
Gisteren stond er in de krant De Morgen (p. 14) een artikel van Vlaams politicus en historicus van opleiding Bart De Wever onder de titel hiernaast. Dit is geen politieke blog. Politiek commentaar uit dit artikel zal hier verder dus geen aandacht krijgen.
Ik was behoorlijk verrast dat een politicus de tijd gevonden had om een column te schrijven van dit gehalte én in een vlot en prettig leesbaar Vlaams Nederlands*. Omdat De Morgen nogal moeilijk doet on-line bij het downloaden van tekst - die dan gebruikt zou kunnen worden in citaten - heb ik het artikel maar op het net gezet. Je kunt het zo gebruiken als documentatie bij een hilarisch onderwerp 'Pompeiaanse graffiti' in de les Latijn, waarbij heel wat vakoverschrijdende eindtermen tegelijk mooi meegenomen zijn.
Pompeiaanse graffiti vergelijken met de huidige haatmailtjes is de spijker op de kop. Een politicus is uiteraard uitstekend geplaatst om die vergelijking te kunnen maken, vooropgesteld dat hij op de hoogte is van de equivalenten van 2000 jaar geleden. Wat De Wever, gezien zijn tekst, duidelijk is. Zo zegt hij over de graffitischrijvers: 'Ze bezigden vaak een vulgair Latijn vol afkortingen, in fonetische spelling en met een eigensoortige woordenschat. De irritatie erover bij de toenmalige elite was groot'. De vergelijking met het chatten van nu dringt zich op, compleet met de ergernis van het lerarendom hierover; maar De Wever blijft, terecht in dit korte bestek, bij zijn onderwerp. En hij citeert correct het 'foutgespelde' vulgair Latijn.
Eén leuk citaat wil ik u niet onthouden, een beschrijving van de ouderwetse schrijfcultuur die een ontspanningsmechanisme in zich had: 'De goede oude anonieme scheldbrief is stilaan een rariteit aan het worden. Dat medium veronderstelt immers dat mensen boos genoeg worden en het lang genoeg blijven om papier te nemen, hun emoties iet of wat ordentelijk uit te schrijven, een omslag te zoeken, een postzegel te kopen en het fysiek adres van de geviseerde op te zoeken. Op de tijd die daarvoor nodig is verandert zelfs de hulk terug in een sympathieke jongen'. Een mail is op enkele seconden gepost. Een graffito op enkele seconden geschreven.
Vandaag (22/4) was er al een reactie hierop te lezen in De Standaard van een mede-columnist mede-historicus, Marc Reynebeau: 'En progressief is een al even leeg begrip, nu niemand nog, op Bart De Wever na, conservatief wil zijn. En De Wever is dat ook alleen maar om anderen op de kast te kunnen jagen en als excuus voor zijn nieuwe hobby, Latijn spreken'.
Een beetje ondermaats als commentaar wel. Zie in verband met 'Latijnopmerkingen' in De Standaard ook hier.
* Algemeen Nederlands moet voor mij nog steeds de standaardtaal zijn in het onderwijs. Ik zou dus wijzen op de verschillen bij typisch Vlaamse woorden. En nu we toch met onze rode balpen bezig zijn: aedile in de column moet natuurlijk zijn aedilis (de Romeinse 'politieman).
.
dinsdag 22 april 2008
Pompeii-graffiti en haatmail
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:37 0 reacties
Labels: De Wever Bart, Latijn, Pompeii-graffiti en haatmail
maandag 7 april 2008
De Ilias van Jan Cox
Dit is het enige schilderij van Jan Cox dat ik al kende, als beeld, zonder te weten dat het van hem was. Het heet Bloedregen. Wat ik niet wist is dat het bij een Iliascyclus hoort.
Het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen houdt een overzichtstentoonstelling 'Jan Cox:
Profiel van een kunstenaarschap'. Ik kende Jan Cox eigenlijk alleen maar als een naam zonder meer, toen Adriaan Raemdonck van De Zwarte Panter vol enthousiasme aandrong om toch zeker te gaan kijken. Ik was een beetje sceptisch, want naast klassieke antieke thema's had Cox blijkbaar ook een kruisgang uitgewerkt. Het klonk saai. Maar gisteren ben ik dan toch geweest.
Overweldigend. Helemaal geen klassiekerig gedoe, maar een absolute expressie van de gevoelens van de kunstenaar bij episodes uit de Ilias of enkele verzen van Homeros. Bloedregen hangt naast En de Skamander kleurde rood met bloed. In deze en de andere doeken van ca. twee bij anderhalve meter (ik kan er best een halve meter naast zitten) wil de schilder, die de laatste oorlog heeft meegemaakt, 'nadenken over de “menselijke conditie” en de verschrikkingen en de wanhoop van de moderne tijden'. Maar eigenlijk kon ik best zonder dit typische expositievocabularium. De beelden komen met enorme kracht op je af. Ik probeerde telkens eerst te raden wat het onderwerp was voordat ik de titels las. Meestal lukte het niet, maar zodra ik dan de titel las was het
buitengewoon boeiend om te zien wat Cox uit dat onderwerp naar voren gehaald had. Misschien hebt u u ook afgevraagd wat het werk links voor titel heeft. Het is Achilles achtervolgt Hector. De schilderijen blijven figuratief, maar lijken beelden uit een kwade droom. Hier rechts ziet u Warriors. De cyclus in de tentoonstelling telt, schat ik, zo'n 15 werken.
Daarnaast is er nog heel veel ander werk te zien, waaronder een Orpheuscyclus, vroeger dan de Ilias en voor mij althans minder boeiend, alhoewel zijn Dansende maenaden (zeer groot) ook buitengewoon knap is van gevoel en compositie. Hier links een Pastorale.
Wat buitengewoon tegenviel was het aanbod in de museumboetiek. Er was een superdikke glanzende catalogus, die ongetwijfeld knap is, maar als je je op iedere tentoonstelling zoiets aanschaft puilt je huis snel uit, om van de kostprijs niet te spreken. En daarnaast waren er nog welgeteld twee (2) postkaarten te koop. Geen samenvattend tijdschrift, geen posters, geen kleine boekjes, geen kalender. Het kon er blijkbaar niet af.
3-5-08
Bert Beyens draaide samen met Pierre De Clercq 20 jaar geleden de film Jan Cox A Painter's Odyssey. Hij stuurde mij een mail om te zeggen dat die nu op dvd uit is, en verkocht wordt in het museum. Hij kan ook besteld worden op dit adres. Na mijn 'klacht' hierboven lijkt het me redelijk dat ik dit vermeld.
zondag 6 april 2008
Nieuw op de CyCadewebsite
Griekse muziek
Afl. 6
Griekse muziek ken ik vooral van de afbeeldingen op vazen van fluitspeelsters, of een musicerende Apollo, een zingende Orpheus of met cymbalen dansende maenaden. Je beseft wel dat muziek een heel belangrijk deel uitmaakte van het oud-Griekse leven, maar hoe het klonk, dat is giswerk. Men heeft interessante pogingen gedaan om die muziek weer tot leven te brengen. Ik heb in mijn kast zo een paar cd's staan van Petros Tabouris maar ook hij noemt het, in het begeleidende boekje, 'pogingen'. Een scholier heeft hier een website over Griekse muziek (de knoppenbalk is niet onmiddellijk zichtbaar op de homepage, daarom link ik hier naar 'Webmaster', dan zie je ze wel). En natuurlijk doet ook Wikipedia haar duit in het zakje.
In verband met Griekse muziek heb ik één tekstje op mijn website gezet: de mythe van Syrinx en Pan, met vocabularium en wat uitleg. Het verhaaltje speelt zich af in een arcadische omgeving en wordt verteld in Longos' herdersroman Daphnis en Chloë. Er zijn heel wat Griekse mythen die over metamorfoses verhalen, vaak van vrouwen die, hoe kan het anders, belaagd worden door een mannelijk personage. Onze Syrinx is een nimf die haar toevlucht zoekt tot een rivier waar ze aan haar belager ontkomt door te veranderen in riet. Zo komt het dat de uit rietpijpen vervaardigde panfluit syrinx heette.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 10:55 0 reacties
Labels: Longos, Nieuw op de CyCadewebsite, Pan, Syrinx
dinsdag 18 maart 2008
Latijn en succes bij de studies
Dit is een kop van 17 maart, met het onderschrift 'Wie in de middelbare school Latijn-Grieks of Latijn-wiskunde heeft gevolgd, heeft nog steeds meer slaagkansen in het hoger onderwijs dan anderen'.
Geen onverwachte conclusie, dat is al jaren zo. En even weinig onverwacht voor classici of (ex)leerlingen van 'de Latijnse' is het commentaar bij deze vaststelling.
Ik laat het door De Standaard zelf zeggen:
Het watervaldenken en zijn valse boodschappen leven er ook nog. Zo wordt gezegd dat de Latijnse opleidingen nog altijd de beste garantie geven op succes in het hoger onderwijs. Nogal wiedes. Als je de leerlingen met het hoogste IQ naar die afdelingen stuurt, en ze daar echt voorbereidt op het hoger onderwijs, terwijl je dat in andere afdelingen en zeker de technische minder doet, kan het dan verbazing wekken dat de 'latinisten' het best scoren in het hoger onderwijs? (Guy Tegenbos, p.2)
Allereerst zou je mogen verwachten dat men in die 'andere afdelingen' en de 'technische' zijn leerlingen even grondig zou voorbereiden op verdere studies. Ja, waarom doen ze dat eigenlijk niet?
Maar wat die kinderen met een hoog IQ betreft, dat die allemaal naar de Latijnse afdeling gestuurd worden: in deze zelfde krant staat dat zulke jongeren ook (ten onrechte, zegt men erbij) in een beroepsafdeling terechtkomen. Hoe zit het nu? Het lijkt alsof er een negatieve sfeer geschapen moet worden, van 'oneerlijke discriminatie'. Het is niet de eerste keer dat men de Latijnse richtingen op die manier in diskrediet probeert te brengen. Het waarom mag een psycholoog uitleggen.
Waar Guy Tegenbos het even niet over wil hebben is de inhoud van die studierichtingen. Dat het de vakken Latijn en Grieks zijn die de slaagkansen gunstig beïnvloeden. Doordat er een grondige training gegeven wordt in analytisch-synthetisch denken en redeneren. In veel hogere frequentie dan bij andere talen. En dat deze analytisch-synthetische activiteit gekoppeld is aan taal, aan teksten die moeilijk van inhoud en vorm zijn, die 'veroverd' moeten worden. Zoals de studieboeken van het hoger onderwijs, die gegarandeerd in zo'n taal geschreven zijn, net zoals die professoren er in zo'n geest doceren, hoe vlot ze ook willen overkomen.
Het zou kunnen dat die Latijnse richtingen inderdaad een voordeel hebben dat de andere niet hebben. Moet in naam van het democratisch denken het succes van die richtingen dus maar 'een valse boodschap' genoemd worden? Graag wat meer realisme, Guy Tegenbos. Als ouders hun kind naar een te gemakkelijke richting sturen ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Als een school minder energie of discipline steekt in zijn moderne of technische afdeling, dan ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Het ligt aan die school of die ouders (of 'hun positie in de maatschappij'). Dààr moet er dus werk verricht worden.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:58 0 reacties
Labels: De Standaard, Latijn en succes bij de studies, Tegenbos Guy
maandag 25 februari 2008
Καλòς παῖς in Afghanistan
'Een man moest een jongen het hof maken met bijvoorbeeld geschenken zoals speelgoed, dieren of een groot geschenk zoals bijvoorbeeld een rijpaard. De jongen was dan officieel de vriend van de man, en werd meegenomen naar feesten, drinkgelagen en andere sociale plaatsen en gebeurtenissen.'
Voor deze Griekse vorm van liefde, pederastie genoemd, golden een aantal regels. De jongen (eromenos) was tussen 12 en 18 jaar oud, al in de pubertijd, maar nog niet volgroeid, en had een passieve rol in de relatie. De man (erastes) was volwassen en wierp zich op als de mentor van de jongen. Hij vroeg de vader van de jongen om toestemming en probeerde de jongen aan zich te binden door hem geschenken te geven, bv. een haas als huisdier. In de context van deze hofmakerij kunnen ook de ‘kalos’-inscripties op vazen gezien worden. Op deze vazen staat de afbeelding van een mooie jongen met het opschrift ‘xxx is mooi (kalos)’. Het laatste citaat komt van dit adres.
Wie heeft niet Plato's Symposion gelezen, met het relaas van Alcibiades over zijn pogingen om Socrates tot zijn erastes te maken? Of de beschrijving van de jonge Charmides door Socrates (155d): "Die ogen, vriend! Die ogen! Niet te beschrijven! (-) En op dat ogenblik, mijn waarde, op dat ogenblik zie ik wat onder zijn kleren zit. Ik gloei. Ik ben niet langer mezelf meester." (X. De Win) Kortom, verhalen over een mannenwereld, waarin het sociale leven draait rond een oudere man/jongeman-relatie. Seksueel getint, ook al vonden de oude Grieken die-het-voor-het-zeggen-hadden anale penetratie not done, maar intercrurale seksualiteit wel dus. (In verband hiermee ook dit.) Op mijn school werd daar niet over gesproken (over seks überhaupt niet, toen), het zou het beeld van de edele Griek die de democratie heeft uitgevonden wat minder zuiver gemaakt hebben. Blijkbaar heeft dat verzwijgen tot ver in de twintigste eeuw geduurd, volgens een (zeer grondig) artikel over Griekse pederastie: "In 1910 a book called Maurice by E. M. Forster made reference to this "code of silence" by having a Cambridge professor employing “Omit: a reference to the unspeakable vice of the Greeks.” Four decades later in the 1940s: “This aspect of Greek morals is an extraordinary one, into which, for the sake of our equanimity, it is unprofitable to pry too closely”, by H. Michell. It would not be until 1978 when an English book on this topic, titled Greek Homosexuality, was published by K. J. Dover."
Frapperend gelijklopend zijn de berichten die ons al enkele jaren uit Afghanistan bereiken.
De krant De Standaard publiceerde in 2002, 19/1, foto's van talibanstrijders uit Kandahar die de mannenvriendschap uitstraalden (genomen tegen het bevel van mullah Omar in). Na het vertrek van de taliban in 2002 kwam de pederastie, waarvoor Kandahar in heel Zuid-Azië berucht was, weer op gang. Zo kwamen mannen met hun jonge vriendjes, ashna's, weer openlijk op straat. "This Pashtun tradition is even reflected in Pashtun poetry, odes written to the beauty and complexion of an ashna, but it is usually a terrible fate for the boys concerned. It is practiced at all levels of Pashtun society, but for the poorer men, having an ashna can raise his status. When a man sees a boy he likes — the age they like is 15 or 16 — they will approach him in the street and start talking to him, offering him tea," said Muhammad Shah, a shop owner. "Sometimes they go looking in the football stadium, or in the cinema" (which has yet to reopen). "He then starts to give him presents, hashish, or a watch, a ring, or even a motorbike," Shah continued. "One of the most valued presents is a fighting pigeon, which can be worth up to $400." (citaat).
En nog niet zo lang geleden kwam Afghanistan opnieuw op deze manier in het nieuws, nu met de bacha bereesh, jongens die zich voor geld door mannen laten toeëigenen en voor hen dansen. Hier gaat het over een gewoonte in het Noorden van het land. "The practice, called "bacha bazi" -- literally "boy play" -- has a long history in northern Afghanistan, but sometimes it does not stop with just dancing. I very much enjoy hugging a boy. His smell and fragrance kills me, said Yawar."
Het Griekse pederastisch gedrag is door heel wat geleerden onder de loep genomen (zie hier onder Modern Scholarship) en allerlei analyses hebben proberen te verklaren wat vaak als 'onnatuurlijk' bestempeld wordt. De verklaring dat in een maatschappij, waarin de scheiding van de seksen extreem is (en de vrouw als minderwaardig wordt beschouwd en uit de openbaarheid moet blijven), deze jongens het surrogaat bieden voor wat wij kennen als verliefd gedrag, met alles wat daarbij komt - vind ik hoogst aannemelijk.
Toch is het niet om deze uitspraak te doen dat ik dit onderwerp aangesneden heb. Mijn vermoeden is dat de oude Grieken deze 'cultuur' in die streken geïntroduceerd hebben.
De link tussen pederastie in Afghanistan en de verovering en kolonisatie van dit gebied door Alexander de Grote heb ik bij een search op het internet niet kunnen vinden, wat niet betekent dat er nog niet over geschreven is. Ik hoop dat iemand hierop reageert en mij corrigeert waar nodig.
Enkele elementen hierbij: het huidige Afghanistan was, toen Alexander er aankwam, een Perzische provincie. (Wikipedia) Gedurende de ca. drie jaar dat hij door het gebied trok heeft hij er ettelijke steden, meestal Alexandria genoemd, gesticht.
Een kaart bij de beroemde roman van Mary Renault over Alexander, The Persian boy, illustreert dit duidelijk. Alle huidige grote Afghaanse steden blijken stichtingen te zijn van Alexander: Herat, Kaboel, Kandahar, Ghazni, enz. Een Nederlandse Afghanistankenner, Willem Vogelsang, heeft mede hierover een artikel gepubliceerd onder de titel Afghanistan als Ideaal Vakantieland.Hij zegt o.a.: "(-)...nog noordelijker. In die contreien heeft Alexander ruim twee jaar moeten vechten, maar ‘s winters trok hij telkens weer terug naar Bactra in Noord-Afghanistan. Daar was het veilig. Zo veilig, dat het noorden van Afghanistan voor de Grieken en Macedoniërs na de dood van Alexander (hij stierf in 324 in Babylon, in het huidige Irak) een soort beloofd land werd, waar duizenden kolonisten zich vestigden, Griekse steden werden gebouwd en de Griekse taal en het Griekse schrift algemeen werden gebruikt. Hier werden uitgestrekte irrigatiewerken aangelegd. Maar ook in het zuiden kwamen Grieken wonen. Tijdens opgravingen in 1978 vonden we in Oud Kandahar een prachtige Griekse inscriptie uit het midden van de derde eeuw voor Chr. (-) Voor de Grieken en Macedoniërs was het land een ideaal gebied voor R&O, Rust en Ontspanning."
Rust en ontspanning: op oud-Griekse wijze?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:41 0 reacties
Labels: Alexander de Grote, Kαλòς παῖς in Afghanistan, pederastie, Plato, Renault Mary, Sokrates, Symposion
zondag 24 februari 2008
Terugkeer naar de moederschoot
De bibliotheek van de Universiteit Gent doet sinds een paar jaar aan electronische archivering van publicaties van 'eigen mensen' in het Institutional Archive van de Ghent University Library. Naar die electronische moederschoot van de Gentse alma mater is ook mijn licentiaatsthesis teruggekeerd.
(Even eerder ben ik begonnen aan een egotripje over deze academische productie van mijn hand en hier ga ik daar nog even op door. Geen probleem als je dit bericht overslaat ;-)
Na het omzetten van het papieren exemplaar naar pdf heeft zoon Erik het er niet bij gelaten, hij had er tenslotte behoorlijk wat tijd ingestoken. Hij heeft het dus ingediend bij het voornoemde archief en hup (= na een paar maanden van wat naar ik vermoed incubatietijd is) daar staat het wetenschappelijk te wezen tussen al die andere publicaties.
Een paar details: dit is voorlopig de oudste thesis van Letteren en Wijsbegeerte in het archief en oudste thesis tout court voor zover ik kan zien. De volgende thesis dateert van 1999. Eén andere publicatie, niet-thesis, is ook van 1968. De eerste oudere van de electronisch gearchiveerde publicaties-algemeen dateert van 1934.
Dus, beste collega's van de jaren zestig: hier is nog een groot gat dat gedicht moet worden!
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:14 0 reacties
Labels: Institutional Archive Ghent University Library, Terugkeer naar de moederschoot
dinsdag 15 januari 2008
Sigmundus
Even wat ontspanning met de gestoorde psychiater Sigmund, in het Latijn: 19 strips, en voor mij hadden het er best nog wat meer kunnen zijn. Peter de Wit, de auteur heeft er nog een aantal op deze website, in het Nederlands. And English readers will have a good time with these 24 cartoons in English.
zaterdag 5 januari 2008
Lectori salutem
Blijkbaar is L.S. (al lang) out.
Op een communicatiewebsite lees ik: 'Vroeger vond je nog wel eens ‘L.S.’, lectori salutem, de lezer heil. Latijn is ook een heel doeltreffend middel om de onpersoonlijkheid in de communicatie te vergroten.'
Taaltelefoon krijgt soms bezorgde vragen: 'Mijne heren, kan ik in een brief die gericht is aan de leidinggevenden van een bedrijf, de aanhef Mijne heren gebruiken?' Antwoord: 'De aanhef Mijne heren heeft tegenwoordig een ouderwetse bijklank. Bovendien is hij alleen bruikbaar als er geen vrouwen tot uw lezerspubliek behoren. De aanhef Mijne dames en heren is in een brief zeer ongebruikelijk, maar u kunt eventueel wel Geachte dames en heren schrijven. Ook het Latijnse L.S. ('Lectori salutem', 'Den lezer heil') is zeer ouderwets.'
Een Brugse scholier (Tom Bernaerd) toont op zijn blog 'Schuppe schrijft' een briefje van de school aan zijn ouders over zijn punten van wiskunde en economie. Hij schrijft:
In een brief die erbij zat stond nog dit: (zie fotootje). Waarna bij een anonieme huisgenoot volgende quote ontsnapte: “L.S.? Wat betekent dat? Liefste Sint?”Wat zijn blogsympathisanten de volgende dialoog ontlokte (partim):
# BenjaminWat zegt Wikipedia dus?
Apr 3rd, 2007 at 13u03
tis misschien van liefste Schuppe…?
# 3 Tom Bernaerd
Apr 3rd, 2007 at 13u15
Van die Lectori Salutem, ik wistekik dat wel hoor :)
Het is het anoniem gezinslid dat het niet wist.
# 4 Greet
Apr 3rd, 2007 at 13u30
Ik wiste kik dat ook niet hoor. Wie weet er dat nu?
# 5 Bart
Apr 3rd, 2007 at 13u31
Leren ze jullie daar niets? ;)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lectori_salutem
# 6 benjamin
Apr 3rd, 2007 at 22u55
Tom wist het juist wel :p maar ik wist ook nie wat dat betekent hoor :)
Lectori salutem (meestal afgekort tot L.S.) betekent heil aan de lezer, oftewel de lezer gegroet.De 'Acronyms browser' geeft nog een behoorlijk aantal 'andere' interpretaties van L.S.
Vroeger was dit het opschrift boven vele voorwoorden (praefationes) van Latijnse boekuitgaven.
Thans wordt het in de Nederlandse taal gebruikt als groet bovenaan een brief indien de lezer van de brief onbekend is.
De afkorting wordt door sommige stijlboeken afgeraden, omdat zij als onpersoonlijk (of ouderwets) zou overkomen. Stijlboeken zijn het erover eens dat L.S. alleen gebruikt kan worden als aanhef van een brief die tegelijkertijd aan meer geadresseerden wordt gestuurd (circulaires en dergelijke). In een brief gericht aan één enkele, onbekende geadresseerde gebruikt men "Geachte heer/mevrouw" als aanspreektitel.
What does L.S. stand for?In blogs lijkt Lectori Salutem overigens best wel populair te zijn, doe de Google search.
maandag 17 december 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Grafgedichten voor kinderen
Afl.4
Nog maar net riep het nieuwsbericht over een studiegenoot, René Jacobs, verre herinneringen op, aan een fantastische periode van vrijheid, met de enige plicht 'er ieder jaar door te zijn'.
Maar het houdt dus niet op.
Volgende wachtende in memory lane was de thesis, hét bewijs dat een jonge, maar rijpe, academicus klaar is om in het echte leven te stappen. Enkele decennia al staat dit bewijs in mijn boekenkast, onaangeroerd: ik heb het tenslotte zelf geschreven, waarom zou ik het nog opendoen? Ik niet, maar wel Erik, zoon nr. 2 (maar hier nr.1!), die het mij in electronisch formaat, met aanklikregister, dit weekend gepresenteerd heeft als vroegtijdig kerstgeschenk. Ik heb het op mijn website geplaatst, want voor mij heeft het nog iets, en eigenlijk, heel veel. Niet in het minst: herinneringen.
Bijdrage tot de studie der Griekse metrische grafschriften: grafgedichten voor kinderen (1968).
Toen schreef je nog een thesis. Met de hand, op papier. Waarna je op zoek ging naar de goedkoopste manier om het manuscript op zo weinig mogelijk exemplaren presentabel te laten drukken. Voor een 'Griekse' thesis was er dan één adres: Van Heirzeele (ik hoop dat ik zijn naam correct heb). Die huisde in het seminarie Grieks en had een netwerk van familieleden (zo leek het toch) die in hun vrije tijd thesissen typten voor studenten. Op stencils, want er moest 'gepolycopieerd' worden. Het was een perfecte samenwerking. Neef X tikte de 'normale' tekst in, overal spatie openlatend waar het Grieks moest komen. Dan verhuisde het hele zaakje (zo'n 140 stencils) naar Van Heirzeele, die het Grieks aanvulde op een 'machien' met twee klavieren, één met 'Europese' karakters, één met Griekse, waar ook de diacritische en epigrafische tekens te vinden waren. Hij had gelukkig ook ter plaatse het werk beschikbaar waaruit ik mijn teksten geput had. Het laatste karwei was het manueel nummeren van de pagina's en het invullen van de verwijzingen naar die pagina's. In de electronische versie niet zo duidelijk, want we hebben dat in potlood gedaan. En de spelling: dat heette toen de progressieve spelling. Zucht. Hoeveel spellingen nog hierna?
Wat zouden we zonder Van Heirzeele geweest zijn! Die vriendelijke bediende die altijd tot een babbeltje bereid was. Ik heb hem niet bedankt in mijn voorwoord, maar doe het alsnog hier, en van harte.
(Als ik de vorige regels herlees lijkt het alsof ik het over de middeleeuwen heb. Wat zijn we nu goed af met onze computers en printers. Eén uitstekend adres voor Grieks op je computer wil ik signaleren: Joop Jagers stelt het hier gratis ter beschikking. Houd er wel rekening mee dat hij een qwerty-toetsenbord gebruikt - US International.)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:01 0 reacties
Labels: Griekse metrische grafgedichten, Nieuw op de CyCadewebsite
vrijdag 30 november 2007
Antieke munten

De handel in antieke munten is heel wat complexer dan ik dacht. Hier vind je een zeer grondige paper van een Nathan T. Elkins over dit onderwerp.
woensdag 28 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Petronius
Afl.3
Petronius is een auteur die ik altijd graag gelezen heb in de klas binnen het genre 'satire'. Er schoot jammer genoeg nooit veel tijd over voor Trimalchio naast de praatjes van Horatius en de epigrammen van Martialis. En toch is Petronius' Satyricon echte satire in de dubbele betekenis van het woord: de satura lanx, de typisch Romeinse literaire schotel met voor elk wat wils, én de satirische typering van karakters. Dat laatste heb ik uit Petronius' Satyricon overgehouden, met een keuze uit het 'Eetmaal bij Trimalchio'. Het leuke van deze teksten vind ik de verschillende soorten Latijn die je erin tegenkomt, van de bonte verzameling gasten uit alle uithoeken van het rijk, ieder met zijn eigen typische fouten tegen het Algemeen Beschaafd Latijn. Het geeft je leerlingen ook de aangename gewaarwording dat er toen dezelfde fouten gemaakt werden als zij nu maken. In de cursus 'Volkslatijn' van G. Sanders aan de UG, illo tempore, heb ik de smaak ervan te pakken gekregen. Ik ben van plan de taalkundige aantekeningen die ik ervan overhoud ook nog op de website te zetten.
Er is één nadeel in de klas: je moet heel veel vocabularium geven en ook veel taalkundige uitleg. Maar de typetjes en het alledaagse en tegelijk zo universele geleuter en geroddel zijn echt schitterend.
Ook hier: opmerkingen voor aanvulling of verbetering zijn van harte welkom.
Een vertaling van het Satyricon vind je hier.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 18:48 0 reacties
Labels: Nieuw op de CyCadewebsite, Petronius, Satyricon, Trimalchio
maandag 26 november 2007
Leef verborgen
'Als je gelukkig wilt leven, moet je verborgen leven', was de wijze raad die Aristoteles destijds aan de tirannie meegaf.
Wees gerust, dit is niet de uitspraak van een classicus, maar van Jo Stremersch, financieel adviseur, vandaag in zijn column in De Standaard, de zelfverklaarde kwaliteitskrant ;-).
27-11-07
Naar aanleiding van een reactie op bovenstaand bericht hier nog een uitbreiding voor hen die het geluk/ongeluk gehad hebben geen Latijn of Grieks of filosofie gevolgd te hebben op school.De uitspraak gaat terug op de Griekse filosoof Epicurus, in het Grieks Lathe bioosas = Leef verborgen. Epicurus' idee was dat je moet streven naar geluk en dat streven valt niet te combineren met het openbare leven of politieke bedrijf. Stremersch situeert die uitspraak in zijn artikel in het jaar 343 v.C., 2 jaar vóór Epicurus' geboorte. Aristoteles was toen 40 jaar, maar het is weinig waarschijnlijk dat hij zo'n uitspraak gedaan zou hebben, want zijn opvattingen stonden ver van het atomisme van Democritus, waarop Epicurus zijn leer stoelde.
En tenslotte: in die tijd was er geen bewind dat men 'tirannie' noemde, in de klassieke betekenis van het woord. In de moderne betekenis van het woord misschien wel. Want Aristoteles is uit Athene gevlucht voor de gevangenneming die hem boven het hoofd hing wegens 'gebrek aan respect voor de goden'. De aanklacht kwam uit de hoek van politici die godsdienst gebruikten om tegenstanders te elimineren. Zoals met Socrates gebeurd is. Zo verandert 'democratie' in 'tirannie'.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:40 2 reacties
Labels: Aristoteles, Epicurus, Kemel, Leef verborgen
dinsdag 20 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Cicero's In Verrem
Afl. 2
Een derde thema bij de titel 'Goed Romeins bestuur', EEN SCHURK ALS GOUVERNEUR, is nu op de site geplaatst. Het betreft natuurlijk (uittreksels uit) Cicero's In Verrem, een schitterende redevoering, die ik in mijn lessen Retoriek bespreek bij het onderdeel 'juridische welsprekendheid' (genus iudiciale).
Op dit moment is het alleen een tekstbestand, de plaatjes die erbij horen is een karweitje voor later (hetzelfde geldt voor de Plinius- en Tacitusteksten). Ook kanttekeningen in verband met de retorische stijlfiguren wil ik er nog bij plaatsen. Teksten in vertaling kunnen dienen om een beter inzicht te geven in het verloop van de redevoering. Hier is een Engelse vertaling te vinden.
Voor sommigen onder u is er misschien wat te veel geknipt in de peroratio (onderdeel 184-189). Maar de quasi eindeloze aanroeping van allerlei goden en godinnen is echt te veel voor het geduld van de leerlingen, het behoort zeker niet tot de leefwereld nu, en de uitleg zou te veel de aandacht afleiden van Cicero's captatio benevolentiae waarin hij zijn kijk op zijn beroep formuleert en de persoonlijke noot op het einde, waarmee hij de slechtheid van de beschuldigde nog eens in de verf zet: ...ut mihique posthac bonos potius defendere liceat quam improbos accusare necesse sit, of, om te parafraseren met een anachronisme, laat in het vervolg deze kelk aan mij voorbijgaan.
Maar niets belet u om de 'gaten' in de tekst weer op te vullen.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:21 0 reacties
Labels: Cicero's In Verrem, Een schurk als gouverneur, Nieuw op de CyCadewebsite, Romeins bestuur
zondag 11 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 1
Sinds een paar maanden ben ik - eindelijk - bezig met een grondige face-lift en schoonmaak van mijn website CyCade. Koppelingen verdwijnen soms ongelooflijk snel van het Net, maar goed, ik had het echt wel wat te lang laten aanslepen.
En voortgaande op dat elan heb ik een begin gemaakt met het coderen van een reeks teksten voor publicatie op de site - lesmateriaal en artikels. Het is nog maar een begin, maar nieuw op mijn website zijn nu:
- MYTHE EN WERKELIJKHEID: DE EERSTE FOSSIELENVERZAMELAARS
HERMES, Tijdschrift voor geschiedenis, jaargang 9, nummer 3, p 5-9 (2005)
Een vijf, zes jaar geleden stootte ik op een artikel van Adrienne Mayor over de oude Grieken en fossielenvondsten. Ik vond het zo boeiend dat ik er voor mijn zesdejaars (Grieks) een lessenreeks van maakte. Misschien vind ik de moed om ook die reeks nog eens te bewerken voor de website, maar de algemene lijn vindt u al in mijn artikel. - Teksten met vocabularium rond GOED ROMEINS BESTUUR.
Om inzicht te krijgen in de dagelijkse Romeinse leefwereld zijn de teksten van en over bestuurders een goed startpunt, omdat ambtenaren zich moeten bezig houden met de gewone onderdanen en daar zelf ook eigen gevoelens over hebben. Plinius' brieven bieden bijvoorbeeld een schat aan gegevens. In de gekozen teksten van Plinius en Trajanus komen problemen met gedetineerden, corruptie in de bouw en sanering van de waterhuishouding aan bod. Bij Tacitus vinden we dat het bestuur een typische mannenwereld is, waarin een 'vrouw' voor sommigen tot problemen leidt.
Ik werk nog aan een keuze uit Cicero's In Verrem. - Als realia bij deze teksten over Romeins bestuur kan een OVERZICHT VAN DE ROMEINSE INSTELLINGEN dienen.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:08 0 reacties
Labels: De eerste fossielenverzamelaars, Mayor Adrienne, Nieuw op de CyCadewebsite, Plinius, Romeins bestuur, Romeinse instellingen, Tacitus
zondag 4 november 2007
Het nieuwe Akropolismuseum
maandag 15 oktober 2007
De gustibus non disputandum
Dit weekend in een krant gelezen dat de Romeinen het toch niet bij het rechte eind hadden met hun de gustibus non est disputandum, want dat dat disputare wel verrassende inzichten kon teweeg brengen. Ineens kreeg ik zin om eens op te zoeken van wie die bekende uitspraak nu wel kwam. Mijn pockets met Latijnse citaten (Westerhuis en Bartelink) gaven geen auteur, wat ik vreemd vond, want 'normaal' doen ze dat wel. Dus maar gaan googlen, en kijk, dit blijkt een buitengewoon populaire spreuk te zijn, tot ver buiten de grenzen.
Natuurlijk zijn er heel wat sites die een uitleg geven, maar er zijn ook ontelbare stukjes op blogs enz. waar mensen het gebruiken in zijn bedoelde betekenis, gewoon, tussen neus en lippen door.
- The New Dictionary of Cultural Literacy, Third Edition. 2002. staat nummer 1 bij Google. Zo leert een Engelstalige de uitspraak van De gustibus non est disputandum: 'day GOOS-ti-boos nohn est dis-poo-TAHN-dem'.
Het laatste -dum blijkt hier een andere uitspraak te hebben dan de andere u's (?).
- Op mijn oorspronkelijke vraag 'Van wie is deze uitspraak' krijg ik een gedegen antwoord van Wikipedia italiana:
Contrariamente a quello che si potrebbe pensare, il detto non proviene dai classici latini (in passato era stato attribuito a Cicerone) che mai - a detta degli studiosi di questa lingua - avrebbero fatto ricorso al pleonastico e ridondante est limitandosi ad un più semplice de gustibus non disputandum. In ragione di ciò, si considera che la frase possa trarre la sua origine dalla parlata aulica, e ridondante, appunto, in voga presso i dotti medievali. Da allora la locuzione è rimasta nel repertorio del cosiddetto latino maccheronico. (-)
Con la locuzione latino maccheronico si intende un modo per lo più scherzoso di scimmiottare la lingua latina, utilizzando desinenze ed assonanze proprie del latino applicate a radici e lemmi della lingua italiana (o a dialetti di questa), ed un genere letterario italiano che presenta questa caratteristica allocutiva.Dus niet van Cicero, maar eerder van middeleeuwse oorsprong, en het zou tot het latino maccheronico behoren, een mengtaal van Latijn en Italiaans. Zo te zien aan de uitleg denk ik niet dat je het kunt vergelijken met ons potjeslatijn. Het verrassende is, dat Wikipedia ook het oerklassieke (dacht ik) De minimis non curat praetor tot dat 'maccheronico' laat behoren.
- Ook een Oekraïense reclameman kent zijn Latijn, klik maar eens hier een woord in de onderste lijn aan, en je ziet over welke gustibus het bij hem gaat. (Het is een keurige website, hoor.)
- Een Hans Groen heeft nog een andere oorsprong van de spreuk gevonden, en de oorspronkelijk bedoelde betekenis: 'over wansmaak valt niet te twisten'. Hij haalt er Kant bij en een Franse filoloog Patrick d’Orreur, dus dat klinkt degelijk ;-). There is also an English version of this text.
- De Accademia Italiana Gastronomia Storica heeft - uiteraard - een gastronomische verklaring van de spreuk en, ziedaar, nu zitten we toch in volle klassieke periode, want wie heeft die voor het eerst in de mond genomen: Giulio Cesare.
Wat ik begrepen heb uit deze tekst (let wel, mijn Italiaans staat maar in het beginstadium, maar u kunt ter plaatse controleren of het klopt wat ik zeg) is, dat 1° de Milanezen blijkbaar al het recept van asperges op zijn Vlaams kenden en 2° dat zij deze magnifico piatto di asparagi al burro voorzetten aan Caesar en zijn medewerkers. De gasten vonden dit maar niks, want Romeinen kenden boter alleen als een middel om zich in te zalven (ik zeg alleen wat ik daar lees...) en lieten dit duidelijk merken. En dus zei Caesar tot zijn onbeschofte vrienden de gevleugelde woorden... Juist.
- Dit vond ik met de zoekmachine. Zonder verdere commentaar: KRISTAL, M. B. Placentophagia: A biobehavioral enigma (or De gustibus non disputandum est). NEUROSCI. BIOBEHAV. REV. 4(2) 141-150, 1980.
- Tot slot wil ik u een getuigenis van eigen bodem, met de uitgebreidere titel De gustibus et coloribus non disputandum, niet onthouden, want uit het leven gegrepen. De auteur sluit af met: Je moet de tabak niet altijd hetzelfde verwijten. Voor de ene mens is het goed, voor de andere kan het diens dood betekenen, net als alcohol. Okee ?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:58 1 reacties
dinsdag 15 november 2005
Torpedo or cramp fish
As a side comment on the post in Curculio about Ancient Shock Therapy the following:
Bernardino Ramazzini, the 'father of industrial medicine', in his De Morbis Artificum (A.D. 1700), discusses the venomous sting of the 'torpedo' and refers a.o. to Pliny: "Torpori, & stupefactioni brachiorum, ac pedum aliquando obnoxios Piscatores esse palam est, si forte in retibus adsit inter alios Pisces Torpedo, habet enim mare animalia sua venenata non secus ac terra, quae Plinius refert, idque non solum contactu sed etiam aura venenata quae per setam, aut hastam brachio Piscatoris communicetur, uti scripsit Dioscorides, Plinius, Mathiolus atque alii, sed ab experimentis multis habitis Stephano Lorencino constat id non efficere nisi per corporalem contactum, neque in omnibus sui partibus, sed solumodo per quosdam falcatos musculos. De torpedinis stupefaciente facultate, ac remediis satis fuse egit Sennertus."
No word about any healing effects of the torpedo, but of course this is a book about diseases. Ramazzini does not mention a cure for its sting either.
(Pliny, 9.42, refers only to the torpedo's attacks on fish. The last remark in the quote was added by Ramazzini in 1713, when a certain Kaempfer had explained that the shock was electrical. I have found all this in the 1983 edition of Ramazzini in The Classics of Medicine Library, New York.)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 15:54 0 reacties
