woensdag 29 april 2015

Gladstone en de homerische kleuren


William E. Gladstone (1809 – 1898) kende ik van mijn lessen geschiedenis. Vele keren minister van Groot-Brittannië (vier maal premier) van 1843 tot 1894. Nog maar pas ben ik te weten gekomen dat hij classicus was van opleiding en de auteur van Studies on Homer and the Homeric Age (1858). Gepubliceerd tijdens zijn politieke activiteiten. Waar haalde hij de tijd? Een boekwerk in drie dikke pillen. Gladstone bleek in het derde deel een onderzoek gedaan te hebben naar het voorkomen van kleuren bij Homeros. Met een woordtelling. In de Ilias en de Odyssee, zo'n kleine 18.000 verzen. (Het ontstaan ervan ligt sinds 2013 via statistisch onderzoek vastgepind op 762 v.C. ;-)

Ik was hierop uit gekomen door enkele recente berichten waarin de naam Gladstone i.v.m. dit aspect opdook. Een eerste over de kleur 'blauw' die in antieke tijden 'niet zou bestaan hebben' (hat tip, Pieter). Een ander (een statisticus) had het aantal kleurwoorden dat Gladstone gevonden heeft nageteld en in een tabel gegoten. Want Gladstone had ook statistische interesses (was een tijdje zelfs voorzitter van de Royal Statistical Society). Hier volgt het tabelletje, door mij vertaald. Het betreft enkel wat wij 'zuivere kleuren' zouden noemen.

Ik was verbluft. Zó weinig?



Dus bijv. χλωρός in de betekenis 'groen'. En dat maar één keer?

Ik heb Gladstones betreffende passages zelf doorgelezen (on-line, gratis in te kijken, ongelooflijk) en inderdaad, als Gladstone goed kon tellen zijn de kleuren die hij 'prismakleuren' noemt zeer schaars aanwezig. En ik denk dat je het aantal in de tabel zelfs naar onder moet aanpassen bij leukos, nl. 60. Eigenlijk zijn zwart en wit geen kleuren, maar oké. Toch ontbreekt het niet aan levendige beschrijvingen bij Homeros. Waarom dan zo weinig kleuren?
Gladstone heeft mij er anders naar doen kijken.

In Homeros heb je natuurlijk ook heel wat woorden die door een vergelijking een kleur suggereren. Het beroemde ῥοδοδάκτυλος (rododaktulos) bijvoorbeeld om de Dageraad te beschrijven: zij heeft vingers die 'de kleur van een roos' hebben.
Een bekende frase ook is οἴνοπα πόντον (oinopa ponton) - op het einde van de hexameter, dactylus-trochee. Letterlijk vertaald betekent het 'er als wijn uitziende zee'. Zo zou ik de zee nooit noemen. Als ik aan het strand van Knokke naar de zee kijk, dan zie ik een vuil groen. Aan de Egeïsche zee, waar ik ook gestaan heb, is de zee soms stralend blauw. Homeros noemt die zee dus wijnkleurig. Of, ergens anders, porphyreos - violet. Er moet een reden zijn waarom Homeros de voor ons zo duidelijk verschillende kleuren groen, blauw en violet met hetzelfde woord aanduidt. (Ook bloed, donkere wolken, de regenboog en wijn noemt hij porphyreos.)

Om nog een voorbeeld te geven: die ene keer dat je kunt zeggen dat chloros groen betekent heeft Gladstone in de Odyssee gevonden, waar de varkenshoeder Eumaios een bed opmaakt voor Odysseus met versgeplukte twijgen (τῷ δὲ συβώτης χεῦεν ὕπο χλωρὰς ῥῶπας καὶ κῶας ὕπερθεν). Maar chloros is evengoed te vinden als adjectief bij honing, olijfhout of als de kleur van het gezicht van iemand die angstig is.

Gladstone laat al de door hem gevonden 'kleurwoorden' de revue passeren en concludeert dan niet dat de oude Grieken kleurenblind waren ;-) Blijkbaar bestaat er al sinds de 19e eeuw de hardnekkige misvatting dat Gladstone dat beweerd zou hebben: dat ze kleurenblind waren. De pdf van 30 bladzijden van een Geoffrey Sampson, 'Gladstone as linguist' (2013), is geschreven met de expliciete bedoeling te bewijzen dat dit niet zo is. Ik heb er Gladstones tekst op nagekeken en geef hem gelijk.

Wat heeft Gladstone dan wél gezegd?

Hij zegt dat, voor de moderne lezer, er een 'immaturity' zit in het onderscheiden van kleuren in Homeros' gedichten. Meer concreet:
1. Kleuren komen weinig voor
2. Hetzelfde woord wordt gebruikt niet alleen voor de verschillende tinten van dezelfde kleur, maar ook voor kleuren die volgens ons essentieel van elkaar verschillen
3. Eenzelfde object krijgt kleurepitheta die qua kleur fundamenteel van elkaar verschillen
4. Het overwegend voorkomen van de elementaire simpele kleurvormen 'zwart' en 'wit', veel meer dan de andere kleuren, die behandeld lijken te worden als tussenvormen van deze extremen
5. Het geringe gebruik van kleur voor dichterlijk effect, vergeleken met andere elementen van schoonheid en de afwezigheid van kleur waar wij (traditioneel) verwachten dat een kleur genoemd zou worden.

In deze vijf punten vat Gladstone de bevindingen van zijn onderzoek samen. En in punt 4 verwijst hij eigenlijk al naar zijn conclusie.

"As a general proposition, then, I should say that the Homeric colours are really the modes and forms of light, and of its opposite, or rather negative, darkness. (...) Under the application of this principle, I believe that all, or nearly all, the Homeric words will fall into their places: and that we shall find that the Poet used them, from his own standing-ground, with great vigour and effect."

Die laatste opmerking logenstraft de kleurenblindheid-aantijging perfect. De conclusie komt er na een grondig onderzoek van wat de kleurwoorden dan wél uitdrukken als het geen kleur is.

In de antieke cultuur van Homeros' tijd waren veel van de kleuren die wij normaal vinden in onze omgeving niet aanwezig. Wij leven in een overvloed van artificiële kleuren, al van in de wieg. Die artificiële kleuren, argumenteert Gladstone, waren in Homeros' tijd over het algemeen tussentinten en 'natuurlijke' kleuren (plantaardige pigmenten bijv. op kleding, keramiek), die niet uitnodigden tot het uitdenken van een kleursysteem. Wij zijn nu in staat de tinten, intensiteit en verzadiging van kleuren te onderscheiden (en we proberen het onze peuters zo snel mogelijk aan te leren), maar dat is een verworvenheid die langzamerhand gekomen schijnt te zijn.
Homeros' kleurperceptie had alles te maken met de hoeveelheid licht die op een object valt en dus met intensiteit en verzadiging. (Of light, shadow and darkness thus regarded, Homer had lively and most poetical conceptions.)

Ik heb tijdens het schrijven van dit bericht mezelf voortdurend moeten afremmen om niet veel meer op te schrijven, zo boeiend vind ik de tekst van Gladstone (ik weet het, ik weet het, de gustibus...). Maar ik zal me voor de laatste alinea's beperken tot de paar kleuren waarmee ik begonnen ben. Want wat betekenen die nu?

Over porphyreos is Gladstone duidelijk: het is een donkere kleur. Eerder dan purper, rood, bruin, of zelfs zwart is de zee met dit adjectief dus eerst en vooral een donkere zee. Als er glinsteringen op de zee te zien zijn gebruikt Homeros een ander adjectief.

Chloros is een interessant woord. Gladstone kan ermee perfect illustreren hoe rijk de variatie is die Homeros met zijn (pseudo-)kleurwoorden kan bereiken. De twijgen in Odysseus' bed, die chloras zijn, kun je je onmiddellijk voor ogen halen als fris, vers, jong en groen. Voor Gladstone is het sleutelwoord 'vers', in de betekenis van 'glanzend'. Dit chloras zit hoog op de schaal van lichtheid, neigend naar wit. En honing? Honing is lichtgeel van kleur en glanst. Maar chloros, als het gebruikt wordt als de kleur van een doodsbang gezicht, kun je moeilijk fris noemen. Hier moet het 'bleek' betekenen. Het bevindt zich aan de zwakke kant van de lichtheidsschaal. Een bewijs dat chloros waarschijnlijk nergens 'groen' betekent bij Homeros vindt Gladstone o.a. bij een Griekse auteur drie eeuwen later: Euripides. Die spreekt ergens over αἵματι χλωρῷ (haimati chlorooi), wat je onmogelijk met 'groen bloed' kunt vertalen. Het is vers vergoten bloed ;-)

zondag 12 april 2015

Sociologie en het Imperium Romanum


Een zekere Fouad Gandoul (politicoloog) heeft in Knack op 10/04/15 een artikel gepubliceerd. Ik heb even geaarzeld of ik er hier iets over zou zeggen. Het is zo'n slecht stuk, in alle opzichten, dat ik mijn ogen niet kon geloven. Plaatsen ze tegenwoordig zoiets in Knack? Fouten tegen het Nederlands, die door een eindredacteur eruit gehaald hadden moeten worden (al is het moeizaam waden in de woordenbrij), een chaotische redenering die bevestigt wat hij aanvalt, een nodeloze opeenstapeling van wat vermoedelijk politicologisch vakjargon is, verdraaiing van de geschiedenis om het eigen betoog geldigheidswaarde te geven, een eraan bungelende slotzin met een toekomstvoorspelling, die wordt gebruikt als een soort argument...

Zo, ik hoop dat ik u hiermee alvast voldoende subjectief en negatief beïnvloed heb. Nu moét u wel gaan controleren of ik al dan niet uit mijn nek klets.

Gandoul presenteert een betoog over Belgische Marokkanen in de criminaliteitscijfers. Gezien zijn opleiding en affiniteit - hij is secretaris van EmBeM, ofwel, in goed Belgisch, Empowering Belgian Muslims - een te verwachten onderwerp. In de reacties bij dit artikel vindt iemand dat het 'Marokkaanse Belgen' hoort te zijn. Tot daar aan toe, voor mij zou het eigenlijk of/of moeten zijn, maar anyway, deze mensen worden 'in de visie van Bart De Wever uitgesloten uit de maatschappij en hun sociale segregatie wordt erdoor bestendigd.' (BDW is een van de hoofdpersonen in het artikel.)

En het kan anders. "In het antieke Rome was het mogelijk voor een Noord-Afrikaan (Septimius Severus, 193-211 AD) om keizer te worden van het imperium. Diversiteit was een meerwaarde en versterkte het imperium! De ondergang van Rome kwam op gang door sektarisch geweld, een beklemmend identiteitsgevoel en uitsluitingsmechanismen jegens minderheden (in het bijzonder de Germaanse barbaren)."

Diversiteit, meerwaarde, sektarisch, identiteitsgevoel, uitsluitingsmechanismen, minderheden...
Kan dat wel, Fouad, hier citeren uit een cursus hedendaagse sociologie? Misschien omdat je nooit een cursus geschiedenis gevolgd hebt?

zaterdag 11 april 2015

Sokrates' dood


Interessante video over het schilderij 'De dood van Sokrates' van Jacques-Louis David. Even wennen aan het amerikaanse Engels van de commentator :-)


https://www.youtube.com/watch?v=rKhfFBbVtFg&feature=youtu.be
Foto: http://images.metmuseum.org/CRDImages/ep/original/DT40.jpg

vrijdag 10 april 2015

Cultureel jargon


"De beeldhouwer Polykleitos (...) stelde een canon op dat nu nog altijd op kunstacademies wordt gebruikt." (Inge Schelstraete over de tentoonstelling 'Griekse beeldhouwkunst' in Londen - in De Standaard vandaag).

De kanon gebruiken zou ongetwijfeld wat te riskant zijn.

dinsdag 7 april 2015

Wie zijn de Romeinen?


Een tijdje geleden was ik op dit blog nieuwsgierig naar connecties tussen Mohammed en de Romeinen van zijn tijd.  De 30ste soera in de koran heet ar-Roem, De Romeinen, die in de eerste verzen het voorwerp zijn van een 'wonderbaarlijke' voorspelling. Wonderbaarlijk, omdat al heel snel bleek dat het klopte als een bus:

De Byzantijnen zijn verslagen
in het naastbijgelegen land 
maar nadat zij verslagen werden
zullen zij verslaan over enkele jaren. (30:2-4)

Waarschuwingen en profetieën is waar koranexegeten zich mee bezig houden, omdat precies weten wat Allah wil communiceren in dat boek van levensbelang is voor de gelovigen. Bovenstaande uitspraak was duidelijk te begrijpen qua onderwerp, tijdslijn en gebeurtenis. Maar soms hebben koranverzen het karakter van de raadseltjes waarmee in sprookjes boosaardige dwergen onschuldige mensen kwellen. Dan kom je pas te weten wat ze echt betekenen op het moment dat de profetie uitkomt. Zoals de volgende:

De kamelenherders zullen met elkaar wedijveren in het optrekken van hoge gebouwen en ze zullen erover opscheppen. 
(Aldus de Profeet in al-Boechari 50)

Het betreft hier (bijna) ongetwijfeld, de wedijver op het Arabische schiereiland van de laatste jaren tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië bij het bouwen van wolkenkrabbers van 800 meter en hoger.

Op dit punt gekomen is het misschien nuttig te verduidelijken dat ik geen korankenner noch -gelovige ben. Ik citeer slechts uit enkele mohammedaanse geschriften ;-) Wat ik daarin over de Roem gevonden heb is fascinerend.

De aanleiding voor mijn nieuwe onderzoek naar de Romeinen in de moslimsfeer was een fragment uit het (sorry) ronkend retorische geraaskal van een IS-ploegbaas van een maand geleden. Ik zal het in kleine lettertjes zetten, dan lijkt het beter te behappen (de hele lap vind je hier).

O Crusaders, if you are betting on Salahuddīn, hoping for Mosul, dreaming of Sinjār, al-Hawl, Tikrīt, or al-Hawījah, or dreaming of Mayādīn, Jarābulus, al-Karmah, Tal Abyad, al-Qā’im, or Darnah, or dreaming of capturing a forest in the jungles of Nigeria or capturing nests of wild plants in the desert of Sinai, then know that we want Paris – by Allah’s permission – before Rome and before Spain, after we blacken your lives and destroy the White House, the Big Ben, and the Eifel Tower, by Allah’s permission, just as we destroyed the palace of Chosroes before. We want Kabul, Karachi, the Caucasus, Qom, Riyadh, and Tehran. We want Baghdad, Damascus, Jerusalem, Cairo, Sanaa, Doha, Abu Dhabi, and Amman. The Muslims will return to mastership and leadership in every place. Here is Dābiq, Ghouta, and Jerusalem. There is Rome. We will enter it and this is not a lie.

Ik vroeg mij eerlijk gezegd af wat Rome daar in dat rijtje kwam doen. Het Vaticaan als opperbaas van de kruisvaarders? Het kan. Maar als dit heerschap zijn koran en ahadith een beetje kent zou het wel eens met het volgende te maken kunnen hebben.

De Roem duiken namelijk ook op in (eerder onrustwekkende) voorspellingen over de Laatste Dagen van de wereld, wanneer Allah de mensheid zijn eindafrekening presenteert. (meer hierover)

1. Mohammed heeft zijn volgelingen op een gegeven moment ingelicht dat het volk van de Islam in de Laatste Dagen strijd zal leveren tegen de Roem, en dat zal gebeuren in wat nu noord-Syrië is en Anatolië (Hadith van Muslim 2897). De hadith heeft het met name over Dabiq (zie IS-fragment hierboven). Verder in deze profetie zal het mohammedaanse leger de overwinning behalen en de stad Istanbul innemen.
2. In Muslim 2899 wijst de Profeet richting de Levant en zegt dat de moslims en de vijand daar tegenover elkaar hun stellingen zullen innemen. Men vraagt hem: "Bedoelt u de Romeinen?" Zijn antwoord is "Ja".
3. Mohammed gaat verder met een beschrijving van het gevecht. 'Het is zo verschrikkelijk intensief dat, als een vogel over hun stellingen zou vliegen, hij niet tot het einde ervan zou geraken, maar eerder dood zou neervallen'. (Profetie-uitleggers zien hier een duidelijke vingerwijzing naar luchtbombardementen.)
4. Na de val van Istanboel komt de afwikkeling van de gebeurtenissen van de Laatste Dagen. De Valse Messias verschijnt en zaait verwarring, evenals Gog en Magog, de Roem verliezen Istanboel en na de strijd en chaos zal op de Laatste Dag de mensheid slechts uit een meerderheid van Romeinen blijken te bestaan (Hadith van Muslim 2898). De slechteriken dus.

Dit is het voorbeeld van een voorspelling waarvan wij zeker weten dat die nog niet uitgekomen is. Gelovigen hebben één troost: Allah zal vóór de gebeurtenissen een krachtige wind sturen en hen meevoeren naar veiliger oorden. Zo moeten ze de wereldbrand niet meemaken. Maar er blijft toch één cruciale vraag over.

Wie zijn die Romeinen? 

Vergeet niet: het hierboven beschrevene speelt zich in de toekomst af.
Wie je tegenwoordig als Romein kunt bestempelen is een inwoner van Rome. De Romeinen in Mohammeds tijd waren Byzantijnen en aan hun rijk, zeggen de geschiedenisboekjes, kwam een einde in 1453. Zal 'Europa' of de Europese Unie zich ooit 'Rome' of 'De Verenigde Romeinse Staten' noemen? Een raadspelletje voor wie niets anders omhanden heeft.

Maar als mohammedaan geloof je met hart en ziel dat alles wat in de koran en in de authentiek verklaarde ahadith staat waar is. En als je dan niet weet wie er met die Roem bedoeld worden, hoe kun je je dan voorbereiden op die verschrikkelijke tijden? Misschien is er wat dat betreft licht in de duisternis gekomen.

Op 20 februari dit jaar heeft de gedreven mohammedaan Musa Cerantonio een paper (45 blz.) gepubliceerd met wat volgens hem de oplossing is van het Romeinenraadsel. Ik heb er uitbundig uit geput voor dit artikel. Musa is wel wat ziek in het nadrukkelijkheidsbedje, als het erop aankomt de zuiverheid van zijn geloof te bewijzen, maar het blijft goed leesbaar. U kunt het nu zelf lezen en hier kan ik dus stoppen. Maar daar heb ik even geen zin in. Als ik deze meneer niet correct aanhaal kunt u nog altijd een commentaartje plegen.

Musa is historicus van opleiding (Australië) en pakt de kwestie van de Roem-identiteit analytisch en eliminerend aan. ("What defines Rūm?")

1. Is het een plaatsbepaling? Nee, want die is in de loop der eeuwen geregeld veranderd, verschoven. Trouwens, dat wordt bevestigd door de koran en de soenna (die Roem situeren op de locatie waar het zich bevindt ten tijde van het neerschrijven van de teksten, en daar kunnen eeuwen tussenliggen.)
2. Is het een staatsvorm? Nee, want Rome heeft er verschillende gekend en trouwens, de koran en de soenna zeggen er niks over.
3. Is het een ethnie, of een stam? Voor ons is het antwoord wel duidelijk, maar Musa doorloopt toch de hele geschiedenis vanaf het ontstaan van Rome tot het keizerrijk, vanaf de Sabijnen tot de Daciërs en alles daartussen, om te concluderen: nee. En trouwens, nergens in de koran en de soenna wordt er iets over gezegd, behalve dat de Bani Al-Asfar een Romeinse stam zijn. De wie? Even niet op ingaan, want één stam maakt nog geen hele Roem. Lees de pdf en alles wordt duidelijker :-)
4. Is het de taal? Aangezien het Romeinse rijk twee officiële talen had - Latijn en Grieks - is het antwoord duidelijk. En nergens in de koran en de soenna krijgen we te horen dat Roem een specifieke taal spreekt.
5. Is het godsdienst? Polytheïsme, christendom, judaeïsme, mithraïsme passeren de revue. Dus nee.

Musa heeft duidelijk narratieve talenten, want na heel deze opsomming begon ik toch echt nieuwsgierig te worden naar het juiste antwoord. En dat krijgen we dan op blz.13.
"Rūm is a political state that is identified by nothing other than political affiliation." Dat moet de historicus in hem zijn, het toch niet kunnen laten om moeilijke woorden te gebruiken. Een beetje verderop is hij duidelijker: "Alleen de politieke identiteit is van belang".

Goed. Weten we nu eindelijk wat Roem in de Eindtijd vertegenwoordigt?

Nog 30 bladzijden te gaan en zo lang zal ik het niet trekken. Vanaf nu komt het kort-door-de-bocht-werk. U kunt tenslotte zelf een check doen in de authentieke tekst.

Het is een misvatting dat het Romeinse rijk ophield te bestaan in 1453. De Profeet zelf heeft het over de Roem in toekomstige gebeurtenissen en dat betekent dat er zonder enige twijfel Roem zullen bestaan in de Laatste Dagen en dat zij zijn blijven bestaan onder een nieuwe identiteit. Die identiteit werd a.h.w. 'overgeërfd' door een nieuwe macht.

Hier begint Musa weer met hetzelfde narratieve procédé van eliminatie van mogelijke kandidaten-erfgenaam (er zijn er een paar leuke bij, Rusland bijvoorbeeld), maar dat wil ik hier overslaan en uitkomen bij 'En de winnaar is...':
The successor to the Byzantine Empire and thus the inheritor of the title Rūm was the Ottoman Empire who defeated the Byzantines and absorbed all of their lands, just like the Byzantine Empire absorbed the lands of the Roman Empire.

En als u het niet gelooft: hier komt het bewijs. De eerste ottomaanse heerser Muḥammad Al-Fātiḥ beschouwde zichzelf als de erfgenaam van de Roem-natie en noemde zich keizer van Rome (Qayṣar Al-Rūm) en zijn rijk 'het nieuwe Rome'. Vele eeuwen later noemden mohammedanen Anatolië nog altijd Roem en de inwoners noemden zich Roemi. Zelfs de christelijke patriarch van Konstantinopel erkende namens de orthodoxe kerk Al-Fātiḥ als de Caesar van Rome en het Ottomaanse Rijk als de echte erfgenaam van Rome.

Nog even geduld, we zijn er bijna. En nog niet helemaal, want nu bestaan er geen ottomanen meer. Maar de aap begint uit de mouw te komen. Want wat/wie is de volgende nieuwe politieke erfgenaam? Juist.

De Turkse republiek. Kemal Pasja Atatürk ('one of the most despicable men of recent history' aldus Musa) zette de mohammedaanse ottomanen af en stichtte een seculiere staat, waarbij hij zelfs het westerse alfabet overnam. Onze Musa Cerantonio laat nu op blz. 29 en 30 het masker van de historicus vallen en analyseert het Romeinenvraagstuk als mohammedaanse gelovige.

'De wetgeving behoort onvoorwaardelijk toe aan de Staat' zegt de Turkse grondwet van 1920.
'De wetgeving behoort aan niemand anders toe dan Allah' (Koran 12:40)

Zolang de Roem mohammedaans waren gebleven zou het wel gegaan zijn met de verstandhouding in het Midden-Oosten, maar nu afvalligen de politieke identiteit van de Roem bezitten betekent dat dat de voorspellingen over de Laatste Dagen akelig dichter bij komen.


zaterdag 21 maart 2015

Vergilius toepassen


Van radio- en televisiemensen mag je verwachten dat ze zich zo nu en dan verspreken. Het is zo gebeurd en meestal kunnen ze zich daar elegant uit redden - als zij door hebben dat ze ernaast zitten. Voor culturele ornamentjes in hun discours vertrouwen ze (indien niet voorbereid) op de parate kennis van hun culturele bagage. Dat kan wel eens verkeerd uitdraaien, zoals ik in het verleden op deze bladzijden constateerde. Een Lieven Verstraete die de strenge maatregelen van de Griekse wetgever Draco in de mythologie situeerde, of een Claude Blondeel die Penelope op de thuiskomst van Agamemnon liet wachten. Oeps. Verba volant. En je kunt ze live niet meer inslikken.

Maar scripta manent.

Als dan zo'n spreekjournalist de pen ter hand neemt en boekambities heeft zal hij gretig de gelegenheid te baat nemen om een doublecheck te doen van de culturele stoffering van zijn tekst, nu het kan. Denk je.

Nee dus. Toch niet als je Jef Lambrecht heet. Hij mocht vandaag op de opiniebladzijden van De Morgen met een 'voorproef' zijn boek promoten dat in mei uitkomt. Het heet 'IS'. Titel van het artikel in de krant: 'Vergilius was deze week ook van toepassing in Tunis'. Tja, meer is niet nodig om mijn aandacht te krijgen. Ook al zag ik niet goed hoe je een Vergilius kunt toepassen.

Snel bleek dat 'Vergilius Toepassen' betekent dat je slordigweg een citaat tussen je tekst gooit.

Jef heeft het over het Bardomuseum in Tunis: 1. de bloedige aanslag daar - 2. citaat Vergilius - 3. idyllische beschrijving van het Bardomuseum. Hier komt het:

"...De aanslag van woensdag volstond om die droom op te blazen.
"Apparent rari nantes in gurgite vasto", schreef Vergilius. "Hier en daar verschijnen zwemmers in de kolkende massa."
In het wijde, witte Bardomuseum..."


Zwemmers? Wat doen die daar op land? Kolkende massa? Een ander woord voor maalstroom? Is het misschien overdrachtelijk bedoeld? Waar is dan het aanknopingspunt? Psychologen doen soms van die tests waarin ze hun proefpersonen op het verkeerde been zetten om dan de compleet gedesoriënteerde geest te bestoken met de pertinente vragen waarop het relevante antwoord verwacht wordt.

Hier lijkt het effect eerder een bijproduct van Jefs literaire stijl, maar de eerste kennismaking ermee had wel een grondig wantrouwen tegenover een verdere Toepassing van Vergilius opgeroepen. Een gewettigd wantrouwen, zoals blijkt na de Bardobeschrijving. Want nu trekt Jef het hele register open. (Gevoelige zielen slaan volgende passage beter over.)

"In zijn boek bevindt de dichter zich in het paleis van koningin Dido, de stichtster van Carthago, gelegen op een heuvel vlakbij het museum. Van daaruit zien ze 'drenkelingen in de kolkende zee' naar de kust zwemmen na de schipbreuk van hun boot: de Trojanen die na de verwoesting van hun stad in de baai zwalpen."

- Vergilius figureert niet in zijn Aeneis en staat dus ook niet samen met Dido vanuit het paleis te kijken
- Ook Dido staat daar niet te kijken en ziet dus geen drenkelingen zwemmen
- Dido leert de Trojanen pas kennen als zij een gezantschap naar haar toesturen
- Aeneas' vloot lijdt voor een groot deel schipbreuk, maar met zeven schepen kan hij landen op de Carthaagse kust en zijn schepen min of meer verbergen voor eventuele vijanden
- zij zwemmen dus niet aan land, maar varen aan land
- 'de zwemmende drenkelingen in de kolkende zee' is een beroemde zinsnede in de passage over het noodweer dat de Trojanen teistert, maar heeft geen connectie met toeschouwers, behalve dan Aeneas op zijn schip

En 'de Trojanen die na de verwoesting van hun stad in de baai zwalpen' is behoorlijk kort door de bocht, maar we zijn nu over niets meer verbaasd.

Het artikel gaat nog een hele tijd door over Tunis en zo, hangt met haken en ogen aan elkaar en zou misschien beter overkomen in een gesproken reportage, maar ik ben natuurlijk wat bevooroordeeld nu. Lees zelf maar. Tot het bittere einde. Want dat is er, en het is een afscheidsschot in stijl.

"De ridders van de nieuwe terroristische mogendheid, de Islamitische Staat hadden andermaal toegeslagen. Vergilius was zoals steeds van toepassing. Uit de Aeneïs ontsnapten de gevleugelde woorden "Nox atra cava circunvolat umbra" (de nacht omgeeft ons met zijn zwarte schaduw) en "Bella! Horrida bella!" Oorlog. Vreselijke oorlog."

Welke toepassing? In die zwarte nacht ontvluchtte Aeneas zijn geliefde Troje op weg naar zijn lotsbestemming. Is er een parallel te trekken? Doe het dan, want er komen meer zwarte nachten voor in de Aeneis.
En, zucht, bella is meervoud. Oorlogen.

Jef Lambrecht heeft een hele carrière als spreekjournalist achter de rug. Het Peter Principle lijkt toch een zekere geldigheid te hebben. Althans in het voorproefje hier.

vrijdag 20 maart 2015

Het nieuwe Latijn


"Nee, ik staar me niet blind op het nieuwe Latijn van input en output, taxatie-instrumenten, optimalisering, auditing en monitoring want een dosis verkoelende technocratie kan onze overhitte en warrige justitie wel gebruiken."
Aldus vrederechter Jan Nolf vandaag in De Morgen in een uitstekend en - om het eens ouderwets te zeggen - met hartstocht geschreven artikel.

En wat verder: "...zullen gerechtsdeurwaarders de hele procedure kunnen overslaan en beslag kunnen leggen op basis van een "machtiging, langs elektronische weg verkregen door een centrale autoriteit". Dat laatste lijkt wel Newspeak uit het boek 1984."

"Λόγος δυνάστης μέγας εστίν", zei Gorgias van Leontini (5e eeuw v.C.) in zijn Lof van Helena. "Het woord is een machtig heerser". Op het eerste gezicht sluit deze uitspraak naadloos aan bij de vorige. De macht, die zich van het woord bedient bij haar gevoelloze uitoefening. Of, sterker, bij Gorgias als de personificatie van de menselijke spraakvermogens.

Maar verrassend genoeg vervolgt Gorgias: "Met een heel klein en onzichtbaar lichaam verricht het de meest goddelijke daden: want het heeft de macht angst te stoppen, smart te stillen, blijdschap te wekken en medelijden te verdiepen." (Bron)

De heerser als weldoener van de mensheid. Het helende effect van woorden was een thema in de antieke Griekse maatschappij. Poëzie helpt de lijdende mens. Retorisch talent dient gebruikt te worden ter verlichting van het menselijk gemoed. Gorgias zou ook Hippokrates (de dokter) hebben bijgestaan bij de formulering van zijn geschriften. Als je Gorgias' leven bekijkt - hij werd 108 jaar oud en zo rijk dat hij het orakel van Delphi een gouden standbeeld, van hemzelf, op ware grootte, kon schenken - zou iemand misschien kunnen denken dat God hem op die manier beloonde voor zijn naastenlievende opvattingen: maar niet Gorgias. Hij argumenteerde dat er niet zoiets als een god kan bestaan.

Terug naar het heden.

En naar het schril contrast met onze Belgische heersers. Jan Nolf had ook Kafka nog kunnen citeren, maar Orwell lijkt meer dan genoeg. Iedereen weet dat in diens roman 1984 'de enkeling ten onder gaat in een volkomen kansloze strijd tegen een totalitair bewind', dat gebruik maakt van de taal 'Newspeak' om de gedachten van de mensen te controleren en te censureren.
En nu staat België op de rand van de afgrond? Nolf : De vraag zal dan vooral zijn (...) of het machtsdenken en het corporatisme het in de piramide van het Poelaertplein weer zal halen op het basiswerk voor de rechtzoekende. Geen heling te vinden, hier...

Maar om het Latijn mee te trekken in deze poel van justitieel verderf als prototype van nauwelijks te begrijpen technospeak?
Slechte ervaringen opgedaan in het middelbaar en hoger onderwijs, meneer Nolf?

dinsdag 3 maart 2015

Augoetin Poegustus


Even lekker rillen bij de titel. Het is zoals de kruising tussen een leeuw en een tijger. Je krijgt een teeuw of een lijger.

Iedere keer als ik de laatste jaren de Augustus van Primaporta zag opduiken op mijn scherm kwam een ander gezicht als stoorzender eroverheen. In mijn hoofd, wel te verstaan. Ik had dat vroeger ook met Osama bin Laden en Julia Roberts. En ja, Robertsfans, ik ben niet goed wijs. Maar doe toch maar eens de oefening.

Ik heb het gedaan met Poetin en Augustus. Hetzelfde platgenepen mondje, de jukbeenderen, dezelfde neus, dezelfde oogschaduwen. Mutatis mutandis uiteraard, we hebben tenslotte met een mediterraan en een slavisch type te doen. Het gezicht van Poetin zou ietsje kleiner mogen, met wat meer voorhoofd, maar daar hield de mij beschikbare foto helaas op.

En nu is het wachten op Augustuskenners die ons met redenen omkleed kunnen vertellen of er misschien nog meer gelijkenissen tussen beide personen te ontdekken vallen...

(Do you find more similarities - other than their appearance -,  between the two characters above? Don't hesitate to write:-)

Postscriptum: Niet in dezelfde geest, maar toch parallel, zag ik afbeeldingen op http://b4-16.tumblr.com/

zaterdag 7 februari 2015

Stella quarta decima fulgeat


En we blijven in de Verenigde staten, waar senator Joe Benning van de staat Vermont een bill heeft ingediend om de staat een officieel Latijns motto te geven. Stella quarta decima fulgeat.

Uitstekend Latijn en blijkbaar een suggestie van een middelbare scholier. De senator luistert naar zijn constituents. Prima gezien, toch, als de USA zelf ook een Latijns motto koestert? Vermont is de 14e ster op de Amerikaanse vlag, moge zij schitteren!
Het is nog maar een wetsvoorstel, en Benning verwachtte ook negatieve commentaren van zijn medepolitici. "I anticipated suffering the backroom internal joking from my colleagues in the legislature". Maar wat volgde had hij niet voorzien.

Een plaatselijk nieuwsstation stelde op 14 januari deze vraag op zijn website en Facebook: "Should Vermont have an official Latin motto?" Er kwam, eerst, een stortvloed aan commentaren in de geest van: “That’s a BIG NO, if you live in the United State YOU need to learn ENGLISH!!” Maar daarna kwam een reactiestroom op gang van - laten we ze de culture bloggers noemen: "Am I reading these comments right? Many of you think the ancient language called Latin is what 'Latinos' speak? Dear terrorists: No need to attack us anymore - we're imploding from within via mass ignorance." Honderden en honderden commentaren blijven (bleven?) binnenstromen. Heel het land begon zich ermee te moeien. En ik heb nog nooit zoveel Latijn op een gewone-mensen-website zien passeren ;-) Ga zelf eens een kijkje nemen.

Een column-schrijver: "And really, it’s only the tip of the iceberg. For every commenter who didn’t know the difference between Mexico and Rome, there were ten who were apoplectic over the notion that Our Representatives Are Wasting Their Time (as if this bill will take more than a few minutes anywhere), and that Joe Benning is a moron who should be voted out of office and/or evicted from Vermont."

Leve de democratie van de sociale media.

Homerus' Ilias, eerste editie


Slate's culture blog? Tot gisteren nooit van gehoord, maar de titel "Sing, O Muse, of the Campiest Moment From The Boy Next Door" deed een belletje rinkelen (hat tip, Katinka :-).

Wat ook de intrinsieke bedoeling was: in een kersverse film met Jennifer Lopez krijgt haar personage, a high school classics teacher, compleet met nerdy bril op de neus, een eerste editie van Homerus' Ilias cadeau, from the boy next door, die smoor is op haar. Het artikel (van een Amy Heidt) maakt zich in het lang en het breed vrolijk over dit zoveelste domme Hollywoodproduct: "Een eerste editie van de Ilias?" zegt Jennifer, "Kan ik echt niet aannemen, het moet een fortuin gekost hebben." En de boy: "Helemaal niet, ik heb het tussen wat rommel op een garage sale gevonden".

Wat een aantal (culturele?) commentaren genereerde, onder meer
- He didn't buy it at a garage sale. He bought it at a catacombs sale.
- This is just the way stupid people who make stupid movies imagine smart people.
- He only spent $3.48. http://www.abebooks.com/book-search/title/iliad/author/homer/first-edition

Iets valt hiervan misschien nog te redden: classics teachers  >>> smart people :)

zaterdag 22 november 2014

Penthesileia


...en lukte het me niet een jongen naar mijn hol te slepen. Als een kleine Amazone richtte ik in mijn fantasie mijn pijlen op iedere prooi die voorbij liep en woonde hem zoals Penthesilea (koningin van de Amazones) dat deed als seksslaaf uit tot ik was uitgespeeld.

Halina Reijn (actrice, schrijfster en columniste in De Morgen 19/11)

Een jongen uitwonen tot je bent uitgespeeld. Klinkt heftig. En helemaal in de spirit van de nieuwe jong-en-je-wilt-wel-eens-wat-metamorfose van de Zalmbode. Reijn had nog heel wat meer seksegerichte bedenkingen, want het was blijkbaar internationale mannendag. Hierboven vindt u de link. Op het einde van haar stukje liet ze merken dat ze zelfs Bronnen geraadpleegd had: "Manless, without husbands" staat er bij de etymologie van het woord Amazonen op Wikipedia.

Wikipedia heeft nog veel, veel meer over Amazonen. Bijvoorbeeld een uitgebreide etymologie, waar bovenstaande vertalingen maar een klein onderdeeltje van zijn, maar het is begrijpelijk dat Reijn deze, in haar betoog passende, omschrijving kiest: haar jacht op een man levert geen resultaat op. Handige afsluiting.

Spijtig natuurlijk dat zij bij haar bronnenraadpleging in het artikel van Wikipedia bij de vierde regel is blijven steken, terwijl er nog een 200 te gaan waren. En passant had ze ook even Penthesileia kunnen controleren, volgens het journalistieke adagium check-and-double-check. Maar helaas voor haar valt ze al meteen door de slordigheidsmand. Het natte-vinger-werk is tegenwoordig blijkbaar het criterium voor steeds onbenulliger wordende krantencolumns.
(Onder het label 'kemel' vindt u er nog zo een paar.)

Amazones hebben waarschijnlijk wel bestaan, maar we kennen hen slechts uit de ontelbare Griekse verhalen die van een levendige fantasie getuigen. En als er nu eens iets niet daarin te vinden is, is dat zij 'mannen uitwonen', Penthesileia niet uitgezonderd. Amazonen waren een soort beroepsmaagden. Mannen vonden ze één keer per jaar bij de buren of bij overwonnen vijanden, om hun voortplanting te verzekeren. Niks joligs aan, overlevingsnoodzaak. In Athene stond hun strijd tegen de Grieken wel bovenaan de legendenlijst. Om het met Eva C. Keuls* te zeggen: zij waren the mythological archetype of the battle of the sexes ofte The Universal Male Nightmare.

Penthesileia (Πενθεσίλεια) vecht in de Griekse epische traditie met haar amazones aan de kant van de Trojanen vóór Troje tegen de Grieken. Na opvallende wapenfeiten komt zij oog in oog te staan met de held Achilles en delft het onderspit. Op het moment dat hij haar doodt en haar de helm afdoet wordt hij overweldigd door een hartstochtelijke liefde voor haar. Helaas.

Heinrich von Kleist (1808) draait de rollen om, en laat Penthesileia Achilles doden en verscheuren (met haar honden). Het drama eindigt met de zelfgewilde dood van Penthesileia. Deze versie van Von Kleist is heel populair geworden en heeft veel navolgers gekend.
Maar zelfs de hartstochtelijk verliefde Penthesileia van Von Kleist houdt het heel keurig op het podium.

Om nog even op het thema 'seksslaaf' verder te borduren: er bestaat een mythe waarin een held als slaaf van een vrouw fungeert. Krachtpatser Hercules heeft het verkorven bij de god Apollo en moet van het orakel voor straf drie jaar lang de voetveeg worden van de Lydische koningin Omphale. Afgezien van allerlei vernederingen, die in de Griekse wereld als schandelijk voor een man ervaren werden (hij moet vrouwenkleren dragen, helpen met wol spinnen, enz. ;-), verwekt hij ook drie kinderen bij haar. Dus ja, hier komt seks aan te pas. Maar Omphale was geen amazone.

--------------------------------------------------
* Eva C. Keuls "The reign of the phallus"

woensdag 29 oktober 2014

Een culinaire homo sapiens


...de ‘sapiens’ in homo sapiens duidt enerzijds op het Griekse woord ‘sophia’ (wijsheid) en anderzijds op het Latijnse woord ‘sapere’ (proeven).

Een leraar die een zin als deze in het opstel van een leerling ziet staan, reageert meestal mild op een dergelijke goed bedoelde etymologische opmerking, die nog duidelijk het gebrek aan ervaring weerspiegelt bij de zoektocht naar de oorsprong van woorden.

Hij maakt zijn pupil dan duidelijk dat dit Latijnse woord niet op het Grieks duidt (tenzij via de lange regressieve omweg van het Proto-Indo-Europees), maar gewoon samenhangt met het Latijnse woord sapientia, dat net zoals sophia 'wijsheid' betekent. En dat sapere, naast 'wijs zijn' inderdaad ook 'proeven' betekent, maar dat de laatste betekenis in deze context nooit bedoeld is bij het benoemen van de homo sapiens.

Als echter bovenstaand citaat op de opiniepagina van de zelfverklaarde kwaliteitskrant De Standaard te vinden is (28/10/2014) en is voortgevloeid uit de pen van een, ook zelfverklaarde, professor ethiek, filosofie en medische filosofie aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool, namelijk Ignaas Devisch, dan kan men zich afvragen of een filosofie-opleiding echt wel zo helder leert denken en formuleren als ze beweren.

Ignaas had een darling: hij wilde zijn opiniebetoog (het ging over politiek, en schijnheiligheid, en maatschappelijke sferen) afronden met een uitgesponnen vergelijking waarin de 'proevende mens' de hoofdrol speelt. Om te oordelen, moeten we proeven. En met een taalkundig slimmigheidje: De mogelijkheid daartoe zit in onze soortnaam ingebakken ('ingebakken', hebt u hem?) was hij gelanceerd en moest de homo sapiens er aan geloven.

Luisteren is proeven en spreken is koken. Dat maakt samen een maaltijd uit. Daarna kan het oordeel volgen en ook al hoeven we niet elkaars recepten klaar te maken, het minste wat we kunnen doen, is uitleggen waarom het recept van de ander geen goede maaltijd heeft opgeleverd.

Iets zegt mij dat Ignaas soms naar televisie kijkt. Onze pastoor zou het niet beter gekund hebben: met slimme woordspelingen de mensen pakken waar hun interesses liggen in het dagdagelijkse leven. Ethiek voor het kijkvee.

zaterdag 11 oktober 2014

In zeven dagen een pontonbrug


De website Port-of-Antwerp doet niet aan valse bescheidenheid. Wij lezen: de bouw van de Pontonbrug over de Schelde ter hoogte van het Steen is een technisch huzarenstukje.

Een liefkozend verkleinwoord voor zoiets knaps (Van Dale: 'kranige, stoutmoedige, geslaagde en snelle prestatie'). 370 meter lang en in maar zeven dagen tijd in elkaar gestoken. En na drie dagen weer afgebroken. Fijn voor de Benelux-krijgsmacht, dat ze vorige week nog eens wat praktijk te doen kregen en zich als makers konden profileren in plaats van kapotmakers. En fijn dat Antwerpen zich nog eens kon koesteren in wereldmedia-aandacht. Wie de brug-van-drie-dagen betaald heeft heb ik niet opgezocht. In deze tijden van overvloed zal het zeker niet met ons belastinggeld gebeurd zijn.

Het ding was voor de rest natuurlijk compleet nutteloos, tenzij als bron van ontspanning: koning Filip heeft duidelijk genoten van zijn rol in 'De Vlucht Over De Schelde'.



Maar pet af voor de vakbekwame pontonniers die in 1914 drie van dergelijke, wel nuttige, bruggen over de Schelde aanlegden. Honderd jaar techniek geleden konden zij dat blijkbaar ook al in 7 dagen. Alle details zijn terug te vinden in dit degelijke document.

Wat zouden ze bij Port-of-Antwerp zeggen over een dubbele pontonbrug van 3 kilometer lang die, alweer in 7 dagen, klaar was, 2494 jaar techniek geleden?

In het jaar 480 v.C. vatte de Perzische koning Xerxes het plan op Europa voor de tweede keer binnen te vallen (zo zegt Herodotos in het 7e boek van zijn Historiën) en Griekenland bij zijn rijk te voegen. De eerste poging stamde van zijn vader Darius, 10 jaar eerder. En bij twee invasies vanuit die hoek zou het niet blijven, zoals wij nu allemaal weten; gewoon 'Perzen' vervangen door 'Hunnen', 'Arabieren', of 'Turken'.

Xerxes zag het als een strafexpeditie tegen Athene, dat zijn vader, Darius, beledigd had. Voor de Grieken was dit de oosterse mentaliteit in een notendop. De Perzische koning had onderdanen, in de letterlijke betekenis van het woord, die volgzaam moesten doen wat hen gezegd werd, en Athene was ongehoorzaam geweest. De Grieken waren op dat moment doordrongen van het gelijkheidsbeginsel in hun kersverse democratie en keken met verachting neer op de Perzische slavenmentaliteit. Dat verschil in mentaliteit wordt nu algemeen naar voor geschoven als verklaring voor de overwinning van een handjevol Grieken op een gigantische Perzische tegenstander. Daar raken ze in Griekenland niet over uitgepraat, en met reden (vind Griekenland op het kaartje).



Maar ik ging het over een pontonbrug hebben.

Het gebruiken van pontonbruggen had Xerxes thuis geleerd. Vader Darius had er al eens een laten bouwen over de Bosporus om het rijk van de Scythen binnen te vallen. Die brug was prima in orde en hield het onder de doortocht van het Perzische leger, zowel heen als terug, d.w.z. terug van een kale reis. Dat laatste was voorspeld aan Darius, maar die had niet willen luisteren. In 480 kreeg Xerxes ook verschillende waarschuwingen en voortekenen dat zijn expeditie faliekant zou uitdraaien, en hij bleek een even grote stijfkop als zijn vader.

Darius had alleen een vloot gebruikt, maar Xerxes zag het groter, een vloot plus een landleger, en dus moest hij de zeestraat het dichtst bij Griekenland oversteken: de Dardanellen. Of, zoals die in de oudheid heette, de Hellespont. Toen Xerxes met zijn leger vanuit de hoofdstad Susa aan de Tigris vertrok had hij deze veldtocht al drie jaar voorbereid. Langs het hele traject waren opslagkampen met voorraden voor het leger aangelegd. Er was een kanaal gegraven doorheen de landengte bij de berg Athos, zodat de vloot, veilig voor de gevreesde egeïsche stormen en stromingen, Griekenland gemakkelijker kon bereiken. En de pontonbrug over de Hellespont was af.

En dan ineens niet meer. Gewoon een stevige storm, en weg was de brug. Een duidelijk voorteken, maar Xerxes was ziende blind. Zijn reactie op deze tegenslag lijkt als twee druppels water op gedrag dat ook nu weer in die contreien in opmars is, en kan in drie woorden samengevat worden: onthoofding, zweepslagen, dreigementen. Respectievelijk (van) de architecten van de brug, (voor) het water van de Hellespont en (aan het adres van) de plaatselijke zeegoden. Na deze adequate maatregelen gaf hij het bevel tot de bouw van een nieuwe brug.

De nieuwe brug bestond uit twee parallelle pontonbruggen. Herodotos geeft een uitgebreidere beschrijving van de bouw in hoofdstuk 36 e.v.

De schepen van de parallelle bruggen lagen met hun voorstevens naar buiten gericht, om zo de sterke stromingen vanuit de Egeïsche Zee en de Zwarte Zee op te vangen. (In Antwerpen hebben ze dat om en om gedaan in de enkele brug.) Interessant is het gebruik van kabels over de gehele lengte van de brug, wat een historicus doet concluderen dat het hier eigenlijk een hangbrug betrof. (Om de sterke stroom te weerstaan werden de pontons onderling verbonden met kabels. Deze kabels kregen daarmee dezelfde functie als de draagkabels bij een hangbrug. H. de Jong, 'Over bruggen', 1983). De koning had voor dit doel gespecialiseerde kabelvlechters in dienst. Feniciërs maakten kabels van vlas, en Egyptenaren van, jawel, papyrus. En deze keer werd ieder van de 700 boten voorzien van zware ankers tot op de bodem van de Hellespont.

Een beroemde passage uit dit boek wil ik u niet onthouden. Voordat Xerxes met zijn leger de Hellespont overtrekt, wil hij nog eens al zijn troepen schouwen. Gezeten op een heuvel op een witte troon, voor die gelegenheid door de plaatselijke bevolking op voorhand in gereedheid gebracht, ziet hij aan de kust heel zijn vloot liggen, en aan land het hele leger opgesteld. We spreken over 1.700.000 infanteristen, 80.000 ruiters, 1.207 dieren, en 3.000 vrachtschepen (bron).
Xerxes is opgetogen over het schouwspel maar barst daarna in tranen uit. Gevraagd naar de oorzaak van zijn verdriet verklaart hij: 'Ineens kwam de gedachte bij mij op hoe spijtig kort een mensenleven is, beseffend dat van heel deze massa mensen er over honderd jaar niemand meer in leven zal zijn'.

En dan trekt die troepenmacht met succes de Hellespont over, met de gekende afloop. De pontonbruggen laten zij zo liggen. Maar wanneer het terugtrekkende leger opnieuw aankomt bij de Hellespont is het alweer prijs: stormen hebben een groot deel ervan verwoest.

Hier zou ik kunnen stoppen.

Maar ik wil nog even iemand van de eerste grote bruggenbouwers in Europa aan het woord laten. De Romein Iulius Caesar.

Tijdens zijn veldtocht in Gallië, in het vierde oorlogsjaar, beslist hij de Germaanse stam van de Ubii te gaan helpen, aan de overkant van de Rijn. Hoe gaat hij zijn legioenen daar krijgen? De Ubiërs zeggen dat zij boten in overvloed hebben. Wat is Caesars repliek?

Caesar his de causis quas commemoravi Rhenum transire decreverat; sed navibus transire neque satis tutum esse arbitrabatur neque suae neque populi Romani dignitatis esse statuebat. Itaque, etsi summa difficultas faciendi pontis proponebatur propter latitudinem, rapiditatem altitudinemque fluminis, tamen id sibi contendendum aut aliter non traducendum exercitum existimabat.(D.B.G. IV, 17).
(Om al deze redenen had Caesar besloten over den Rijn te gaan; maar den overgang op schepen hield hij niet voor veilig genoeg en beneden zijn waardigheid en die van het Romeinsche volk. Ofschoon men hem het bouwen van een brug wegens de breedte, den snellen stroom en de diepte der rivier als met de grootste moeilijkheden verbonden voorstelde, meende hij echter daarbij te moeten volharden, of anders niet over te steken. vert. Van Doesburg)

Een Romein bouwt een Brug. Schepen gebruiken is beneden zijn waardigheid.
De (houten) brug was klaar in...10 dagen.


woensdag 27 augustus 2014

Cultuurgeografie


En helaas beschouwen veel Israëli’s hun land nog altijd als een bedreigd Athene, in plaats van een hedendaags Sparta.
Zoeken in de context rond deze uitspraak van een Chams Eddine Zaougui levert geen verdere verklaring op voor de duidelijk exemplarisch bedoelde vermelding van Athene en Sparta. Welk exempel precies?
Er is geen aanloop naar de vergelijking, geen verwerking ervan in de volgende regels... Gewoon pats boem Athene en Sparta. Een beetje cultureel doen, wat weet de lezer daar nou immers over. Als het maar denigrerend overkomt. Daar zorgt het trefzeker geplaatste 'helaas' wel voor.

zaterdag 23 augustus 2014

Imperium Romanum


Iedere school heeft zo zijn verhalen over ietwat karikaturale leraren die er een generatie eerder de klassen vermaakten of terroriseerden. Verhalen die langzamerhand tot een urban legend evolueren. Op mijn school was dat (o.a.) de lerares die ieder jaar op 15 maart compleet in het zwart gekleed de klas binnenkwam. Dit om haar leerlingen in te prenten dat op de Iden van maart Iulius Caesar vermoord was. Hun lerares Latiin.

Met die moord kwam een einde aan de feitelijke alleenheerschappij van de dictator en ontstond er een machtsvacuüm totdat Octavianus, de latere Augustus, onder de titel van princeps de eerste keizer van Rome werd. Of, zoals Tacitus het in het weergaloze eerste hoofdstuk van zijn Annales formuleert: Augustum ..., qui cuncta discordiis civilibus fessa nomine principis sub imperium accepit.

Nu ben ik niet zo alert voor datums en jaartallen, maar deze had ik eigenlijk niet mogen missen: 19 augustus 2014, vier dagen geleden. Opnieuw een Amerikaan, Timothy B. Lee, die er mij attent op maakte. Op zijn blog van 19 augustus is niet te zien of hij zich voor de gelegenheid in het zwart gestoken had, maar het zou hem niet misstaan hebben: Caesar Augustus died 2000 years ago.

En juist deze maand vind ik nog allerlei andere berichten over het Romeinse keizerrijk, gestoffeerd met mooie plaatjes en kaarten. Dezelfde Timothy B. Lee heeft nog maar pas een 40 Maps that explain the Roman Empire uit, een echte historische atlas waar ik in mijn klas volop gebruik van had kunnen maken. Hij is wel wat slordig in de volgorde van de kaartjes: hij springt voortdurend heen en terug in de tijd. Ik kende het 40 Maps that explain the Middle East van dezelfde website Vox al, mét netjes oplopende chronologie, en ook daar is aardig wat werk in gekropen.

Een ronduit indrukwekkende site is Digital Atlas of the Roman Empire (2013), waar ik bij uitvergroting bijv. bij Destelbergen ben uitgekomen ;-) En Gent, en Waasmunster. Het is een kaart waar men tot nu toe bekende plaatsen uit de 'Latin tradition', vermeld in oude geschriften, op mijlstenen, etc., kan terugvinden, en het werk is nog niet af (een lijst van vindplaatsen hier). Een titanenwerk moet dat geweest zijn. Het is even zoeken hoe je erin moet navigeren, en de gezochte plaats moet netjes met een hoofdletter getikt worden :-)

Zo, nu weet u tenminste waar u zich mee bezig kan houden op die lange koude winteravonden bij het haardvuur.

dinsdag 19 augustus 2014

...de speer stak in de lies, de ziel ontvluchtte ’t lijk (Homeros revisited)


Vrijblijvend rondsurfend stootte ik op een recente blogpost over Homeros' Ilias en Odyssee. Ik ben meer een Odysseelezer, maar het heeft me altijd verrast dat ik zelfs het spierballengerol en het macho haantjesgedrag in de Ilias kon pruimen, inclusief de grafische anatomische details. Ik heb er een uitleg voor, maar wil liever Christine D'haen hierover aan het woord laten:

Lezen en zijn

Hij stortte in ’t stof voorover, ’t bot brak middendoor,
de arm gerukt van ’t lichaam viel hij rugwaarts neer,
het hoofd hing nog aan huid, het bloedwarm blad der speer
zijn daglicht dovend drong diep hem onder het oor.

Zijn hoofd in twee gespleten, ogen vol met bloed,
viel hij languit ter aarde, nacht op hem. Een steen
spleet hem de slapen, de ogen botsten voor zijn voet.
Het paard hoefklauwend schreeuwde ’t uit, zijn geest vlood heen.

De helm, nog nooit gehavend, smeet eensklaps de god
van ’t hoofd hem, paardehaar en veren in het slijk,
de speer stak in de lies, de ziel ontvluchtte ’t lijk.

Van hiel tot enkel borend, bond de riem aan ’t rad
zijn voet, spreidde mooi donker haar modderbespat.
Lezen is heerlijk, leven zelf een vreselijk lot.
*

Een gebalde compilatie van ridderlijke wederwaardigheden op het slagveld van de Ilias, volgehouden tot de volta in de laatste regel. Schitterend sonnet.

De blogpost van Lauren Jenkinson is van het lichtere genre, het betreft een 'infographic', een strip over de Ilias en Odyssee, door haarzelf getekend met allerlei analyses en commentaar, bestemd voor haar leerlingen. Want ze is full-time leraar. Op haar home page vind je nog meer, o.a. een reeks over Herakles (waar haalt ze de tijd?).

Hiernaast zie je de stijl: de drie 'top-gruwelijkste' voorbeelden van dood op het slagveld. Griezelen, spannend! Zo houd je de kinderen bij de les ;-)
Maar dit beetje ironie wil toch niets afdoen aan de bewondering voor haar prestatie met de Ilias en Odyssee. Ga zelf eens kijken.

En hier kom ik toe aan een discussie over Homeros' anatomische kennis (en die van zijn tijdgenoten). Iemand heeft zich in het verleden bezig gehouden met, en gepubliceerd over, de bovenstaande beschrijvingen en alle andere bij Homeros van de impact van wapentuig op het menselijk lichaam. Die zouden behoorlijk accuraat zijn, wat natuurlijk niet meer dan logisch is: in die tijden van 'ridderlijke' oorlogvoering stond men lijf aan lijf te vechten en zag men alles onder zijn neus gebeuren. Nog geen kanonnen, raketten, drones in de aanbieding.

(Men heeft het nu te pas en te onpas over de 'cloud', dus ik ook. Mijn geheugen is zo'n cloud, daar zweeft van alles in rond, maar die publicatie waarvan hier boven sprake: niet te vinden. Ik geef het u zoals ik het mij herinner, zonder referentie; als iemand meer en/of beter weet, graag een commentaar.)

Hét bewijs dat de oude Grieken een grondige kennis van (de werking van) het lichaam hadden was, naar men beweerde, de passus in de Ilias (IV,491-493) waar een strijder getroffen wordt in de lies en op slag dood neervalt. Daar loopt een slagader, die, eenmaal overgesneden, massief bloedverlies en onmiddellijke dood veroorzaakt. Deze heet de arteria iliaca. De publicatie knoopte aan deze benaming een etymologische conclusie vast: de naamgeving zou teruggaan op deze passus in de Ilias.

Op deze wikipagina gaat men nader in op de etymologie van het os ilium. Men geraakt er niet echt uit, en verwijst op het laatst zowaar naar Ilium/Troje.

De ridderlijke sfeer van de Ilias, waar helden met elkaar de bloedige strijd aangaan voor hun eigen eer en die van hun makkers, laat de lezer even toe zich uit de realiteit terug te trekken in, om in de geest van Christine D'haen te spreken, de beschutting van het epos. 

Want we leven in grimmige tijden, met plassen bloed die via het scherm de huiskamer binnenstromen. Ons gratis doorgestuurd door de laffe godsdienstpsychopaten van het mohammedaanse Kalifaat. Echt bloed. En niet van andere helden.

---------------------------------------------------------------
* “Alle Dinge sind herrlich zu sehn, aber schrecklich zu seyn.” (Schopenhauer)

vrijdag 30 december 2011

Euforie roepen


"Het is nu te vroeg om euforie te gaan roepen", aldus minister (Begroting) Philippe Muyters vandaag in het radionieuws. 'Victorie kraaien' ligt misschien wat gevoelig voor een NVA-politicus?

zaterdag 10 december 2011

Het lapje grond


Als ik, in tijden van actief ouderschap, met de jonge kinderen ergens naar toe reed, was één ding gegarandeerd zeker: ik zong "poesje mauw" en van de achterbank kaatste onmiddellijk "kom eens gauw" terug.

Trigger-response.

Het onderwijs in een notendop. Ofte: cognitieve en affectieve vaardigheden in één herhalingsmoment, maar ik ben blij dat ik van dat houten vakjargon af ben. Het prachtige en wonderlijke instrument dat ons geheugen is werkt optimaal als ons gevoel erbij betrokken kan worden. Voor kinderen gaat dat nog met sneltreinvaart, volwassenen trekken al meer aan de rem, en spreken liever over 'interesse' als ze iets gemakkelijk kunnen onthouden. Maar het blijft gevoel natuurlijk. Zonder die spannende gulden sporen zou 1302 een karakterloos jaartal zijn.

Dus als leerlingen van de eerste graad middelbaar te horen krijgen dat de Romeinse machthebbers aan hun soldaten na de legerdienst een stuk land toebedeelden om in hun verdere levensonderhoud te voorzien, dan is dat duidelijke en heldere communicatie, die ze met al de andere zakelijke informatie prompt vergeten. Maar zeg je: "Iedere soldaat kreeg een lapje grond", dan heb je met dat ene woord het gevoel en de verbeelding opgewekt.

Het is (of was) jarenlang de geijkte uitdrukking in de geschiedenisleerboeken om de reïntegratie van de Romeinse veteranen te beschrijven. Wat we ons daarbij concreet moesten voorstellen was niet duidelijk. Je weet wat een lapje stof is. Niet groot. Een lapje grond om van te kunnen leven: is dat dan zoiets als mijn grootvaders moestuin achter het huis? Ik heb het nooit gevraagd, maar het klinkt niet groot genoeg. Wat spijtig voor die ouwe soldaat.

Blijkbaar waren die soldaten zelf ook niet content met de omvang van hun lapje. Bij Plutarchus (Leven van Crassus, 2,8) vinden we een uitspraak van Marius, die aan zijn veteranen vijfeneenhalve hectare land had toebedeeld en merkte dat zij daar niet tevreden mee waren: 'Geen Romein mag denken dat een stuk land, dat groot genoeg is om hem te onderhouden, te klein is voor hem.' Een uitspraak in de echte strenge Romeinse traditie. Maar ijzervreter Marius had zijn troepen wel behoorlijk afgebeuld, te zien aan de bijnaam die zijn soldaten hadden: 'muli Mariani', de muilezels van Marius. Zij vonden waarschijnlijk dat zij meer verdiend hadden.

Verdiensten, emerita, was trouwens het woord dat gebruikt werd als argument om soldaten van Augustus hun lapje toe te wijzen in Spanje. In 25 v.o.t. werd daartoe de stad Emerita Augusta gesticht, nu bekend als Mérida, hoofdstad van de autonome regio Extremadura.

Tacitus, rond 100 o.t., vermeldt een muiterij bij de Pannonische troepenmacht na de regeringswissel Augustus/Tiberius, waar een opruier een heel wat minder fraai beeld van de emerita neerzet (Ann.1,17): ' Tenslotte, toen ook al anderen zich bereid toonden de muiterij op gang te helpen, vroeg hij als in een troepenvergadering, waarom zij als slaven dansten naar het pijpen van een handvol centurio's en nog minder tribunen. Wanneer zouden zij het eens aandurven om genoegdoening te eisen als ze nu niet eens met verzoeken of wapens een nieuwe en nog ja-knikkende vorst aan zijn jasje trokken ? Ze hadden zich gedurende zoveel jaren al genoeg in de luren laten leggen uit lafhartigheid, dat zij nu als hoogbejaarden en merendeels met gewonde lichamen dertig of veertig dienstjaren wilden verdragen. En zelfs aan degenen die afzwaaiden werd geen einde aan de diensttijd gegund, maar die moesten, gelegerd bij het vaandel onder een andere naam zich dezelfde inspanningen getroosten. En als iemand in z'n leven al zoveel lotgevallen doorstond, dan werd hij tenslotte naar een uithoek van de aarde overgebracht om daar zompige moerasgrond of onontginbaar bergland als landbouwgrond toegewezen te krijgen'. Join the army.

Het toekennen van land aan soldaten na hun legerdienst (en vanaf Marius, 100 v.o.t., werd die een beroepsbezigheid) is een maatregel die tijdens heel de republiek en nog lang in het keizerrijk werd toegepast. Tegen het einde van de 2e eeuw was het land op het Italiaanse schiereiland grotendeels 'opgebruikt', maar in de veroverde gebieden was er nog ruimte genoeg. Die kolonisatie diende vooral ook de Romeinse strategische belangen. Een Romeinse aanwezigheid bij de overwonnen volkeren was in elk opzicht nuttig.

Sprekende over trigger en response: waarom een bericht over dit onderwerp?

20.000 km ver van hier kwam het Romeinse lapje grond zich als een automatische reflex in mijn hoofd opdringen, op het prachtige, quasi-ongerepte, Kangaroo Island in Australië, het terra nondum cognita van de renaissancekaarten, toen ik de gids hoorde vertellen over, jawel, afzwaaiende soldaten van W.O.I en W.O.II die hier grond gekregen hadden om te ontginnen, met alle faciliteiten die een overheid uit de mouw schudt als de ontsluiting van onontgonnen gebied op de agenda staat:
...in 1915 with the first of the acts of parliament designed to both repatriate and compensate returning servicemen, and to meet the political and economic need to 'sponsor' the development of intensively productive agriculture pursuits.
Dat kan als een land grond 'over' heeft. Ik heb niet nagezocht wat al die andere naties die toen meegevochten hebben voor hun soldaten gedaan hebben. De vraag is, wat zou Europa nu doen na een oorlog? Voor alle gevallen houden we best hout vast. Grond is er in ieder geval niet over.

maandag 21 maart 2011

Odyssey dawn

Beste lezers,
om direct duidelijk te zijn: ik heb een grondige afkeer van de benaming 'Odyssey dawn' voor de oorlogsoperatie tegen Libye. Daarmee wil ik geen oordeel uitspreken over de (on)juistheid van deze operatie, alleen vind ik dat deze titel niets zegt over de inhoud van het gebeuren. Het woord 'Odyssey' suggereert een cultureel westers begrip, het woord 'dawn' suggereert een pril ontstaan.
Dat beide gebruikt worden om een oorlogsagressie te benoemen stuit me tegen de borst, hoe gerechtvaardigd deze agressie voorlopig nog kan zijn.
Door omstandigheden heb ik een heel aantal weken geen tijd gehad om blogberichten te schrijven, maar zodra dat weer wel het geval is wil ik deze titel uitwerken in een, zoals dat heet, 'onderbouwd' bericht. Tot dan.

9/12/11
Er is wat te veel tijd tussen. We laten het zo :-)

zaterdag 29 januari 2011

Cultuurvernis


"Toch begint het schouwspel in de Wetstraat hoe langer hoe meer op een drama te lijken, met een conflict tussen de protagonisten in de prologos", schrijft Marjan Justaert vandaag in De Morgen, over de 'theatraliteit van de Wetstraat: eerder Commedia dell’arte dan Griekse tragedie'.
Vraag: hoeveel protagonisten telt een Griekse tragedie? Of: door hoeveel personages wordt de prologos uitgesproken? Of: worden in een prologos conflicten uitgespeeld?
Een klassiek getint commentaartje ligt tegenwoordig lekker in de media, maar wordt natuurlijk de spreekwoordelijke bananenschil voor slordige of weinig onderlegde schrijvers van krantenstukjes.
Blijkens hetzelfde artikel zou een zekere filmmaker Koen Mortier beter ook nog eens terug naar school gaan ("volgens hem dekt het Romeinse Commedia dell’arte beter de lading"), de oude Romeinen spraken namelijk geen Italiaans en welke Italianen voornoemd toneelgenre hebben uitgevonden is niet bekend. Deze zelfde Mortier verzucht over de Wetstraatpolitici: "de enige quotes zijn voor de gewone sterveling onverstaanbare Latijnse oneliners". Een citatenboekje, of even de krant lezen, gewone sterveling Mortier? Misschien heeft Marjan Justaert het soms wel eens bij het rechte eind.

maandag 24 januari 2011

Nieuw op de Cycadewebsite
Euripides' Elektra

Afl. 8
Euripides' Elektra is de laatste toevoeging aan mijn website. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, of beter: zij, dwars karakter als ze is, zoals overigens de meeste van Euripides' vrouwen...

Dat deze tragedie de keuze was van uitgerekend prof. R. Van Pottelbergh ('de Pot') voor zijn licentiecollege 'Griekse toneelauteurs' in Gent lijkt nog altijd verwonderlijk. Klein, mager, zwart haar, geprononceerde neus met hitlersnorretje (je kon er niet naast kijken, de arme man leed aan een onbedwingbare zenuwtik waarbij hij zijn neus optrok en met zijn oog knipperde), donker pak - je kon je hem meteen voorstellen met de hoge witte kol van eind 19e eeuw - iemand, van wie je verwachtte een strenge Aeschylus voorgeschoteld te krijgen, en niet de flierefluiter Euripides. Diezelfde Pot leidde zijn college Menander in met een verontschuldiging aan de 'juffrouwen' onder de studenten dat er zo nu en dan wel minder fatsoenlijke taal zou opduiken. Brave Menander! We hebben bij de Pot geen letter Aristofanes te zien gekregen natuurlijk. Het gerucht deed onder studenten de ronde dat zijn vele kinderen door een deus ex machina verwekt waren.

Hij was het prototype van de filoloog, het tegendeel van een tafelspringer, droog, maar eerlijk. Ik zie hem nog zitten, met zijn Euripidesuitgave van Murray in de hand, knabbelend op ieder woord, het omdraaiend en proevend, bij voorkeur de kleinste woorden, de 'partikels', die de doorslag gaven voor de uiteindelijke beslissing over een tekstinterpretatie*. Het literaire aspect van de tekst verdween bij dat alles op de achtergrond, maar iedere keer dat ik de tekst nu lees, niet meer gehinderd door de ballast van grammatica of woordenschat, raak ik in de ban van woordkunstenaar Euripides, bijna alsof ik hem in mijn eigen moedertaal lees.

Het was de werkmethode van het aloude klassieketalenonderwijs, per aspera ad astra. Eerst door de droge filologische stof heen, om daarna de literaire vruchten te plukken. De huidige tijdgeest lijkt in het onderwijs niet meer in hetzelfde spoor te lopen, tenzij je een sportcarrière wilt uitbouwen: daar kennen ze dat nog.

Euripides' Elektra is, zoals gezegd, een eigenzinnig mens, niet echt sympathiek of moreel hoogstaand zoals de heilige Antigone. Ook niet het passieve personage van Aeschylus en Sophocles: zij werkt actief mee aan de moord op haar moeder, vastberadener dan haar broer Orestes. Ondanks de gruwel van het gebeurde worden zij toch niet gestraft en blijven zij leven, want 'de schuld ligt niet bij hen, maar bij Apollo'. Dit in tegenstelling bijv. tot de Antigone van Sophocles, waar zowat iedereen zelfmoord pleegt, ook al zijn ze moreel gezien onschuldig. Zoals u wel gemerkt hebt heb ik het niet zo op de Antigone begrepen - tenminste niet op de focus op dat godvruchtige personage die je steevast in de handboeken vindt -, ik heb mijn lessen nooit beschouwd als een ondersteuning van het vak 'Godsdienst' of 'Zedenleer'. Antigone is zoiets als de onbevlekte ontvangenis: een onbereikbaar ideaal. Als je toch een discussie op gang wilt brengen, dan lijkt de vraag, of een gewone moordenares (zoals jij of ik ;-) ongestraft kan blijven door de schuld op zoiets als 'een god' te schuiven, stevig genoeg. Ik denk trouwens dat ook Euripides die steen in de kikkerpoel heeft willen gooien.

Maar ondanks al die 'moderne' vrouwen met karakter bij Euripides, of misschien juist daardoor, blijft het maatschappijbeeld waarin de gebeurtenissen zich afspelen onthutsend. De tijd is die van het mythologische Mycene, maar de mentaliteit ongetwijfeld die van het eigentijdse Athene. Over meisjes is de macht van een vader onbetwistbaar. Stiefvader Aegisthus huwelijkt Elektra uit aan wie hij wil. Voor haarzelf hoeft hij niet te vrezen: een vrouw bezit blijkbaar geen daadkracht of initiatief om een wraakactie uit te voeren, daar hebben ze een man voor nodig. En als zij in deze standenmaatschappij wordt uitgehuwelijkt aan iemand van lage rang, is ze helemaal niets meer, want de proletariërs hebben geen macht. Ook het kind van Elektra van zo'n man betekent dus geen gevaar voor hem. Wat is nu de grote truc? De boer aan wie Elektra is uitgehuwelijkt raakt haar niet aan. Zij is dus nog ongerept, onbevlekt door de lagere stand, zij is nog maagd. Dank zij haar moreel hoogstaande boer is zij nog een waardevol item op de huwelijksmarkt en kan zij door de Dioscuren als vrouw aan Orestes' vriend gegeven worden. Eind goed, al goed.

De terminologie waarin dit door de boer verduidelijkt wordt spreekt voor zichzelf:
ἣν οὔποθ᾽ ἁνὴρ ὅδε — σύνοιδέ μοι Κύπρις —
ᾔσχυνεν εὐνῇ: παρθένος δ᾽ ἔτ᾽ ἐστὶ δή.
αἰσχύνομαι γὰρ ὀλβίων ἀνδρῶν τέκνα (45)
λαβὼν ὑβρίζειν, οὐ κατάξιος γεγώς.

'Ik heb haar nooit beschaamd in bed', 'ik vind het een schande als ik kinderen van aanzienlijke mensen zou nemen, dat is een verkrachting, omdat ik niet gelijkwaardig ben aan hen.'
Hij voegt eraan toe dat dat volgens hem een correcte maatstaf is en wie vindt dat hij een dwaas is, is zelf een dwaas.

Dit is ons cultureel erfgoed. Wij zijn van ver gekomen. En wie vindt dat ik dwaas ben om ook de aandacht te richten op de weinig lovenswaardige middenoostenaspecten van onze culturele bronnen die is ...
Zo modern was Euripides dan weer niet.
--------------------------------
* De oud-student die zich nog eens wil vermeien in de stijl van Van Pottelbergh vindt hier een artikel van zijn hand :-)

zondag 21 november 2010

De sycofant, een daderprofiel


Dat er stijlen zijn in het pleiten van een rechtszaak, nu nog, in België, hebben we met eigen ogen en oren op televisie kunnen meemaken, toen we advocaten van de aanklacht en de verdediging aan het werk zagen in de zaak waar vorig blogbericht naar verwijst. De advocaat van de klagers maakte daarbij bovendien gebruik van profiling* om de beklaagde des te nadrukkelijker als dader voor te stellen. Een praktijk die heel wat controverse en discussie heeft teweeggebracht. Want is zo'n 'afschildering' wel eerlijk? Krijgen we geen eenzijdig en gemanipuleerd persoonlijkheidsbeeld voorgeschoteld?

In de oudheid lag dat allemaal simpeler. Natuurlijk schilder je de tegenstander zo misdadig mogelijk af, je wilt tenslotte het proces winnen? De tegenpartij moet maar even gewiekst uit de hoek komen. Ook Cicero, de grote pleitbezorger van de vir bonus, de 'goede burger' die moet handelen in het belang van de gemeenschap en daartoe allerlei deugden moet vertonen, zag er geen graten in de tegenpartij grondig zwart te maken (waar een 'goede burger' bijv. in het geval van een schurk als Verres, of Catilina, het alleen maar mee eens kon zijn). De ouden verwachtten een partijdige voorstelling van de feiten - profiling was dagelijkse praktijk in antieke rechtszaken - en het kwam erop aan retorisch zo goed geschoold te zijn dat jouw voorstelling van zaken bij de jury als 'de meest waarschijnlijke' overkwam.

In de prille Atheense democratie nam het onderwijs in de welsprekendheid dan ook een hoge vlucht, nu iedere burger voor de rechtbank zijn gelijk kon halen. Zijn gelijk, of het de 'waarheid' was of niet. De laatste overweging was dan ook de aanleiding voor onze (meer moralistische?) tijden om de retorica, samen met haar meest notoire beoefenaars, de sofisten, te verketteren. Een typisch voorbeeld van 'het kind met het badwater weggooien'.

Een onaangenaam bijverschijnsel van deze juridische bedrijvigheid in de nieuwe democratie was de 'sycofant'. Een neutrale definitie zou kunnen zijn: iemand die aanklachten formuleert en daarmee een rechtszaak in gang zet. Bij Van Dale vind je: gemene bedrieger, iem. die valse aanklachten doet, beroepsverklikker, vleier, pluimstrijker, parasiet. Daarmee is de toon wel gezet. En om het psychologisch profiel aan te vullen: mijn Grieks woordenboek vermeldt bij de praktijk van de συκοφαντια 1.valse aanklacht, laster, chantage 2. verdraaiing van feiten, sofisme. Wat moet een advocaat van de verdediging op tafel leggen om dit beeld van de beklaagde als onwaarschijnlijk te laten klasseren? Interessante denkoefening, laat u niet tegenhouden ;-)

Demosthenes (4e eeuw v.o.t.) haalt er geen psychiater bij in zijn aanklacht tegen Aristogeitoon, maar profilen kan hij als de beste, want als het volgende personage geen sycofant is, dan weet ik het niet :-)

[51] σκοπεῖτε γάρ. εἰσὶν ὁμοῦ δισμύριοι πάντες Ἀθηναῖοι. τούτων ἕκαστος ἕν γέ τι πράττων κατὰ τὴν ἀγορὰν περιέρχεται, ἤτοι νὴ τὸν Ἡρακλέα τῶν κοινῶν ἢ τῶν ἰδίων. ἀλλ᾽ οὐχ οὗτος οὐδέν, οὐδ᾽ ἂν ἔχοι δεῖξαι πρὸς ὅτῳ τὸν βίον ἐστὶ τῶν μετρίων ἢ καλῶν. οὐχὶ τῶν πολιτικῶν ἀγαθῶν ἐπ᾽ οὐδενὶ τῇ ψυχῇ διατρίβει: οὐ τέχνης, οὐ γεωργίας, οὐκ ἄλλης ἐργασίας οὐδεμιᾶς ἐπιμελεῖται: οὐ φιλανθρωπίας, οὐχ ὁμιλίας οὐδεμιᾶς οὐδενὶ κοινωνεῖ: [52] ἀλλὰ πορεύεται διὰ τῆς ἀγορᾶς, ὥσπερ ἔχις ἢ σκορπίος ἠρκὼς τὸ κέντρον, ᾁττων δεῦρο κἀκεῖσε, σκοπῶν τίνι συμφορὰν ἢ βλασφημίαν ἢ κακόν τι προστριψάμενος καὶ καταστήσας εἰς φόβον ἀργύριον εἰσπράξεται. οὐδὲ προσφοιτᾷ πρός τι τούτων τῶν ἐν τῇ πόλει κουρείων ἢ μυροπωλίων ἢ τῶν ἄλλων ἐργαστηρίων οὐδὲ πρὸς ἕν: ἀλλ᾽ ἄσπειστος, ἀνίδρυτος, ἄμεικτος, οὐ χάριν, οὐ φιλίαν, οὐκ ἄλλ᾽ οὐδὲν ὧν ἄνθρωπος μέτριος γιγνώσκων: μεθ᾽ ὧν δ᾽ οἱ ζωγράφοι τοὺς ἀσεβεῖς ἐν Ἅιδου γράφουσιν, μετὰ τούτων, μετ᾽ ἀρᾶς καὶ βλασφημίας καὶ φθόνου καὶ στάσεως καὶ νείκους, περιέρχεται.

Kijk eens. Er zijn al bij al ongeveer 20.000 Atheners. Ieder is actief op de agora, gegarandeerd, in de openbare sector of privé. Niet zo de beklaagde. Hij kan geen enkele normale of lovenswaardige activiteit aanwijzen waar hij zich mee bezig houdt, hij zet zich niet in voor het welzijn van de staat; hij oefent geen ambacht uit of de boerenstiel of een andere bezigheid; hij maakt geen deel uit van een liefdadige of een andere sociale organisatie. Wat hij wél doet is de agora afschuimen, zoals een slang of een schorpioen met opgeheven angel, van links naar rechts schietend, op de loer naar iemand die hij kan betrappen op tegenslag, kwaadsprekerij, of een of andere misstap, iemand die hij kan afpersen door hem te terroriseren. Hij bezoekt geen enkele gebruikelijke gelegenheid in de stad, zoals de kapper of de reukwarenzaak; hij is onverzoenlijk, rusteloos, asociaal, en kent geen dank, vriendschap of een ander dergelijk gevoel zoals een gewoon mens. Hij houdt zich op met de metgezellen waarmee schilders de goddelozen in de Hades afbeelden: met Vervloeking, Laster, Afgunst, Tweedracht en Ophitsing.

(enzovoort...klik op 'load' voor Engelse vertaling)

------------------------
* Over profiling handelt deze thesis, definitie en toepassing op p.14/15

donderdag 11 november 2010

Actuele antiquiteiten


Latijnse spreuken debiteren bij een toepasselijke actualiteit: één Vlaamse politicus heeft daar zijn handelsmerk van gemaakt. Maar er zijn er nog die dat kunnen, de klassieke oudheid op het heden betrekken. En hoe. Een collega classicus Wouter De Craen heeft in het bestek van een korte lezersbrief (DM 28/10) een haarscherpe analyse gemaakt van de pleitstijlen in het proces over de 'parachutemoord'. Cato en Cicero, atticisme en asianisme worden trefzeker neergepoot in de figuren van Van Aelst en Vermassen, en en passant wordt onze kennis van de aristotelische triade nog eens opgefrist. De lezersbrief kunt u hiernaast aanklikken. Wat mij betreft mag De Craen onmiddellijk een blog opstarten, want hiervan lust ik nog meer.

zondag 24 oktober 2010

Mulieres debent esse subditae maritis


Het blijft altijd nuttig, als er een discussie is over teksten, om de oorspronkelijke tekst bij de hand te hebben. Bij voorkeur een geautoriseerde. Door een autoriteit ter zake. Bijvoorbeeld in het welles-nietesspelletje rond de positie van de vrouw in de islam. Wat schrijft de koran erover, en wat de koranschriftgeleerden? Als ik die teksten lees prijs ik mij gelukkig dat ik niet als mohammedaanse ben opgevoed. De prille vorming in het katholieke vrouwdom van de jaren '50 was al meer dan genoeg. Dat is allemaal nu een wazige herinnering in een tijd dat de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen eindelijk een feit is, zolang je buiten het R.K.Kerkgebied blijft.

Maar op onverwachte momenten wordt die herinnering plots springlevend. Zoals deze week, op de tentoonstelling 'De wereld van Lucas Cranach' in Brussel. Een tentoonstelling zonder toeters en bellen, maar rijk aan materiaal en ook weer niet teveel. Binnen de traditie van de 16e eeuw heeft Cranach een aantal vrouwen(naakt-)portretten neergezet die er mogen zijn. Interessant, eigenzinnig. Aan het eind van de tentoonstelling kom je in een nogal lege ruimte waar het slotstuk hangt: de 'Triptiek van Georg met de Baard, hertog van Saksen' (1534). Het middenstuk heeft een Man van Smarten, links en rechts zie je de sponsors van het werk, de hertog en de hertogin. Schitterend geschilderd, prachtige stofweergave.

Cranach zet geregeld teksten op zijn werken, vooral bij de vrouwelijke naakten, zedenlessen, die volgens de commentaren de vrijmoedige erotiek van de afbeeldingen moeten legitimeren. Meestal in het Latijn, wat het voor mij natuurlijk direct nog interessanter maakt. Ook de triptiek bevat twee tekstluiken (weliswaar zonder sensuele naakten) die van ver al opvallen, en benieuwd ging ik wat dichterbij staan. De beginwoorden gaven toch nog even een schok, zo'n tekst open en bloot en schaamteloos tegen de muur: Mulieres debent esse subditae maritis (vrouwen moeten ondergeschikt zijn aan hun echtgenoot). Een beetje verder lezen maakte ook duidelijk dat het geen koranverzen zijn: er wordt verwezen 'ad Ephe 5'.

Boven Georgs hoofd vinden we twee verwijzingen naar brieven van Paulus, boven hertogin Barbaras hoofd een verwijzing naar een brief van Petrus. Genoeg aanleiding voor mij om deze teksten uit de (weliswaar christelijke) oudheid op te zoeken. Dat de echte stichter van de christelijke beweging, Paulus, vrouwonvriendelijke uitspraken gedaan heeft is algemeen bekend. In deze tijd zou hij onmiddellijk rechtser dan Geert Wilders geklasseerd worden. Maar Petrus' opinies over de hierarchie in de staat liegen er evenmin om: in Iran zou hij ongetwijfeld op handgeklap onthaald zijn.

Het is duidelijk hoe Georg zijn maatschappij ziet: zij moet een overzichtelijke structuur vertonen, met een strakke hiërarchie, en gestoeld zijn op de bijbel. Het protestantisme is dan nog maar een kleine 20 jaar jong en heeft zich wel ontdaan van de corrupte Roomse clerus, maar Georg blijft de katholieke kerk, en haar gezag, trouw.
Hier is de transcriptie (tussen rechte haakjes de stukken die ik niet helemaal kon lezen):

Boven Georg: Mulieres debent esse subditae maritis sicut deo. Mariti debent diligere uxores sicut corpus suum. Quilibet diligat uxorem sicut se ipsum. Uxor timeat maritum.
Ad Ephe 5
Mulieres habeant honestum vestitum cum discretione.
Ad Timoth [2]

(Vrouwen moeten ondergeschikt zijn aan hun echtgenoten zoals aan God. Echtgenoten moeten hun echtgenotes liefhebben zoals hun eigen lichaam. Al wie zijn echtgenote liefheeft (doet dat) zoals zichzelf. De echtgenote moet ontzag hebben voor haar man. Paulus, Ad Ephesios 5 Vrouwen moeten eerbare kledij dragen, met ingetogenheid. Paulus, Ad Timotheum 1,2)

Boven Barbara: Estote [subiecti] omni humanae creaturae propter deum, sive regi sicut praecipuo, sive principibus [tamquam] a rege missis in vindictam malorum laudem vero bonorum quia sic est voluntas dei.
Pet secundo
(Jullie moeten je aan iedere menselijke instelling onderwerpen, ter wille van God, hetzij aan de koning, als de voornaamste, of aan de prinsen als gezonden door de koning tot bestraffing van de slechten en tot lof dan weer van de goeden, want zo is de wil van God. Petrus 2, 13-15)

Voor wie een bijbel in huis heeft loont het de moeite de geciteerde teksten nog eens door te lezen. Twee zaken worden dan duidelijker in perspectief gezet: Georg heeft een eigen ingekorte pregnante versie laten neerschrijven door Cranach, kwestie van zeker te zijn dat hij goed begrepen zou worden. De man is de baas in het huishouden en de koning is de baas in de staat. Dit is de wil van God. Een tweede overweging geldt de autoriteit van deze teksten nu: die bestaat niet meer. Het christendom kan perfect leven met de relativering van de vrouwonvriendelijke en andere uitspraken in de bijbel als historisch geklasseerd. Passé. Onze westerse cultuur gehoorzaamt aan lekenwetten, die in overleg gemaakt, veranderd of afgeschaft kunnen worden. Door mensen. Voor een mohammedaanse vrouw kan dat jammer genoeg niet met de koran. Zeggen autoriteiten terzake.

Om de westerse Verlichting te vieren druk ik hiernaast de Venus van Cranach af, gekleed cum discretione ;-)