'Het communautaire overleg verloopt stilaan volgens de principes van de grot van Plato, waar binnenin andere dingen gebeuren dan de schaduwen aan de buitenkant van de grot doen vermoeden.'
Yves De Smet, politiek hoofdredacteur De Morgen, 5 juli, p.2. Principes? Schaduwen aan de buitenkant?
zondag 6 juli 2008
Plato's grot
woensdag 2 juli 2008
...en duizendjarig dolen
Het is de laatste regel van Vera Janacopoulos van Jan Engelman én de titel van een opstellenbundel, waarin ik voor het eerst kennismaakte met de Nederlandse schrijver Frédéric L. Bastet, zo'n 25 jaar geleden. Het staat vol leuke en tegelijk degelijk gedocumenteerde anekdotes over relieken van de antieke oudheid (ruim opgevat) en wat mensen er zoal rond uitgespookt hebben.
'Maar zijn ware gepassioneerdheid openbaarde zich als hij de menselijke werkelijkheid achter het object van zijn kennis mocht onthullen. Dan werd hij de zwierige verteller, met een hang naar de schalkse anekdote' (De Volkskrant).
Naast Duizendjarig dolen heeft hij nog vier andere 'Wandelingen door de antieke wereld' gepubliceerd, heerlijke lectuur. Ik herinner me een verhaal over de Venus van Milo, over haar vondst en haar omzwervingen tot ze in het Louvre belandde (*). Sinds heel kort weet ik dat dit eigenlijk een klein deel is van zijn literaire productie, en dat klassiek archeoloog Bastet zelfs de P.C. Hooftprijs gekregen heeft voor o.a. zijn Couperusbiografie.
Ook de titel van de volgende 'wandeling', Het maansteenrif, komt uit een gedicht, ditmaal van Hendrik Marsman, 'De zee'. De titels - en de gedichten - zeggen veel over Bastets opvatting van de antieke wereld: het is een bron van vitalisme en inspiratie, een paradijselijke droom.
Bastet is 30 juni jl. begonnen aan (of verder gegaan met) zijn eigen dooltocht van duizenden jaren - metempsychotisch gesproken. Requiescat.
Kees Fens, een ander monument van de Nederlandse letterkunde - van wie ik de columns in mijn adolescentenjaren verslond - en helaas ook sinds kort heengegaan, apprecieerde Duizendjarig dolen als volgt: 'De causeur laat de wetenschap nooit los, hij verlaat alleen zijn studeerkamer voor een rondleiding, die populair genoemd kan worden zonder oppervlakkig of niet feitelijk te zijn.' En over Bastet: '...de bij ons wat zeldzame bedrijver van de superieure historische gossip, die door een lichtheid van toon een kwaliteit erbij krijgt'.
(*)Even opgezocht: 'Venus bespied' - in Het maansteenrif
[Ouder dan de 'Wandelingen', maar in dezelfde trant opgevat en ook heel leesbaar, is Uit de Leerschool van de Spade door H.M.R. Leopold (1877-1950).]
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 10:49 0 reacties
Labels: ...en duizendjarig dolen, Bastet Frédéric L., Wandelingen door de antieke wereld
donderdag 12 juni 2008
Erosie
De zware stortregens van de afgelopen maand trokken de aandacht van de media weer op een oud zeer in het zuiden van Vlaanderen: erosie van de landbouwgrond. Als de boeren wat oordeelkundiger zouden omspringen met hun veld door bufferstroken aan te leggen bijvoorbeeld, door groenbedekking, erosiepoelen of dammetjes, zouden ze kunnen vermijden dat hun akkers en hun oogst na een onweersbui wegspoelen. (Citaat)
Het deed me (tja, een hardnekkig geval van beroepsmisvorming) denken aan een vaak geciteerde uitspraak van Plato, over de ontbossing van Griekenland, lang vóór zijn tijd. De mensen zouden onbezonnen alles kaalgekapt hebben, met het wegstromen van de vruchtbare grond als resultaat. Ik wilde nu eindelijk wel eens weten waar die uitspraak precies te vinden was.
Bij mijn search kwam ik onverwacht allereerst uit bij W.F. Hermans, bij een publicatie uit 1960. Blijkbaar was Hermans van opleiding fysisch geograaf en had hij een boek gepubliceerd met de titel 'Erosie'. Een publicatie van bijna 50 jaar geleden, maar bijzonder actueel en prettig relativerend met de huidige hysterie rond de klimaatopwarming in gedachten.
Het herstel van het eikenbos werd bij het begin van het Atlanticum (5500-3000 v.C.) nog verder bemoeilijkt doordat het klimaat koeler en vochtiger werd. Op vele plaatsen werd het eikenbos voorgoed teruggedrongen, het werd naar beneden en naar het zuiden gedrukt. Erosie moet toen al op grote schaal zijn intrede hebben gedaan, allereerst op de steilste hellingen en het lijdt geen twijfel dat de mens hieraan meegewerkt heeft. Hetzelfde is gebeurd met de bossen die de nu zo goed als kale streken rondom het Middellandsezeegebied bedekten. Uit een passage in een van de dialogen van Plato (429-347 v.Chr.) blijkt dat in zijn tijd de herinneringen aan het woud dat eens de berghellingen van het Balkanschiereiland bedekte, nog niet vervlogen waren. Maar in Plato's tijd was het al grotendeels verdwenen. Deze ontbossing, gevolgd door erosie, ging tijdens de antieke beschaving in snel tempo verder. Er zijn historici die menen dat de ondergang van het Romeinse Rijk in feite veroorzaakt is door de degeneratie van de bodem. (blz. 160)Over welke passage in Plato gaat het nu? Het blijkt Kritias 111 a-e te zijn. Als voorbereiding op zijn uiteenzetting over Atlantis beschrijft hij de paradijselijke situatie in het Attica van duizenden jaren vóór zijn tijd.
Er is een sterk bewijs van die uitmuntende gesteldheid: wat er nu nog van dat land overblijft, kan gerust met elke andere streek wedijveren in verscheidenheid en kwaliteit van de producten, en in het voortreffelijke voedsel dat ze voor elke diersoort oplevert. In die tijd was echter de opbrengst niet alleen van eerste kwaliteit, (a) maar ook nog kwantitatief onbegrensd. Welk bewijs bezitten we daarvan, en wat blijft er nu nog van het toenmalige land over, dat onze bewering kan steunen? In haar geheel, van de rest van het vasteland uit bekeken, steekt onze streek diep vooruit in zee, als een landtong. Nu bezit het zeebekken, dat haar omgeeft, overal, vlak bij de kust reeds, een grote diepte. Wat moet er dus gebeurd zijn? Talrijke en hevige overstromingen hebben zich in die 9000 jaar voorgedaan: dat is immers het aantal jaren die sindsdien zijn verlopen. (b) De grond nu die, in deze lange en fel bewogen periode, van de hoger gelegen delen af stroomde, heeft niet, zoals op andere plaatsen, een noemenswaardige aanslibbing veroorzaakt: hij is steeds als een bal blijven voortrollen tot hij in de diepte is verdwenen. Wat er nu, in vergelijking met toen, van overgebleven is - ook bij kleine eilanden is dat het geval - is dan ook niet veel meer dan het geraamte van een door ziekte uitgeput lichaam: al het vette en malse van de grond is van alle zijden afgevloeid, terwijl alleen het uitgemergelde lichaam van het land overbleef. (c) Maar toentertijd, toen ze nog gaaf was, bezat onze streek hoge heuvels, die haar bergen waren; wat men nu de 'Steenvlakte' noemt, was toen een vlakte vol vette grond. Op de bergen was het hout rijkelijk voorhanden. Daarvan bestaan zelfs nu nog duidelijke sporen. Er zijn immers bergen, die nu alleen maar wat voedsel voor bijen opleveren, maar waarop men, nog niet heel lang geleden, bomen velde, bestemd om de balken te leveren voor de grootste bouwwerken - daken die nu nog gaaf gebleven zijn. Verder waren er in groten getale hoge gecultiveerde bomen, en de grond bracht geweldig veel voedsel op voor het vee. Verder gedijde hij trouwens ook nog door het water dat jaarlijks uit de hemel viel, (d) en dat niet verloren ging, zoals nu, door van de onbegroeide aarde in zee te stromen. Nee, in grote hoeveelheid nam de grond water in zich op en behield het, door het in voorraad te houden in de beschuttende kleilaag. Zo kon hij het opgezogen water, dat van de hoogten afstroomde, in diepe holen laten wegstromen, waardoor hij op alle plaatsen een mild-vloeiende voorraad water bezorgde aan bronnen en rivieren. Nu nog leveren de heiligdommen, die bewaard bleven op de plaats waar eertijds bronnen waren, het bewijs dat de verhalen van nu over het oude Attica waar zijn. (e)Geen spoor van culpabilisering van de boer en de houtkapper, iets dat toch in mijn herinnering verbonden is/was aan Plato's uitspraak. Nee, de boer is een modelboer van groot talent. Plato gaat verder met een idealiserende beschrijving van het oeroude Athene die baron von Münchhausen naar de kroon kan steken. Maar goed, de oorsprong van die informatie zou bij Egyptische priesters liggen, het zal daar wel aan liggen.
Dat was dus de algemene gesteldheid van het land. Zoals te verwachten was, werd het bebouwd door landbouwers van de echte stempel, die niets anders deden dan dát, die hielden van schoonheid, mensen van groot talent en die zich mochten verheugen in het bezit van de beste grond, de rijkste watervoorrziening, en, boven die grond, van het zachtste klimaat. (Vertaling X. De Win)
.
vrijdag 16 mei 2008
Grieks-Romeinse geschriften:
nooit weg uit Europa
Het is niet omdat je je bezighoudt met wat soms de dode talen wordt genoemd, dat je bezig bent met iets dat een gestold en immobiel geheel is. De 'kennis' die je erover opdoet kan nog zo vaststaand lijken, ze is integendeel een heel tijdelijke dwarsdoorsnede van een voortdurend veranderend universum van visies van autoriteiten op de klassieke oudheid, inbegrepen je eigen progressief verschuivende synthese ervan.
Als student in de jaren zestig kregen we een voorzichtige vermelding in verband met de Griekse beeldhouwkunst. De beroemde Griekse beelden waren ooit beschilderd, met wat je oneerbiedig als 'kermisorgelkleuren' zou kunnen bestempelen. 'Oneerbiedig' (en dus ook 'voorzichtig') omdat wij onze studie klassieke filologie toch begonnen waren met het beeld van de Griekse cultuur zoals omschreven door Winckelmann: Edle Einfalt und stille Grösse. In deze geest hadden Canova en Thorvaldsen hun neoclassicistische beelden gecreëerd. Blank marmer dat de sophrosunè belichaamde. Het Parthenon, een kermis van primaire kleuren? Wij (in ieder geval ik) wensten geen moeite te doen om ons daarbij iets voor te stellen.
Sta mij toe deze draad nog even verder te spinnen vóór ik aan het onderwerp van mijn titel toekom.
Nog zo'n monument van de klassieke studies: de fibula Praenestina. Een tekst op een gouden kledingspeld uit de 6e eeuw v.C., van rechts naar links (echt 'oud' dus) in Latijns schrift en waarschijnlijk in een Oskisch dialect: de vroegste Latijnse inscriptie ooit gevonden, mét een echte perfectumreduplicatie*. Een linguïstisch document en topgetuige in de cursus linguïstiek. Sinds de jaren '90 is men ervan overtuigd dat dit een 19e-eeuwse vervalsing is.
In mijn studietijd werd de toegang tot een bepaald huis in Herculaneum aan meisjesstudenten ontzegd omdat er een Priapus tentoongesteld was. Onze mannelijke medestudenten meldden ons dat het hier in ieder geval niet de edle Einfalt betrof, zij het misschien wel de stille Grösse. Het was een mij toen onbekend en nieuw aspect van de klassieke cultuur. Hielden de Grieken en de Romeinen zich daar mee bezig? Wij bleken in een onbevlekt parallel universum te zweven, dat met de antieke 'realiteit' maar een klein beetje gemeen had. (Zie ook een vorig bericht.) O.a. dank zij de publicaties van Eva Keuls en K.J. Dover is dat weer wat rechter getrokken.
De Victoriaanse strategie van het verzwijgen van wat moreel niet goed lag op dat moment had ervoor gezorgd dat we niet keken naar wat achteraf gezien in menige tekst en afbeelding voor het grijpen lag en had ons opgezadeld met een steriel antieke-maatschappijbeeld.
Het bijstellen van een mening kan overigens een goed gevoel geven, zolang je niet je eigen ideeën beschouwt als het woord van God. En hiermee kom ik aan een recente 'bijstelling' van nog zoiets dat bijna tot dogma geworden is in de geschiedenisles: de overlevering van de antieke Griekse en Romeinse teksten in Europa. Die zouden in de duistere Middeleeuwen compleet verdwenen zijn en tegen de Renaissance er weer opgedoken zijn via de omweg van de mohammedaanse geleerden, die ze al die tijd in veilige bewaring gehouden hadden. Of, om het met andermans woorden te zeggen: De antieke Griekse kennis – filosofie, geneeskunde, wiskunde, astronomie – heeft, nadat zij uit Europa volledig was verdwenen, een schuiloord gevonden in de muzelmaanse wereld, die deze kennis in het Arabisch heeft vertaald, de boodschap in ontvangst nam en voortzette, alvorens haar tenslotte aan het Westen door te geven. Op die manier werd de Renaissance mogelijk gemaakt, gevolgd door de plotse expansie van de Europese cultuur. Deze omschrijving dook kortgeleden op in Victacausa, het onvolprezen weblog van Marc Vanfraechem (piper, non homo :-).
Je kon al een tijdje op internet argumenten vinden tegen deze hypothese omtrent het 'compleet verdwijnen' van de Griekse geschriften in Europa, van de hand van een oprecht gedreven verdediger van de reputatie van het christendom. Want de christenen zou verweten zijn dat zij alle heidense documenten vernietigd zouden hebben. Met het onnoemelijk verlies van de klassieke traditie. (Titel: Did the Christians burn/destroy all the classical literature?) Het is een heel lang en nadrukkelijk document, maar het verwijst voortdurend naar andere literatuur, wat tenminste de indruk geeft dat het onderbouwd is. Het is het antwoord van een 'Christian think tank' op de vraag van een lezer die precies over dit onderwerp handelt: The Islamic world, on the other hand, did not suffer the kind of dark ages that the Christian world did, and they actually preserved many of the works that Christians destroyed. (-) Is my history correct?
Een publicatie die, naar ik aanneem, niet vanuit exclusief christelijk perspectief geschreven is, maar eerder neutraal en wetenschappelijk-historisch, behelst exact wat hierboven aangesneden wordt: Aristote au mont Saint-Michel. Les racines grecques de l'Europe chrétienne van Sylvain Gouguenheim*. Een recensie van Le Monde door Roger-Pol Droit is te vinden op Victacausa, in de Nederlandse vertaling van Marc Vanfraechem. Het bovenstaande citaat komt hieruit. Je krijgt een goed idee van de gedachtegang en de historische bronnen waarop deze gesteund is.
Eén van de taaie winkeldochters van de Europese geschiedenis eindelijk getoetst op Popperiaanse falsificeerbaarheid: prima, zo blijven we wakker.
En wakker zijn ze ook bij de International Herald Tribune: 'But Le Figaro and Le Monde, in considering the book in prominent reviews, drank its content in a single gulp. No suspended endorsements or anything that read like a caution. (-) But is it right?' Er zijn blijkbaar al commentaren verschenen die het boek niet in een geschiedkundige, maar in een politieke (rechtse) hoek zetten.
Is het iets dat past bij onderzoek, die terminologie met 'right' en 'caution'? Het zijn woorden die een autoriteit veronderstellen, die boven de onderzoeker staat. Waardoor het niet meer het onderzoek van de onderzoeker is. En zulke woorden fungeren ook als een waarschuwende vinger naar de lezer van het onderzoek.
Nee dus, wij zullen zelf wel onze mening vormen.
* De voltooid tegenwoordige tijd wordt aangeduid door vóór aan het werkwoord een extra lettergreep toe te voegen met dezelfde beginmedeklinker als het oorspronkelijke werkwoord.
* Seuil, "L'Univers historique", (2008) 282 p., 21 €
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:56 2 reacties
Labels: fibula Praenestina, Gouguenheim Sylvain, Grieks-Romeinse geschriften
Keizer Iulius Caesar?

Boeiend nieuws gisteren: een onbekende buste van Caesar is in Arles uit de Rhône gehaald. Een knap portret in de typische realistische Romeinse stijl. Volgens de archeoloog de eerstgevonden kop die bij zijn (Caesars) leven gebeeldhouwd werd, een oudere Caesar tonend dan waar we gewoon aan zijn (rond 46 v.C.).
En het was de krant die bij mij in huis komt en die er prat op gaat dé kwaliteits- en cultuurkrant van Vlaanderen te zijn - die krant dus, die de treurige spits afbeet. Want op p.33 bracht De Standaard het bericht: 'Op de bodem van de Rhône in Frankrijk is een buste van de Romeinse keizer Julius Caesar gevonden'. Misschien, als het lang genoeg gezegd en herhaald wordt, wordt Caesar nog wel eens keizer in de geschiedenisboekjes. Maar tot nader order is hij nooit 'keizer' geweest.
Nog een andere krant lees ik wel eens, De Morgen, en die hadden het in hun uit De Volkskrant afkomstige artikel over de Romeinse dictator. Dus 10/10 en een bank vooruit, voor beide kranten dan maar.
Ik ben gaan rondgooglen. De probleemleerlingen, die het dus over een 'keizer' hebben, heb ik het eerst afgedrukt. De echte cultuurkranten of -zenders daaronder.
KEIZER :
- Le Figaro Culture
- NRC - Handelsblad
- RTBF
- Die Welt
- Telegraph
- New York Times (NYT legt de term in de mond van een zegsman van het Franse Ministerie van Cultuur.)
- BBC News (dictator)
- CBC (de voorzichtige term 'reigned')
- Het Nieuwsblad (heerser)
- Le Monde (homme d'état)
- AP (ruler)
- Times (leader)
- Der Spiegel (Diktator)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:00 0 reacties
Labels: De Morgen, De Standaard, dictator, iulius caesar, keizer, Kemel
dinsdag 22 april 2008
Pompeii-graffiti en haatmail

Gisteren stond er in de krant De Morgen (p. 14) een artikel van Vlaams politicus en historicus van opleiding Bart De Wever onder de titel hiernaast. Dit is geen politieke blog. Politiek commentaar uit dit artikel zal hier verder dus geen aandacht krijgen.
Ik was behoorlijk verrast dat een politicus de tijd gevonden had om een column te schrijven van dit gehalte én in een vlot en prettig leesbaar Vlaams Nederlands*. Omdat De Morgen nogal moeilijk doet on-line bij het downloaden van tekst - die dan gebruikt zou kunnen worden in citaten - heb ik het artikel maar op het net gezet. Je kunt het zo gebruiken als documentatie bij een hilarisch onderwerp 'Pompeiaanse graffiti' in de les Latijn, waarbij heel wat vakoverschrijdende eindtermen tegelijk mooi meegenomen zijn.
Pompeiaanse graffiti vergelijken met de huidige haatmailtjes is de spijker op de kop. Een politicus is uiteraard uitstekend geplaatst om die vergelijking te kunnen maken, vooropgesteld dat hij op de hoogte is van de equivalenten van 2000 jaar geleden. Wat De Wever, gezien zijn tekst, duidelijk is. Zo zegt hij over de graffitischrijvers: 'Ze bezigden vaak een vulgair Latijn vol afkortingen, in fonetische spelling en met een eigensoortige woordenschat. De irritatie erover bij de toenmalige elite was groot'. De vergelijking met het chatten van nu dringt zich op, compleet met de ergernis van het lerarendom hierover; maar De Wever blijft, terecht in dit korte bestek, bij zijn onderwerp. En hij citeert correct het 'foutgespelde' vulgair Latijn.
Eén leuk citaat wil ik u niet onthouden, een beschrijving van de ouderwetse schrijfcultuur die een ontspanningsmechanisme in zich had: 'De goede oude anonieme scheldbrief is stilaan een rariteit aan het worden. Dat medium veronderstelt immers dat mensen boos genoeg worden en het lang genoeg blijven om papier te nemen, hun emoties iet of wat ordentelijk uit te schrijven, een omslag te zoeken, een postzegel te kopen en het fysiek adres van de geviseerde op te zoeken. Op de tijd die daarvoor nodig is verandert zelfs de hulk terug in een sympathieke jongen'. Een mail is op enkele seconden gepost. Een graffito op enkele seconden geschreven.
Vandaag (22/4) was er al een reactie hierop te lezen in De Standaard van een mede-columnist mede-historicus, Marc Reynebeau: 'En progressief is een al even leeg begrip, nu niemand nog, op Bart De Wever na, conservatief wil zijn. En De Wever is dat ook alleen maar om anderen op de kast te kunnen jagen en als excuus voor zijn nieuwe hobby, Latijn spreken'.
Een beetje ondermaats als commentaar wel. Zie in verband met 'Latijnopmerkingen' in De Standaard ook hier.
* Algemeen Nederlands moet voor mij nog steeds de standaardtaal zijn in het onderwijs. Ik zou dus wijzen op de verschillen bij typisch Vlaamse woorden. En nu we toch met onze rode balpen bezig zijn: aedile in de column moet natuurlijk zijn aedilis (de Romeinse 'politieman).
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:37 0 reacties
Labels: De Wever Bart, Latijn, Pompeii-graffiti en haatmail
maandag 7 april 2008
De Ilias van Jan Cox
Dit is het enige schilderij van Jan Cox dat ik al kende, als beeld, zonder te weten dat het van hem was. Het heet Bloedregen. Wat ik niet wist is dat het bij een Iliascyclus hoort.
Het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen houdt een overzichtstentoonstelling 'Jan Cox:
Profiel van een kunstenaarschap'. Ik kende Jan Cox eigenlijk alleen maar als een naam zonder meer, toen Adriaan Raemdonck van De Zwarte Panter vol enthousiasme aandrong om toch zeker te gaan kijken. Ik was een beetje sceptisch, want naast klassieke antieke thema's had Cox blijkbaar ook een kruisgang uitgewerkt. Het klonk saai. Maar gisteren ben ik dan toch geweest.
Overweldigend. Helemaal geen klassiekerig gedoe, maar een absolute expressie van de gevoelens van de kunstenaar bij episodes uit de Ilias of enkele verzen van Homeros. Bloedregen hangt naast En de Skamander kleurde rood met bloed. In deze en de andere doeken van ca. twee bij anderhalve meter (ik kan er best een halve meter naast zitten) wil de schilder, die de laatste oorlog heeft meegemaakt, 'nadenken over de “menselijke conditie” en de verschrikkingen en de wanhoop van de moderne tijden'. Maar eigenlijk kon ik best zonder dit typische expositievocabularium. De beelden komen met enorme kracht op je af. Ik probeerde telkens eerst te raden wat het onderwerp was voordat ik de titels las. Meestal lukte het niet, maar zodra ik dan de titel las was het
buitengewoon boeiend om te zien wat Cox uit dat onderwerp naar voren gehaald had. Misschien hebt u u ook afgevraagd wat het werk links voor titel heeft. Het is Achilles achtervolgt Hector. De schilderijen blijven figuratief, maar lijken beelden uit een kwade droom. Hier rechts ziet u Warriors. De cyclus in de tentoonstelling telt, schat ik, zo'n 15 werken.
Daarnaast is er nog heel veel ander werk te zien, waaronder een Orpheuscyclus, vroeger dan de Ilias en voor mij althans minder boeiend, alhoewel zijn Dansende maenaden (zeer groot) ook buitengewoon knap is van gevoel en compositie. Hier links een Pastorale.
Wat buitengewoon tegenviel was het aanbod in de museumboetiek. Er was een superdikke glanzende catalogus, die ongetwijfeld knap is, maar als je je op iedere tentoonstelling zoiets aanschaft puilt je huis snel uit, om van de kostprijs niet te spreken. En daarnaast waren er nog welgeteld twee (2) postkaarten te koop. Geen samenvattend tijdschrift, geen posters, geen kleine boekjes, geen kalender. Het kon er blijkbaar niet af.
3-5-08
Bert Beyens draaide samen met Pierre De Clercq 20 jaar geleden de film Jan Cox A Painter's Odyssey. Hij stuurde mij een mail om te zeggen dat die nu op dvd uit is, en verkocht wordt in het museum. Hij kan ook besteld worden op dit adres. Na mijn 'klacht' hierboven lijkt het me redelijk dat ik dit vermeld.
zondag 6 april 2008
Nieuw op de CyCadewebsite
Griekse muziek
Afl. 6
Griekse muziek ken ik vooral van de afbeeldingen op vazen van fluitspeelsters, of een musicerende Apollo, een zingende Orpheus of met cymbalen dansende maenaden. Je beseft wel dat muziek een heel belangrijk deel uitmaakte van het oud-Griekse leven, maar hoe het klonk, dat is giswerk. Men heeft interessante pogingen gedaan om die muziek weer tot leven te brengen. Ik heb in mijn kast zo een paar cd's staan van Petros Tabouris maar ook hij noemt het, in het begeleidende boekje, 'pogingen'. Een scholier heeft hier een website over Griekse muziek (de knoppenbalk is niet onmiddellijk zichtbaar op de homepage, daarom link ik hier naar 'Webmaster', dan zie je ze wel). En natuurlijk doet ook Wikipedia haar duit in het zakje.
In verband met Griekse muziek heb ik één tekstje op mijn website gezet: de mythe van Syrinx en Pan, met vocabularium en wat uitleg. Het verhaaltje speelt zich af in een arcadische omgeving en wordt verteld in Longos' herdersroman Daphnis en Chloë. Er zijn heel wat Griekse mythen die over metamorfoses verhalen, vaak van vrouwen die, hoe kan het anders, belaagd worden door een mannelijk personage. Onze Syrinx is een nimf die haar toevlucht zoekt tot een rivier waar ze aan haar belager ontkomt door te veranderen in riet. Zo komt het dat de uit rietpijpen vervaardigde panfluit syrinx heette.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 10:55 0 reacties
Labels: Longos, Nieuw op de CyCadewebsite, Pan, Syrinx
dinsdag 18 maart 2008
Latijn en succes bij de studies
Dit is een kop van 17 maart, met het onderschrift 'Wie in de middelbare school Latijn-Grieks of Latijn-wiskunde heeft gevolgd, heeft nog steeds meer slaagkansen in het hoger onderwijs dan anderen'.
Geen onverwachte conclusie, dat is al jaren zo. En even weinig onverwacht voor classici of (ex)leerlingen van 'de Latijnse' is het commentaar bij deze vaststelling.
Ik laat het door De Standaard zelf zeggen:
Het watervaldenken en zijn valse boodschappen leven er ook nog. Zo wordt gezegd dat de Latijnse opleidingen nog altijd de beste garantie geven op succes in het hoger onderwijs. Nogal wiedes. Als je de leerlingen met het hoogste IQ naar die afdelingen stuurt, en ze daar echt voorbereidt op het hoger onderwijs, terwijl je dat in andere afdelingen en zeker de technische minder doet, kan het dan verbazing wekken dat de 'latinisten' het best scoren in het hoger onderwijs? (Guy Tegenbos, p.2)
Allereerst zou je mogen verwachten dat men in die 'andere afdelingen' en de 'technische' zijn leerlingen even grondig zou voorbereiden op verdere studies. Ja, waarom doen ze dat eigenlijk niet?
Maar wat die kinderen met een hoog IQ betreft, dat die allemaal naar de Latijnse afdeling gestuurd worden: in deze zelfde krant staat dat zulke jongeren ook (ten onrechte, zegt men erbij) in een beroepsafdeling terechtkomen. Hoe zit het nu? Het lijkt alsof er een negatieve sfeer geschapen moet worden, van 'oneerlijke discriminatie'. Het is niet de eerste keer dat men de Latijnse richtingen op die manier in diskrediet probeert te brengen. Het waarom mag een psycholoog uitleggen.
Waar Guy Tegenbos het even niet over wil hebben is de inhoud van die studierichtingen. Dat het de vakken Latijn en Grieks zijn die de slaagkansen gunstig beïnvloeden. Doordat er een grondige training gegeven wordt in analytisch-synthetisch denken en redeneren. In veel hogere frequentie dan bij andere talen. En dat deze analytisch-synthetische activiteit gekoppeld is aan taal, aan teksten die moeilijk van inhoud en vorm zijn, die 'veroverd' moeten worden. Zoals de studieboeken van het hoger onderwijs, die gegarandeerd in zo'n taal geschreven zijn, net zoals die professoren er in zo'n geest doceren, hoe vlot ze ook willen overkomen.
Het zou kunnen dat die Latijnse richtingen inderdaad een voordeel hebben dat de andere niet hebben. Moet in naam van het democratisch denken het succes van die richtingen dus maar 'een valse boodschap' genoemd worden? Graag wat meer realisme, Guy Tegenbos. Als ouders hun kind naar een te gemakkelijke richting sturen ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Als een school minder energie of discipline steekt in zijn moderne of technische afdeling, dan ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Het ligt aan die school of die ouders (of 'hun positie in de maatschappij'). Dààr moet er dus werk verricht worden.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:58 0 reacties
Labels: De Standaard, Latijn en succes bij de studies, Tegenbos Guy
maandag 25 februari 2008
Καλòς παῖς in Afghanistan
'Een man moest een jongen het hof maken met bijvoorbeeld geschenken zoals speelgoed, dieren of een groot geschenk zoals bijvoorbeeld een rijpaard. De jongen was dan officieel de vriend van de man, en werd meegenomen naar feesten, drinkgelagen en andere sociale plaatsen en gebeurtenissen.'
Voor deze Griekse vorm van liefde, pederastie genoemd, golden een aantal regels. De jongen (eromenos) was tussen 12 en 18 jaar oud, al in de pubertijd, maar nog niet volgroeid, en had een passieve rol in de relatie. De man (erastes) was volwassen en wierp zich op als de mentor van de jongen. Hij vroeg de vader van de jongen om toestemming en probeerde de jongen aan zich te binden door hem geschenken te geven, bv. een haas als huisdier. In de context van deze hofmakerij kunnen ook de ‘kalos’-inscripties op vazen gezien worden. Op deze vazen staat de afbeelding van een mooie jongen met het opschrift ‘xxx is mooi (kalos)’. Het laatste citaat komt van dit adres.
Wie heeft niet Plato's Symposion gelezen, met het relaas van Alcibiades over zijn pogingen om Socrates tot zijn erastes te maken? Of de beschrijving van de jonge Charmides door Socrates (155d): "Die ogen, vriend! Die ogen! Niet te beschrijven! (-) En op dat ogenblik, mijn waarde, op dat ogenblik zie ik wat onder zijn kleren zit. Ik gloei. Ik ben niet langer mezelf meester." (X. De Win) Kortom, verhalen over een mannenwereld, waarin het sociale leven draait rond een oudere man/jongeman-relatie. Seksueel getint, ook al vonden de oude Grieken die-het-voor-het-zeggen-hadden anale penetratie not done, maar intercrurale seksualiteit wel dus. (In verband hiermee ook dit.) Op mijn school werd daar niet over gesproken (over seks überhaupt niet, toen), het zou het beeld van de edele Griek die de democratie heeft uitgevonden wat minder zuiver gemaakt hebben. Blijkbaar heeft dat verzwijgen tot ver in de twintigste eeuw geduurd, volgens een (zeer grondig) artikel over Griekse pederastie: "In 1910 a book called Maurice by E. M. Forster made reference to this "code of silence" by having a Cambridge professor employing “Omit: a reference to the unspeakable vice of the Greeks.” Four decades later in the 1940s: “This aspect of Greek morals is an extraordinary one, into which, for the sake of our equanimity, it is unprofitable to pry too closely”, by H. Michell. It would not be until 1978 when an English book on this topic, titled Greek Homosexuality, was published by K. J. Dover."
Frapperend gelijklopend zijn de berichten die ons al enkele jaren uit Afghanistan bereiken.
De krant De Standaard publiceerde in 2002, 19/1, foto's van talibanstrijders uit Kandahar die de mannenvriendschap uitstraalden (genomen tegen het bevel van mullah Omar in). Na het vertrek van de taliban in 2002 kwam de pederastie, waarvoor Kandahar in heel Zuid-Azië berucht was, weer op gang. Zo kwamen mannen met hun jonge vriendjes, ashna's, weer openlijk op straat. "This Pashtun tradition is even reflected in Pashtun poetry, odes written to the beauty and complexion of an ashna, but it is usually a terrible fate for the boys concerned. It is practiced at all levels of Pashtun society, but for the poorer men, having an ashna can raise his status. When a man sees a boy he likes — the age they like is 15 or 16 — they will approach him in the street and start talking to him, offering him tea," said Muhammad Shah, a shop owner. "Sometimes they go looking in the football stadium, or in the cinema" (which has yet to reopen). "He then starts to give him presents, hashish, or a watch, a ring, or even a motorbike," Shah continued. "One of the most valued presents is a fighting pigeon, which can be worth up to $400." (citaat).
En nog niet zo lang geleden kwam Afghanistan opnieuw op deze manier in het nieuws, nu met de bacha bereesh, jongens die zich voor geld door mannen laten toeëigenen en voor hen dansen. Hier gaat het over een gewoonte in het Noorden van het land. "The practice, called "bacha bazi" -- literally "boy play" -- has a long history in northern Afghanistan, but sometimes it does not stop with just dancing. I very much enjoy hugging a boy. His smell and fragrance kills me, said Yawar."
Het Griekse pederastisch gedrag is door heel wat geleerden onder de loep genomen (zie hier onder Modern Scholarship) en allerlei analyses hebben proberen te verklaren wat vaak als 'onnatuurlijk' bestempeld wordt. De verklaring dat in een maatschappij, waarin de scheiding van de seksen extreem is (en de vrouw als minderwaardig wordt beschouwd en uit de openbaarheid moet blijven), deze jongens het surrogaat bieden voor wat wij kennen als verliefd gedrag, met alles wat daarbij komt - vind ik hoogst aannemelijk.
Toch is het niet om deze uitspraak te doen dat ik dit onderwerp aangesneden heb. Mijn vermoeden is dat de oude Grieken deze 'cultuur' in die streken geïntroduceerd hebben.
De link tussen pederastie in Afghanistan en de verovering en kolonisatie van dit gebied door Alexander de Grote heb ik bij een search op het internet niet kunnen vinden, wat niet betekent dat er nog niet over geschreven is. Ik hoop dat iemand hierop reageert en mij corrigeert waar nodig.
Enkele elementen hierbij: het huidige Afghanistan was, toen Alexander er aankwam, een Perzische provincie. (Wikipedia) Gedurende de ca. drie jaar dat hij door het gebied trok heeft hij er ettelijke steden, meestal Alexandria genoemd, gesticht.
Een kaart bij de beroemde roman van Mary Renault over Alexander, The Persian boy, illustreert dit duidelijk. Alle huidige grote Afghaanse steden blijken stichtingen te zijn van Alexander: Herat, Kaboel, Kandahar, Ghazni, enz. Een Nederlandse Afghanistankenner, Willem Vogelsang, heeft mede hierover een artikel gepubliceerd onder de titel Afghanistan als Ideaal Vakantieland.Hij zegt o.a.: "(-)...nog noordelijker. In die contreien heeft Alexander ruim twee jaar moeten vechten, maar ‘s winters trok hij telkens weer terug naar Bactra in Noord-Afghanistan. Daar was het veilig. Zo veilig, dat het noorden van Afghanistan voor de Grieken en Macedoniërs na de dood van Alexander (hij stierf in 324 in Babylon, in het huidige Irak) een soort beloofd land werd, waar duizenden kolonisten zich vestigden, Griekse steden werden gebouwd en de Griekse taal en het Griekse schrift algemeen werden gebruikt. Hier werden uitgestrekte irrigatiewerken aangelegd. Maar ook in het zuiden kwamen Grieken wonen. Tijdens opgravingen in 1978 vonden we in Oud Kandahar een prachtige Griekse inscriptie uit het midden van de derde eeuw voor Chr. (-) Voor de Grieken en Macedoniërs was het land een ideaal gebied voor R&O, Rust en Ontspanning."
Rust en ontspanning: op oud-Griekse wijze?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 11:41 0 reacties
Labels: Alexander de Grote, Kαλòς παῖς in Afghanistan, pederastie, Plato, Renault Mary, Sokrates, Symposion
zondag 24 februari 2008
Terugkeer naar de moederschoot
De bibliotheek van de Universiteit Gent doet sinds een paar jaar aan electronische archivering van publicaties van 'eigen mensen' in het Institutional Archive van de Ghent University Library. Naar die electronische moederschoot van de Gentse alma mater is ook mijn licentiaatsthesis teruggekeerd.
(Even eerder ben ik begonnen aan een egotripje over deze academische productie van mijn hand en hier ga ik daar nog even op door. Geen probleem als je dit bericht overslaat ;-)
Na het omzetten van het papieren exemplaar naar pdf heeft zoon Erik het er niet bij gelaten, hij had er tenslotte behoorlijk wat tijd ingestoken. Hij heeft het dus ingediend bij het voornoemde archief en hup (= na een paar maanden van wat naar ik vermoed incubatietijd is) daar staat het wetenschappelijk te wezen tussen al die andere publicaties.
Een paar details: dit is voorlopig de oudste thesis van Letteren en Wijsbegeerte in het archief en oudste thesis tout court voor zover ik kan zien. De volgende thesis dateert van 1999. Eén andere publicatie, niet-thesis, is ook van 1968. De eerste oudere van de electronisch gearchiveerde publicaties-algemeen dateert van 1934.
Dus, beste collega's van de jaren zestig: hier is nog een groot gat dat gedicht moet worden!
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:14 0 reacties
Labels: Institutional Archive Ghent University Library, Terugkeer naar de moederschoot
dinsdag 15 januari 2008
Sigmundus
Even wat ontspanning met de gestoorde psychiater Sigmund, in het Latijn: 19 strips, en voor mij hadden het er best nog wat meer kunnen zijn. Peter de Wit, de auteur heeft er nog een aantal op deze website, in het Nederlands. And English readers will have a good time with these 24 cartoons in English.
zaterdag 5 januari 2008
Lectori salutem
Blijkbaar is L.S. (al lang) out.
Op een communicatiewebsite lees ik: 'Vroeger vond je nog wel eens ‘L.S.’, lectori salutem, de lezer heil. Latijn is ook een heel doeltreffend middel om de onpersoonlijkheid in de communicatie te vergroten.'
Taaltelefoon krijgt soms bezorgde vragen: 'Mijne heren, kan ik in een brief die gericht is aan de leidinggevenden van een bedrijf, de aanhef Mijne heren gebruiken?' Antwoord: 'De aanhef Mijne heren heeft tegenwoordig een ouderwetse bijklank. Bovendien is hij alleen bruikbaar als er geen vrouwen tot uw lezerspubliek behoren. De aanhef Mijne dames en heren is in een brief zeer ongebruikelijk, maar u kunt eventueel wel Geachte dames en heren schrijven. Ook het Latijnse L.S. ('Lectori salutem', 'Den lezer heil') is zeer ouderwets.'
Een Brugse scholier (Tom Bernaerd) toont op zijn blog 'Schuppe schrijft' een briefje van de school aan zijn ouders over zijn punten van wiskunde en economie. Hij schrijft:
In een brief die erbij zat stond nog dit: (zie fotootje). Waarna bij een anonieme huisgenoot volgende quote ontsnapte: “L.S.? Wat betekent dat? Liefste Sint?”Wat zijn blogsympathisanten de volgende dialoog ontlokte (partim):
# BenjaminWat zegt Wikipedia dus?
Apr 3rd, 2007 at 13u03
tis misschien van liefste Schuppe…?
# 3 Tom Bernaerd
Apr 3rd, 2007 at 13u15
Van die Lectori Salutem, ik wistekik dat wel hoor :)
Het is het anoniem gezinslid dat het niet wist.
# 4 Greet
Apr 3rd, 2007 at 13u30
Ik wiste kik dat ook niet hoor. Wie weet er dat nu?
# 5 Bart
Apr 3rd, 2007 at 13u31
Leren ze jullie daar niets? ;)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lectori_salutem
# 6 benjamin
Apr 3rd, 2007 at 22u55
Tom wist het juist wel :p maar ik wist ook nie wat dat betekent hoor :)
Lectori salutem (meestal afgekort tot L.S.) betekent heil aan de lezer, oftewel de lezer gegroet.De 'Acronyms browser' geeft nog een behoorlijk aantal 'andere' interpretaties van L.S.
Vroeger was dit het opschrift boven vele voorwoorden (praefationes) van Latijnse boekuitgaven.
Thans wordt het in de Nederlandse taal gebruikt als groet bovenaan een brief indien de lezer van de brief onbekend is.
De afkorting wordt door sommige stijlboeken afgeraden, omdat zij als onpersoonlijk (of ouderwets) zou overkomen. Stijlboeken zijn het erover eens dat L.S. alleen gebruikt kan worden als aanhef van een brief die tegelijkertijd aan meer geadresseerden wordt gestuurd (circulaires en dergelijke). In een brief gericht aan één enkele, onbekende geadresseerde gebruikt men "Geachte heer/mevrouw" als aanspreektitel.
What does L.S. stand for?In blogs lijkt Lectori Salutem overigens best wel populair te zijn, doe de Google search.
maandag 17 december 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Grafgedichten voor kinderen
Afl.4
Nog maar net riep het nieuwsbericht over een studiegenoot, René Jacobs, verre herinneringen op, aan een fantastische periode van vrijheid, met de enige plicht 'er ieder jaar door te zijn'.
Maar het houdt dus niet op.
Volgende wachtende in memory lane was de thesis, hét bewijs dat een jonge, maar rijpe, academicus klaar is om in het echte leven te stappen. Enkele decennia al staat dit bewijs in mijn boekenkast, onaangeroerd: ik heb het tenslotte zelf geschreven, waarom zou ik het nog opendoen? Ik niet, maar wel Erik, zoon nr. 2 (maar hier nr.1!), die het mij in electronisch formaat, met aanklikregister, dit weekend gepresenteerd heeft als vroegtijdig kerstgeschenk. Ik heb het op mijn website geplaatst, want voor mij heeft het nog iets, en eigenlijk, heel veel. Niet in het minst: herinneringen.
Bijdrage tot de studie der Griekse metrische grafschriften: grafgedichten voor kinderen (1968).
Toen schreef je nog een thesis. Met de hand, op papier. Waarna je op zoek ging naar de goedkoopste manier om het manuscript op zo weinig mogelijk exemplaren presentabel te laten drukken. Voor een 'Griekse' thesis was er dan één adres: Van Heirzeele (ik hoop dat ik zijn naam correct heb). Die huisde in het seminarie Grieks en had een netwerk van familieleden (zo leek het toch) die in hun vrije tijd thesissen typten voor studenten. Op stencils, want er moest 'gepolycopieerd' worden. Het was een perfecte samenwerking. Neef X tikte de 'normale' tekst in, overal spatie openlatend waar het Grieks moest komen. Dan verhuisde het hele zaakje (zo'n 140 stencils) naar Van Heirzeele, die het Grieks aanvulde op een 'machien' met twee klavieren, één met 'Europese' karakters, één met Griekse, waar ook de diacritische en epigrafische tekens te vinden waren. Hij had gelukkig ook ter plaatse het werk beschikbaar waaruit ik mijn teksten geput had. Het laatste karwei was het manueel nummeren van de pagina's en het invullen van de verwijzingen naar die pagina's. In de electronische versie niet zo duidelijk, want we hebben dat in potlood gedaan. En de spelling: dat heette toen de progressieve spelling. Zucht. Hoeveel spellingen nog hierna?
Wat zouden we zonder Van Heirzeele geweest zijn! Die vriendelijke bediende die altijd tot een babbeltje bereid was. Ik heb hem niet bedankt in mijn voorwoord, maar doe het alsnog hier, en van harte.
(Als ik de vorige regels herlees lijkt het alsof ik het over de middeleeuwen heb. Wat zijn we nu goed af met onze computers en printers. Eén uitstekend adres voor Grieks op je computer wil ik signaleren: Joop Jagers stelt het hier gratis ter beschikking. Houd er wel rekening mee dat hij een qwerty-toetsenbord gebruikt - US International.)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:01 0 reacties
Labels: Griekse metrische grafgedichten, Nieuw op de CyCadewebsite
vrijdag 30 november 2007
Antieke munten

De handel in antieke munten is heel wat complexer dan ik dacht. Hier vind je een zeer grondige paper van een Nathan T. Elkins over dit onderwerp.
woensdag 28 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Petronius
Afl.3
Petronius is een auteur die ik altijd graag gelezen heb in de klas binnen het genre 'satire'. Er schoot jammer genoeg nooit veel tijd over voor Trimalchio naast de praatjes van Horatius en de epigrammen van Martialis. En toch is Petronius' Satyricon echte satire in de dubbele betekenis van het woord: de satura lanx, de typisch Romeinse literaire schotel met voor elk wat wils, én de satirische typering van karakters. Dat laatste heb ik uit Petronius' Satyricon overgehouden, met een keuze uit het 'Eetmaal bij Trimalchio'. Het leuke van deze teksten vind ik de verschillende soorten Latijn die je erin tegenkomt, van de bonte verzameling gasten uit alle uithoeken van het rijk, ieder met zijn eigen typische fouten tegen het Algemeen Beschaafd Latijn. Het geeft je leerlingen ook de aangename gewaarwording dat er toen dezelfde fouten gemaakt werden als zij nu maken. In de cursus 'Volkslatijn' van G. Sanders aan de UG, illo tempore, heb ik de smaak ervan te pakken gekregen. Ik ben van plan de taalkundige aantekeningen die ik ervan overhoud ook nog op de website te zetten.
Er is één nadeel in de klas: je moet heel veel vocabularium geven en ook veel taalkundige uitleg. Maar de typetjes en het alledaagse en tegelijk zo universele geleuter en geroddel zijn echt schitterend.
Ook hier: opmerkingen voor aanvulling of verbetering zijn van harte welkom.
Een vertaling van het Satyricon vind je hier.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 18:48 0 reacties
Labels: Nieuw op de CyCadewebsite, Petronius, Satyricon, Trimalchio
maandag 26 november 2007
Leef verborgen
'Als je gelukkig wilt leven, moet je verborgen leven', was de wijze raad die Aristoteles destijds aan de tirannie meegaf.
Wees gerust, dit is niet de uitspraak van een classicus, maar van Jo Stremersch, financieel adviseur, vandaag in zijn column in De Standaard, de zelfverklaarde kwaliteitskrant ;-).
27-11-07
Naar aanleiding van een reactie op bovenstaand bericht hier nog een uitbreiding voor hen die het geluk/ongeluk gehad hebben geen Latijn of Grieks of filosofie gevolgd te hebben op school.De uitspraak gaat terug op de Griekse filosoof Epicurus, in het Grieks Lathe bioosas = Leef verborgen. Epicurus' idee was dat je moet streven naar geluk en dat streven valt niet te combineren met het openbare leven of politieke bedrijf. Stremersch situeert die uitspraak in zijn artikel in het jaar 343 v.C., 2 jaar vóór Epicurus' geboorte. Aristoteles was toen 40 jaar, maar het is weinig waarschijnlijk dat hij zo'n uitspraak gedaan zou hebben, want zijn opvattingen stonden ver van het atomisme van Democritus, waarop Epicurus zijn leer stoelde.
En tenslotte: in die tijd was er geen bewind dat men 'tirannie' noemde, in de klassieke betekenis van het woord. In de moderne betekenis van het woord misschien wel. Want Aristoteles is uit Athene gevlucht voor de gevangenneming die hem boven het hoofd hing wegens 'gebrek aan respect voor de goden'. De aanklacht kwam uit de hoek van politici die godsdienst gebruikten om tegenstanders te elimineren. Zoals met Socrates gebeurd is. Zo verandert 'democratie' in 'tirannie'.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 17:40 2 reacties
Labels: Aristoteles, Epicurus, Kemel, Leef verborgen
dinsdag 20 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Cicero's In Verrem
Afl. 2
Een derde thema bij de titel 'Goed Romeins bestuur', EEN SCHURK ALS GOUVERNEUR, is nu op de site geplaatst. Het betreft natuurlijk (uittreksels uit) Cicero's In Verrem, een schitterende redevoering, die ik in mijn lessen Retoriek bespreek bij het onderdeel 'juridische welsprekendheid' (genus iudiciale).
Op dit moment is het alleen een tekstbestand, de plaatjes die erbij horen is een karweitje voor later (hetzelfde geldt voor de Plinius- en Tacitusteksten). Ook kanttekeningen in verband met de retorische stijlfiguren wil ik er nog bij plaatsen. Teksten in vertaling kunnen dienen om een beter inzicht te geven in het verloop van de redevoering. Hier is een Engelse vertaling te vinden.
Voor sommigen onder u is er misschien wat te veel geknipt in de peroratio (onderdeel 184-189). Maar de quasi eindeloze aanroeping van allerlei goden en godinnen is echt te veel voor het geduld van de leerlingen, het behoort zeker niet tot de leefwereld nu, en de uitleg zou te veel de aandacht afleiden van Cicero's captatio benevolentiae waarin hij zijn kijk op zijn beroep formuleert en de persoonlijke noot op het einde, waarmee hij de slechtheid van de beschuldigde nog eens in de verf zet: ...ut mihique posthac bonos potius defendere liceat quam improbos accusare necesse sit, of, om te parafraseren met een anachronisme, laat in het vervolg deze kelk aan mij voorbijgaan.
Maar niets belet u om de 'gaten' in de tekst weer op te vullen.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 13:21 0 reacties
Labels: Cicero's In Verrem, Een schurk als gouverneur, Nieuw op de CyCadewebsite, Romeins bestuur
zondag 11 november 2007
Nieuw op de CyCadewebsite
Afl. 1
Sinds een paar maanden ben ik - eindelijk - bezig met een grondige face-lift en schoonmaak van mijn website CyCade. Koppelingen verdwijnen soms ongelooflijk snel van het Net, maar goed, ik had het echt wel wat te lang laten aanslepen.
En voortgaande op dat elan heb ik een begin gemaakt met het coderen van een reeks teksten voor publicatie op de site - lesmateriaal en artikels. Het is nog maar een begin, maar nieuw op mijn website zijn nu:
- MYTHE EN WERKELIJKHEID: DE EERSTE FOSSIELENVERZAMELAARS
HERMES, Tijdschrift voor geschiedenis, jaargang 9, nummer 3, p 5-9 (2005)
Een vijf, zes jaar geleden stootte ik op een artikel van Adrienne Mayor over de oude Grieken en fossielenvondsten. Ik vond het zo boeiend dat ik er voor mijn zesdejaars (Grieks) een lessenreeks van maakte. Misschien vind ik de moed om ook die reeks nog eens te bewerken voor de website, maar de algemene lijn vindt u al in mijn artikel. - Teksten met vocabularium rond GOED ROMEINS BESTUUR.
Om inzicht te krijgen in de dagelijkse Romeinse leefwereld zijn de teksten van en over bestuurders een goed startpunt, omdat ambtenaren zich moeten bezig houden met de gewone onderdanen en daar zelf ook eigen gevoelens over hebben. Plinius' brieven bieden bijvoorbeeld een schat aan gegevens. In de gekozen teksten van Plinius en Trajanus komen problemen met gedetineerden, corruptie in de bouw en sanering van de waterhuishouding aan bod. Bij Tacitus vinden we dat het bestuur een typische mannenwereld is, waarin een 'vrouw' voor sommigen tot problemen leidt.
Ik werk nog aan een keuze uit Cicero's In Verrem. - Als realia bij deze teksten over Romeins bestuur kan een OVERZICHT VAN DE ROMEINSE INSTELLINGEN dienen.
.
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:08 0 reacties
Labels: De eerste fossielenverzamelaars, Mayor Adrienne, Nieuw op de CyCadewebsite, Plinius, Romeins bestuur, Romeinse instellingen, Tacitus
zondag 4 november 2007
Het nieuwe Akropolismuseum
maandag 15 oktober 2007
De gustibus non disputandum
Dit weekend in een krant gelezen dat de Romeinen het toch niet bij het rechte eind hadden met hun de gustibus non est disputandum, want dat dat disputare wel verrassende inzichten kon teweeg brengen. Ineens kreeg ik zin om eens op te zoeken van wie die bekende uitspraak nu wel kwam. Mijn pockets met Latijnse citaten (Westerhuis en Bartelink) gaven geen auteur, wat ik vreemd vond, want 'normaal' doen ze dat wel. Dus maar gaan googlen, en kijk, dit blijkt een buitengewoon populaire spreuk te zijn, tot ver buiten de grenzen.
Natuurlijk zijn er heel wat sites die een uitleg geven, maar er zijn ook ontelbare stukjes op blogs enz. waar mensen het gebruiken in zijn bedoelde betekenis, gewoon, tussen neus en lippen door.
- The New Dictionary of Cultural Literacy, Third Edition. 2002. staat nummer 1 bij Google. Zo leert een Engelstalige de uitspraak van De gustibus non est disputandum: 'day GOOS-ti-boos nohn est dis-poo-TAHN-dem'.
Het laatste -dum blijkt hier een andere uitspraak te hebben dan de andere u's (?).
- Op mijn oorspronkelijke vraag 'Van wie is deze uitspraak' krijg ik een gedegen antwoord van Wikipedia italiana:
Contrariamente a quello che si potrebbe pensare, il detto non proviene dai classici latini (in passato era stato attribuito a Cicerone) che mai - a detta degli studiosi di questa lingua - avrebbero fatto ricorso al pleonastico e ridondante est limitandosi ad un più semplice de gustibus non disputandum. In ragione di ciò, si considera che la frase possa trarre la sua origine dalla parlata aulica, e ridondante, appunto, in voga presso i dotti medievali. Da allora la locuzione è rimasta nel repertorio del cosiddetto latino maccheronico. (-)
Con la locuzione latino maccheronico si intende un modo per lo più scherzoso di scimmiottare la lingua latina, utilizzando desinenze ed assonanze proprie del latino applicate a radici e lemmi della lingua italiana (o a dialetti di questa), ed un genere letterario italiano che presenta questa caratteristica allocutiva.Dus niet van Cicero, maar eerder van middeleeuwse oorsprong, en het zou tot het latino maccheronico behoren, een mengtaal van Latijn en Italiaans. Zo te zien aan de uitleg denk ik niet dat je het kunt vergelijken met ons potjeslatijn. Het verrassende is, dat Wikipedia ook het oerklassieke (dacht ik) De minimis non curat praetor tot dat 'maccheronico' laat behoren.
- Ook een Oekraïense reclameman kent zijn Latijn, klik maar eens hier een woord in de onderste lijn aan, en je ziet over welke gustibus het bij hem gaat. (Het is een keurige website, hoor.)
- Een Hans Groen heeft nog een andere oorsprong van de spreuk gevonden, en de oorspronkelijk bedoelde betekenis: 'over wansmaak valt niet te twisten'. Hij haalt er Kant bij en een Franse filoloog Patrick d’Orreur, dus dat klinkt degelijk ;-). There is also an English version of this text.
- De Accademia Italiana Gastronomia Storica heeft - uiteraard - een gastronomische verklaring van de spreuk en, ziedaar, nu zitten we toch in volle klassieke periode, want wie heeft die voor het eerst in de mond genomen: Giulio Cesare.
Wat ik begrepen heb uit deze tekst (let wel, mijn Italiaans staat maar in het beginstadium, maar u kunt ter plaatse controleren of het klopt wat ik zeg) is, dat 1° de Milanezen blijkbaar al het recept van asperges op zijn Vlaams kenden en 2° dat zij deze magnifico piatto di asparagi al burro voorzetten aan Caesar en zijn medewerkers. De gasten vonden dit maar niks, want Romeinen kenden boter alleen als een middel om zich in te zalven (ik zeg alleen wat ik daar lees...) en lieten dit duidelijk merken. En dus zei Caesar tot zijn onbeschofte vrienden de gevleugelde woorden... Juist.
- Dit vond ik met de zoekmachine. Zonder verdere commentaar: KRISTAL, M. B. Placentophagia: A biobehavioral enigma (or De gustibus non disputandum est). NEUROSCI. BIOBEHAV. REV. 4(2) 141-150, 1980.
- Tot slot wil ik u een getuigenis van eigen bodem, met de uitgebreidere titel De gustibus et coloribus non disputandum, niet onthouden, want uit het leven gegrepen. De auteur sluit af met: Je moet de tabak niet altijd hetzelfde verwijten. Voor de ene mens is het goed, voor de andere kan het diens dood betekenen, net als alcohol. Okee ?
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 12:58 1 reacties
dinsdag 15 november 2005
Torpedo or cramp fish
As a side comment on the post in Curculio about Ancient Shock Therapy the following:
Bernardino Ramazzini, the 'father of industrial medicine', in his De Morbis Artificum (A.D. 1700), discusses the venomous sting of the 'torpedo' and refers a.o. to Pliny: "Torpori, & stupefactioni brachiorum, ac pedum aliquando obnoxios Piscatores esse palam est, si forte in retibus adsit inter alios Pisces Torpedo, habet enim mare animalia sua venenata non secus ac terra, quae Plinius refert, idque non solum contactu sed etiam aura venenata quae per setam, aut hastam brachio Piscatoris communicetur, uti scripsit Dioscorides, Plinius, Mathiolus atque alii, sed ab experimentis multis habitis Stephano Lorencino constat id non efficere nisi per corporalem contactum, neque in omnibus sui partibus, sed solumodo per quosdam falcatos musculos. De torpedinis stupefaciente facultate, ac remediis satis fuse egit Sennertus."
No word about any healing effects of the torpedo, but of course this is a book about diseases. Ramazzini does not mention a cure for its sting either.
(Pliny, 9.42, refers only to the torpedo's attacks on fish. The last remark in the quote was added by Ramazzini in 1713, when a certain Kaempfer had explained that the shock was electrical. I have found all this in the 1983 edition of Ramazzini in The Classics of Medicine Library, New York.)
Geplaatst door Marjorie Hoefmans op 15:54 0 reacties
