die het Grieks aanvulde op een 'machien' met twee klavieren, één met 'Europese' karakters, één met Griekse, waar ook de diacritische en epigrafische tekens te vinden waren. Hij had gelukkig ook ter plaatse het werk beschikbaar waaruit ik mijn teksten geput had. Het laatste karwei was het manueel nummeren van de pagina's en het invullen van de verwijzingen naar die pagina's. In de electronische versie niet zo duidelijk, want we hebben dat in potlood gedaan. En de spelling: dat heette toen de progressieve spelling. Zucht. Hoeveel spellingen nog hierna?
Wat zouden we zonder Van Heirzeele geweest zijn! Die vriendelijke bediende die altijd tot een babbeltje bereid was. Ik heb hem niet bedankt in mijn voorwoord, maar doe het alsnog hier, en van harte.
(Als ik de vorige regels herlees lijkt het alsof ik het over de middeleeuwen heb. Wat zijn we nu goed af met onze computers en printers. Eén uitstekend adres voor Grieks op je computer wil ik signaleren: Joop Jagers stelt het hier gratis ter beschikking. Houd er wel rekening mee dat hij een qwerty-toetsenbord gebruikt - US International.)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:01 0 reacties
Labels: Griekse metrische grafgedichten, Nieuw op de CyCadewebsite
zondag 16 december 2007
Classicus in de schijnwerpers
Hij noemt zich al jaren geen classicus meer, met recht en reden.
Musicus René Jacobs krijgt de Gouden Penning van Vlaamse Academie. Hij is de tiende laureaat in de geschiedenis van de Gouden Penning.
De onderscheiding wordt jaarlijks toegekend aan een "persoonlijkheid die voor het brede publiek een belangrijke bijdrage heeft geleverd voor de aanmoediging, beoefening en verspreiding van de wetenschap en van de kunst".
Proficiat René!
Maar misschien herinner je je toch nog de woelige sixties, toen wij zoiets als klassieke filologie studeerden en een groot deel van ons leven gedirigeerd werd door de professoren Van Looy en de Pot.
En onze studentenuitstap naar - uiteraard - swinging London. Toen nog met de ferry naar de white cliffs of Dover en de trein naar de Engelse hoofdstad, waar we ontdekten dat Soho toch een maatje groter was dan de Kuiperskaai.
Tempus fugit...
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 14:19 0 reacties
Labels: Classicus in de schijnwerpers
vrijdag 30 november 2007
Antieke munten

De handel in antieke munten is heel wat complexer dan ik dacht. Hier vind je een zeer grondige paper van een Nathan T. Elkins over dit onderwerp.
woensdag 28 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl.3
Petronius is een auteur die ik altijd graag gelezen heb in de klas binnen het genre 'satire'. Er schoot jammer genoeg nooit veel tijd over voor Trimalchio naast de praatjes van Horatius en de epigrammen van Martialis. En toch is Petronius' Satyricon echte satire in de dubbele betekenis van het woord: de satura lanx, de typisch Romeinse literaire schotel met voor elk wat wils, én de satirische typering van karakters. Dat laatste heb ik uit Petronius' Satyricon overgehouden, met een keuze uit het 'Eetmaal bij Trimalchio'. Het leuke van deze teksten vind ik de verschillende soorten Latijn die je erin tegenkomt, van de bonte verzameling gasten uit alle uithoeken van het rijk, ieder met zijn eigen typische fouten tegen het Algemeen Beschaafd Latijn. Het geeft je leerlingen ook de aangename gewaarwording dat er toen dezelfde fouten gemaakt werden als zij nu maken. In de cursus 'Volkslatijn' van G. Sanders aan de UG, illo tempore, heb ik de smaak ervan te pakken gekregen. Ik ben van plan de taalkundige aantekeningen die ik ervan overhoud ook nog op de website te zetten.
Er is één nadeel in de klas: je moet heel veel vocabularium geven en ook veel taalkundige uitleg. Maar de typetjes en het alledaagse en tegelijk zo universele geleuter en geroddel zijn echt schitterend.
Ook hier: opmerkingen voor aanvulling of verbetering zijn van harte welkom.
Een vertaling van het Satyricon vind je hier.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 18:48 0 reacties
maandag 26 november 2007
Kemel
'Als je gelukkig wilt leven, moet je verborgen leven', was de wijze raad die Aristoteles destijds aan de tirannie meegaf.
Wees gerust, dit is niet de uitspraak van een classicus, maar van Jo Stremersch, financieel adviseur, vandaag in zijn column in De Standaard, de zelfverklaarde kwaliteitskrant ;-).
27-11-07
Naar aanleiding van een reactie op bovenstaand bericht hier nog een uitbreiding voor hen die het geluk/ongeluk gehad hebben geen Latijn of Grieks of filosofie gevolgd te hebben op school.
De uitspraak gaat terug op de Griekse filosoof Epicurus, in het Grieks Lathe bioosas = Leef verborgen. Epicurus' idee was dat je moet streven naar geluk en dat streven valt niet te combineren met het openbare leven of politieke bedrijf. Stremersch situeert die uitspraak in zijn artikel in het jaar 343 v.C., 2 jaar vóór Epicurus' geboorte. Aristoteles was toen 40 jaar, maar het is weinig waarschijnlijk dat hij zo'n uitspraak gedaan zou hebben, want zijn opvattingen stonden ver van het atomisme van Democritus, waarop Epicurus zijn leer stoelde.
En tenslotte: in die tijd was er geen bewind dat men 'tirannie' noemde, in de klassieke betekenis van het woord. In de moderne betekenis van het woord misschien wel. Want Aristoteles is uit Athene gevlucht voor de gevangenneming die hem boven het hoofd hing wegens 'gebrek aan respect voor de goden'. De aanklacht kwam uit de hoek van politici die godsdienst gebruikten om tegenstanders te elimineren. Zoals met Socrates gebeurd is. Zo verandert 'democratie' in 'tirannie'.
dinsdag 20 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 2
Een derde thema bij de titel 'Goed Romeins bestuur', EEN SCHURK ALS GOUVERNEUR, is nu op de site geplaatst. Het betreft natuurlijk (uittreksels uit) Cicero's In Verrem, een schitterende redevoering, die ik in mijn lessen Retoriek bespreek bij het onderdeel 'juridische welsprekendheid' (genus iudiciale).
Op dit moment is het alleen een tekstbestand, de plaatjes die erbij horen is een karweitje voor later (hetzelfde geldt voor de Plinius- en Tacitusteksten). Ook kanttekeningen in verband met de retorische stijlfiguren wil ik er nog bij plaatsen. Teksten in vertaling kunnen dienen om een beter inzicht te geven in het verloop van de redevoering. Hier is een Engelse vertaling te vinden.
Voor sommigen onder u is er misschien wat te veel geknipt in de peroratio (onderdeel 184-189). Maar de quasi eindeloze aanroeping van allerlei goden en godinnen is echt te veel voor het geduld van de leerlingen, het behoort zeker niet tot de leefwereld nu, en de uitleg zou te veel de aandacht afleiden van Cicero's captatio benevolentiae waarin hij zijn kijk op zijn beroep formuleert en de persoonlijke noot op het einde, waarmee hij de slechtheid van de beschuldigde nog eens in de verf zet: ...ut mihique posthac bonos potius defendere liceat quam improbos accusare necesse sit, of, om te parafraseren met een anachronisme, laat in het vervolg deze kelk aan mij voorbijgaan.
Maar niets belet u om de 'gaten' in de tekst weer op te vullen.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:21 0 reacties
zondag 11 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 1
Sinds een paar maanden ben ik - eindelijk - bezig met een grondige face-lift en schoonmaak van mijn website CyCade. Koppelingen verdwijnen soms ongelooflijk snel van het Net, maar goed, ik had het echt wel wat te lang laten aanslepen.
En voortgaande op dat elan heb ik een begin gemaakt met het coderen van een reeks teksten voor publicatie op de site - lesmateriaal en artikels. Het is nog maar een begin, maar nieuw op mijn website zijn nu:
- MYTHE EN WERKELIJKHEID: DE EERSTE FOSSIELENVERZAMELAARS
HERMES, Tijdschrift voor geschiedenis, jaargang 9, nummer 3, p 5-9 (2005)
Een vijf, zes jaar geleden stootte ik op een artikel van Adrienne Mayor over de oude Grieken en fossielenvondsten. Ik vond het zo boeiend dat ik er voor mijn zesdejaars (Grieks) een lessenreeks van maakte. Misschien vind ik de moed om ook die reeks nog eens te bewerken voor de website, maar de algemene lijn vindt u al in mijn artikel. - Teksten met vocabularium rond GOED ROMEINS BESTUUR.
Om inzicht te krijgen in de dagelijkse Romeinse leefwereld zijn de teksten van en over bestuurders een goed startpunt, omdat ambtenaren zich moeten bezig houden met de gewone onderdanen en daar zelf ook eigen gevoelens over hebben. Plinius' brieven bieden bijvoorbeeld een schat aan gegevens. In de gekozen teksten van Plinius en Trajanus komen problemen met gedetineerden, corruptie in de bouw en sanering van de waterhuishouding aan bod. Bij Tacitus vinden we dat het bestuur een typische mannenwereld is, waarin een 'vrouw' voor sommigen tot problemen leidt.
Ik werk nog aan een keuze uit Cicero's In Verrem. - Als realia bij deze teksten over Romeins bestuur kan een OVERZICHT VAN DE ROMEINSE INSTELLINGEN dienen.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:08 0 reacties
Labels: De eerste fossielenverzamelaars, Nieuw op de CyCadewebsite, Romeins bestuur, Romeinse instellingen
zondag 4 november 2007
Het nieuwe Akropolismuseum

In The New York Times van 28 oktober staat een lovend artikel over de architect van het nieuwe Akropolismuseum, Bernard Tschumi. Je kunt er doorklikken op een aardige kleine slide show van het museum en de verhuizingswerkzaamheden. Of je klikt die link hier al aan.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:37 2 reacties
Labels: Het nieuwe Akropolismuseum
maandag 15 oktober 2007
De gustibus non disputandum
Dit weekend in een krant gelezen dat de Romeinen het toch niet bij het rechte eind hadden met hun de gustibus non est disputandum, want dat dat disputare wel verrassende inzichten kon teweeg brengen. Ineens kreeg ik zin om eens op te zoeken van wie die bekende uitspraak nu wel kwam. Mijn pockets met Latijnse citaten (Westerhuis en Bartelink) gaven geen auteur, wat ik vreemd vond, want 'normaal' doen ze dat wel. Dus maar gaan googlen, en kijk, dit blijkt een buitengewoon populaire spreuk te zijn, tot ver buiten de grenzen.
Natuurlijk zijn er heel wat sites die een uitleg geven, maar er zijn ook ontelbare stukjes op blogs enz. waar mensen het gebruiken in zijn bedoelde betekenis, gewoon, tussen neus en lippen door.
- The New Dictionary of Cultural Literacy, Third Edition. 2002. staat nummer 1 bij Google. Zo leert een Engelstalige de uitspraak van De gustibus non est disputandum: 'day GOOS-ti-boos nohn est dis-poo-TAHN-dem'.
Het laatste -dum blijkt hier een andere uitspraak te hebben dan de andere u's (?). - Op mijn oorspronkelijke vraag 'Van wie is deze uitspraak' krijg ik een gedegen antwoord van Wikipedia italiana:
Contrariamente a quello che si potrebbe pensare, il detto non proviene dai classici latini (in passato era stato attribuito a Cicerone) che mai - a detta degli studiosi di questa lingua - avrebbero fatto ricorso al pleonastico e ridondante est limitandosi ad un più semplice de gustibus non disputandum. In ragione di ciò, si considera che la frase possa trarre la sua origine dalla parlata aulica, e ridondante, appunto, in voga presso i dotti medievali. Da allora la locuzione è rimasta nel repertorio del cosiddetto latino maccheronico. (-)
Con la locuzione latino maccheronico si intende un modo per lo più scherzoso di scimmiottare la lingua latina, utilizzando desinenze ed assonanze proprie del latino applicate a radici e lemmi della lingua italiana (o a dialetti di questa), ed un genere letterario italiano che presenta questa caratteristica allocutiva.
Dus niet van Cicero, maar eerder van middeleeuwse oorsprong, en het zou tot het latino maccheronico behoren, een mengtaal van Latijn en Italiaans. Zo te zien aan de uitleg denk ik niet dat je het kunt vergelijken met ons potjeslatijn. Het verrassende is, dat Wikipedia ook het oerklassieke (dacht ik) De minimis non curat praetor tot dat 'maccheronico' laat behoren. - Ook een Oekraïense reclameman kent zijn Latijn, klik maar eens hier een woord in de onderste lijn aan, en je ziet over welke gustibus het bij hem gaat. (Het is een keurige website, hoor.)
- Ene Hans Groen heeft nog een andere oorsprong van de spreuk gevonden, en de oorspronkelijk bedoelde betekenis: 'over wansmaak valt niet te twisten'. Hij haalt er Kant bij en een Franse filoloog Patrick d’Orreur, dus dat klinkt degelijk ;-). There is also an English version of this text.
- De Accademia Italiana Gastronomia Storica heeft - uiteraard - een gastronomische verklaring van de spreuk en, ziedaar, nu zitten we toch in volle klassieke periode, want wie heeft die voor het eerst in de mond genomen: Giulio Cesare.
Wat ik begrepen heb uit deze tekst (let wel, mijn Italiaans staat maar in het beginstadium, maar u kunt ter plaatse controleren of het klopt wat ik zeg) is, dat 1° de Milanezen blijkbaar al het recept van asperges op zijn Vlaams kenden en 2° dat zij deze magnifico piatto di asparagi al burro voorzetten aan Caesar en zijn medewerkers. De gasten vonden dit maar niks, want Romeinen kenden boter alleen als een middel om zich in te zalven (ik zeg alleen wat ik daar lees...) en lieten dit duidelijk merken. En dus zei Caesar tot zijn onbeschofte vrienden de gevleugelde woorden... Juist. - Dit vond ik met de zoekmachine. Zonder verdere commentaar: KRISTAL, M. B. Placentophagia: A biobehavioral enigma (or De gustibus non disputandum est). NEUROSCI. BIOBEHAV. REV. 4(2) 141-150, 1980.
- Tot slot wil ik u een getuigenis van eigen bodem, met de uitgebreidere titel De gustibus et coloribus non disputandum, niet onthouden, want uit het leven gegrepen. De auteur sluit af met: Je moet de tabak niet altijd hetzelfde verwijten. Voor de ene mens is het goed, voor de andere kan het diens dood betekenen, net als alcohol. Okee ?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:58 0 reacties
Labels: De gustibus non disputandum
dinsdag 18 september 2007
Gekbek Caesar
Deze gaat al heel lang mee op het Net, maar hij blijft leuk als je je eens wat wilt ontspannen. Plaatje nummer drie is mijn persoonlijk product. Zoek de Caesar.










