zaterdag 27 september 2008

The Classics corridor


Het is algemeen bekend dat de serie jeugdboeken rond Harry Potter al even gretig gelezen wordt door 'volwassenen'. Ik ben daar één van. Geestig, fantasierijk, intelligent geschreven, vol interessante ideeën, echte avonturenverhalen met raak getypeerde personages met namen die al even raak gekozen zijn (ik heb het niet over de zouteloze 'verhollandste' namen in de Nederlandse uitgave) en, om de laudatio af te ronden, met een arsenaal Latijnse toverspreuken.

Dat was even een verrassing in dat eerste boek, die potjeslatijnse toverspreuken, die inderdaad de uitwerking hadden die de namen suggereerden. Het bleek al snel dat de schrijfster, J.K. Rowling, klassieken gestudeerd had. Het verhaal van haar daarop volgende carrière is bekend. Niet als classicus, maar als schrijfster is zij schatrijk geworden, wat mij betreft verdiend. Al was het alleen maar voor het - op een onverwachte, maar aantrekkelijke manier - levendig houden van onze culturele roots.

Met een terugkeer naar de universiteit heeft zij misschien nu ook academische erkenning gekregen, want het was niet de minste universiteit: Harvard. Daar heeft zij in juni de jaarlijkse commencement-speech gehouden. Waarin ze o.a. kort, maar voor iedereen die van de klassieken houdt hartverwarmend, haar relatie tot the Classics bespreekt.

Na haar middelbare school wilden haar ouders dat zij iets anders zou gaan studeren dan zij zelf wilde, en:
(*)
A compromise was reached that in retrospect satisfied nobody, and I went up to study Modern Languages. Hardly had my parents’ car rounded the corner at the end of the road than I ditched German and scuttled off down the Classics corridor.
I cannot remember telling my parents that I was studying Classics; they might well have found out for the first time on graduation day. Of all subjects on this planet, I think they would have been hard put to name one less useful than Greek mythology when it came to securing the keys to an executive bathroom.

(-)
One of the many things I learned at the end of that Classics corridor down which I ventured at the age of 18, in search of something I could not then define, was this, written by the Greek author Plutarch: What we achieve inwardly will change outer reality.
That is an astonishing statement and yet proven a thousand times every day of our lives. It expresses, in part, our inescapable connection with the outside world, the fact that we touch other people’s lives simply by existing.


En de wijze les die ze de afstuderende studenten meegeeft komt uit dat bodemloze vat vol kant-en-klare citaten, Seneca:
And tomorrow, I hope that even if you remember not a single word of mine, you remember those of Seneca, another of those old Romans I met when I fled down the Classics corridor, in retreat from career ladders, in search of ancient wisdom:
As is a tale, so is life: not how long it is, but how good it is, is what matters.
Kun je je een betere ambassadeur kiezen voor de promotie van de studie van de klassieken?

----------------------------
*
- Het compromis dat we sloten bevredigde achteraf bekeken niemand en ik ging me inschrijven voor een studie Moderne Talen. Nauwelijks was de auto van mijn ouders de hoek omgereden of ik liet het Duits vallen en schoot de gang van de Klassieken in. Ik kan me niet herinneren dat ik mijn ouders verteld heb dat ik Klassieken studeerde; het zou best kunnen dat ze dat pas voor het eerst hoorden op de proclamatie van het laatste jaar. En ik denk dat zij het heel moeilijk gehad zouden hebben om onder alle keuzevakken op deze planeet er één op te noemen dat nuttelozer is dan Griekse Mythologie als het erop aan komt de toegang tot de toiletruimte van een topmanager te verwerven.
- Een van de vele dingen die ik leerde op het einde van die Klassiekengang waarin ik mij waagde op mijn achttiende, op zoek naar iets dat ik toen nog niet kon benoemen, was deze uitspraak van de Griekse schrijver Plutarchus: wat wij innerlijk bereiken zal de werkelijkheid buiten ons veranderen.
Dat is een verbazingwekkende uitspraak en komt toch iedere dag van ons leven duizend keer uit. Hij omschrijft, gedeeltelijk, onze onontkoombare connectie met de wereld buiten ons, het feit dat wij het leven van andere mensen beroeren, eenvoudigweg door te bestaan.
- En ik hoop dat jullie morgen, ook al herinneren jullie je geen enkel woord meer dat ik gezegd heb, je nog de woorden van Seneca herinneren, nog zo'n oude Romein die ik tegenkwam toen ik de Klassiekengang invluchtte, weg van een carrièreloopbaan, op zoek naar antieke wijsheid:
het leven is als een verhaaltje - van belang is niet hoe lang het is, maar hoe goed het is.
.

maandag 1 september 2008

Nieuw op de CyCadewebsite
Livius' Menenius Agrippa


Afl. 7
Een boek over artificiële intelligentie, Marvin Minsky's The Society of Mind, deed me al wat jaren geleden denken aan een passage in Livius, waarin een Romein door het vertellen van een 'fabeltje', over de Maag en de Ledematen, de opstandige plebejers weer in het - patricische - gareel krijgt.

Het simpele vertelseltje bleek, na het uitpluizen van wat vakliteratuur, helemaal niet zo simpel te zijn. Het had te maken met literatuur, retorica, de oude Grieken, filosofie, geschiedschrijving... Een Duitse geleerde formuleerde het zo: "Wie ein erratischer Block liegt die weltberühmte Fabel des Menenius Agrippa mitten auf dem Felde altrömischer Geschichte" (als een zwerfkei ligt de wereldberoemde fabel van Menenius Agrippa midden op het veld van de oudromeinse geschiedenis). En het boek van Minsky vertoonde frappante overeenkomsten met wat in de fabel de elementen van een 5e-eeuwse Griekse ὁμόνοια-discussie bleken te zijn. Wat had Minsky ertoe aangezet het complexe begrip 'mind' en 'intelligence' te omschrijven met dezelfde simpele elementen als die in het fabeltje?

Het onderwerp begon me zo te boeien dat het is uitgedraaid op een artikel. Met de obligate bibliografie en voetnoten, want als je a zegt moet je ook b zeggen. Of het nog leesbaar is laat ik aan uw oordeel over ;-)

De speech van Menenius Agrippa (Livius, AUC II, 32, 8-12).

donderdag 28 augustus 2008

Bill Clinton en de Aristotelische theorie van de retorica


Naast de schitterende website van prof. Marc Huys*, Greek Grammar on the Web*, staat al enkele jaren zijn artikel* over de speech van Bill Clinton in de Lewinsky-affaire op het net. Ik heb er nu pas een link naar gelegd op mijn website (onder 'Taal en tekst'), maar had het al veel eerder moeten doen, want dit artikel heeft mij een aantal creatieve lessen opgeleverd in mijn zesde jaar Grieks.

Het artikel analyseert de speech met criteria uit de Rhetorica van Aristoteles*, zonder daarom te willen suggereren dat Clinton en zijn spindoctors deze als leidraad gebruikt zouden hebben. Huys: Aristoteles wilde "een kritisch instrument aanreiken om alle mogelijke overtuigende boodschappen door te lichten. En bovenstaande analyse illustreert levendig de blijvende en universele toepasselijkheid van dit instrument." En: "We zullen niet zo ver gaan te beweren dat de geanalyseerde toepraak van de Amerikaanse president een historisch staaltje van briljante retoriek was. Maar de speech was wel voldoende overtuigend om, op een absoluut dieptepunt van Clintons carrière, het noodzakelijke vertrouwen van de meerderheid van de Amerikanen te behouden." Huys is erin geslaagd de Aristotelische mechanismen in deze speech op een overtuigende manier bloot te leggen.

Het artikel van Huys is eigenlijk te 'moeilijk' voor een zesde jaar Grieks. Toch is een leerling van mij erin geslaagd (het was een soort uitdaging) als eindwerk dit te verwerken in een paar lessen: hij zette, na een korte uitleg over de Lewinsky-affaire, zijn medeleerlingen aan het werk met de speech van Clinton. Zij moesten zo concreet mogelijk formuleren wat zij de overtuigende en zwakke kanten van de speech vonden. Na hen er zo actief bij betrokken te hebben zette hij summier de Aristotelische elementen uit de speech op een rijtje, daarbij telkens inspelend op de opmerkingen van de klas. Het was een creatief en enthousiast leermoment. Hij is toch niet aan een leraarscarrière begonnen.

------------
* Marc Huys is in 2010 overleden en zijn site is door Universiteit Leuven van het web gehaald.
.

donderdag 21 augustus 2008

Olympische beloning


Het blijft ongelooflijk dat iedere vier jaar (periodos) met een sportwedstrijd de aandacht gevestigd wordt op een van de stamlanden van onze Westerse cultuur. De hele wereld kent de oude Grieken. Nu, dank zij internet, kun je ook aardig precieze gegevens over de oude Olympische Spelen met een klik op je scherm halen, in drie talen: Nederlands, Engels en Chinees (en een beperkt aantal bladzijden in het Arabisch).

De moderne Spelen zelf op een televisiescherm bekijken doe ik niet graag, je staat er te dicht met je neus op. De camera toont lichaamsdelen in close-up, de been- of armspieren van een atleet, of zoals bij een pianist, de groteske vertrekkingen van de gezichtsspieren: het geeft je een voyeuristisch gevoel.
Voor de sporters is het natuurlijk een unieke kans om zich te meten met anderen. De belevenis en de herinnering aan het gebeuren maakt het voor henzelf de moeite waard. Eén keer heb ik die sfeer meegemaakt op een landelijke jongerencompetitie, waar ik voor mijn school mocht gaan speerwerpen. De voldoening die speer met een mooi zwiepend staartje de lucht in te krijgen en hem dan in een goede hoek in de grond te zien boren duurde eventjes, waarna het wachten was op de uitslag en daarna zwierf je nog wat rond op het terrein tot de bus je naar huis bracht.

Een triviale vergelijking? Ik denk het niet. Toch niet wat de atleten betreft. Er is uiteraard verschil: héél véél geld gaat er om en dat gaat niet over sport. Plus het opgeklopte en gemediatiseerde chauvinisme, waardoor gevoelens van triomf en teleurstelling bij de atleten ook olympische proporties aannemen.

Maar mutatis mutandis was dat in die oude tijd ook zo. Winnaars kregen prijzen, en van hun stad bijv. levenslange voordelen. Uitgerekend Afganistan riep gisteren nog een reminiscentie op aan die aloude gunsten van de vaderstad: landgenoot Rohullah Nikpai won brons bij het taekwondo, waarna hij telefoon kreeg van president Hamid Karzai met felicitaties en de belofte van de regering om hem een huis te schenken. Een telefoonmaatschappij zal bovendien een mooie som geld overschrijven op zijn rekening.
.

vrijdag 11 juli 2008

Lupa capitolina


Gisteren had de BBC het bericht, vandaag De Standaard. De Wolvin met Romulus en Remus, tentoongesteld in de Capitolijnse musea en beschouwd als symbool van Rome, is helemaal niet van Etruskische makelij, en zelfs niet antiek.

Toch waren de Romeinen er vast van overtuigd geweest dat hun wolvin dezelfde was als die van Cicero (De Divinatione, 1.20): Hic silvestris erat Romani nominis altrix, Martia, quae parvos Mavortis semine natos uberibus gravidis vitali rore rigabat; quae tum cum pueris flammato fulminis ictu concidit atque avolsa pedum vestigia liquit (m.a.w. ze is door een blikseminslag van haar voetstuk gevallen en bij het losscheuren liet ze sporen achter van haar voeten). Bij Richardson valt hierover te lezen: ...though the Capitoline Wolf seems more likely to be the wolf mentioned by Cicero (Cicero Cat. 3.19, Cicero Div. 1.20, Cicero Div. 2.47) as having been in Capitolio and struck by lightning in 65 B.C., because there are traces of such damage. Eén van de achterpoten van de Capitolijnse wolvin is inderdaad beschadigd.

In een artikel, al van 17 november 2006 (kort daarna vermeld in Discovery Channel), verklaart Adriano La Regina, hoogleraar in de etruscologie, : "Ora ci viene dimostrato, con argomenti inoppugnabili, che neanche la Lupa è antica. Per caratteristiche tecniche essa si inserisce infatti coerentemente nella classe della grande scultura bronzea d'epoca medievale, mentre per qualità formali può essere attribuita ad un periodo compreso tra l'età carolingia e quella propria dell'arte romanica." Het beeld zou dus te situeren zijn tussen de karolingische en de romaanse kunst. Van de twee peuters werd al langer aangenomen dat zij een latere toevoeging waren, gezien het grote stijlverschil met de wolvin. La Regina: "È invece noto da tempo che i gemelli sono stati aggiunti nel 1471 o poco dopo quando il bronzo, donato da Sisto IV alla città di Roma, fu trasferito dal Laterano sul Campidoglio." Dus in 1471 of een beetje later.

Restauratrice Anna Maria Carruba had er al op gewezen dat de Wolvin in één stuk gegoten was volgens de cire-perduemethode, een techniek gebruikt sinds begin 13e eeuw (en ze wijt de beschadigde poot aan een foutje bij het gieten). De antieken maakten bronzen beelden met aaneengelaste stukken. Een voorpagina-artikel (9 juli jl.) van La Regina in La Repubblica bevestigt nog eens de datering, nu met wetenschappelijke experimenten: "una serie di analisi (radiocarbonio, termoluminescenza)" en "le ultime (nl. analyses), ripetute una ventina di volte l' anno scorso, offrono un' indicazione molto puntuale nell' ambito del XIII secolo" ('de laatste, een twintigtal keer herhaald in het afgelopen jaar, leveren een veel preciezere aanwijzing voor een datering binnen de 13e eeuw').

Niet om moeilijk te doen, maar omdat de berichtgeving in De Standaard aardig wat afwijkt van die van de BBC - berichten die ik het eerst had gelezen - heb ik teruggegrepen naar de oorspronkelijke Italiaanse artikels. De BBC levert een perfecte samenvatting van het artikel van La Regina. Redactrice Inge Schelstraete van De Standaard helaas...
- "Het was eigenlijk te verwachten, toen vorig jaar bekend gemaakt werd dat de bekende beeldjes van Romulus en Remus onder de Capitolijnse wolvin dateerden uit de veertiende eeuw."
- "Onder meer koolstofdatering geeft Carruba gelijk: het beeld dateert uit de veertiende eeuw."
-
"Een beetje kunsthistoricus had moeten zien dat het onmogelijk Etruskisch kon zijn."
- "Maar het nieuws dat de Capitolijnse wolvin 1.800 jaar jonger is dan gedacht, ..."
- Subkop: "De Capitolijnse wolvin is een welp: in plaats van 2.500 jaar, is ze 'amper' 700 jaar oud."
Het klinkt niet vriendelijk, maar als lezer van een vaste krant verwacht ik correcte berichtgeving: een beetje krantenjournalist had zijn jaartallen juist kunnen citeren.
(En haar internetlink die verwijst naar de Musei Capitolini is voor een 'check en double-check' controle compleet nutteloos.)
.

zondag 6 juli 2008

Plato's grot

'Het communautaire overleg verloopt stilaan volgens de principes van de grot van Plato, waar binnenin andere dingen gebeuren dan de schaduwen aan de buitenkant van de grot doen vermoeden.'
Yves De Smet, politiek hoofdredacteur De Morgen, 5 juli, p.2.  Principes? Schaduwen aan de buitenkant?

woensdag 2 juli 2008

...en duizendjarig dolen


Het is de laatste regel van Vera Janacopoulos van Jan Engelman én de titel van een opstellenbundel, waarin ik voor het eerst kennismaakte met de Nederlandse schrijver Frédéric L. Bastet, zo'n 25 jaar geleden. Het staat vol leuke en tegelijk degelijk gedocumenteerde anekdotes over relieken van de antieke oudheid (ruim opgevat) en wat mensen er zoal rond uitgespookt hebben.
'Maar zijn ware gepassioneerdheid openbaarde zich als hij de menselijke werkelijkheid achter het object van zijn kennis mocht onthullen. Dan werd hij de zwierige verteller, met een hang naar de schalkse anekdote' (De Volkskrant).
Naast Duizendjarig dolen heeft hij nog vier andere 'Wandelingen door de antieke wereld' gepubliceerd, heerlijke lectuur. Ik herinner me een verhaal over de Venus van Milo, over haar vondst en haar omzwervingen tot ze in het Louvre belandde (*). Sinds heel kort weet ik dat dit eigenlijk een klein deel is van zijn literaire productie, en dat klassiek archeoloog Bastet zelfs de P.C. Hooftprijs gekregen heeft voor o.a. zijn Couperusbiografie.

Ook de titel van de volgende 'wandeling', Het maansteenrif, komt uit een gedicht, ditmaal van Hendrik Marsman, 'De zee'. De titels - en de gedichten - zeggen veel over Bastets opvatting van de antieke wereld: het is een bron van vitalisme en inspiratie, een paradijselijke droom.

Bastet is 30 juni jl. begonnen aan (of verder gegaan met) zijn eigen dooltocht van duizenden jaren - metempsychotisch gesproken. Requiescat.

Kees Fens, een ander monument van de Nederlandse letterkunde - van wie ik de columns in mijn adolescentenjaren verslond - en helaas ook sinds kort heengegaan, apprecieerde Duizendjarig dolen als volgt: 'De causeur laat de wetenschap nooit los, hij verlaat alleen zijn studeerkamer voor een rondleiding, die populair genoemd kan worden zonder oppervlakkig of niet feitelijk te zijn.' En over Bastet: '...de bij ons wat zeldzame bedrijver van de superieure historische gossip, die door een lichtheid van toon een kwaliteit erbij krijgt'.
(*)Even opgezocht: 'Venus bespied' - in Het maansteenrif
[Ouder dan de 'Wandelingen', maar in dezelfde trant opgevat en ook heel leesbaar, is Uit de Leerschool van de Spade door H.M.R. Leopold (1877-1950).]

donderdag 12 juni 2008

Erosie


De zware stortregens van de afgelopen maand trokken de aandacht van de media weer op een oud zeer in het zuiden van Vlaanderen: erosie van de landbouwgrond. Als de boeren wat oordeelkundiger zouden omspringen met hun veld door bufferstroken aan te leggen bijvoorbeeld, door groenbedekking, erosiepoelen of dammetjes, zouden ze kunnen vermijden dat hun akkers en hun oogst na een onweersbui wegspoelen. (Citaat)

Het deed me (tja, een hardnekkig geval van beroepsmisvorming) denken aan een vaak geciteerde uitspraak van Plato, over de ontbossing van Griekenland, lang vóór zijn tijd. De mensen zouden onbezonnen alles kaalgekapt hebben, met het wegstromen van de vruchtbare grond als resultaat. Ik wilde nu eindelijk wel eens weten waar die uitspraak precies te vinden was.

Bij mijn search kwam ik onverwacht allereerst uit bij W.F. Hermans, bij een publicatie uit 1960. Blijkbaar was Hermans van opleiding fysisch geograaf en had hij een boek gepubliceerd met de titel 'Erosie'. Een publicatie van bijna 50 jaar geleden, maar bijzonder actueel en prettig relativerend met de huidige hysterie rond de klimaatopwarming in gedachten.

Het herstel van het eikenbos werd bij het begin van het Atlanticum (5500-3000 v.C.) nog verder bemoeilijkt doordat het klimaat koeler en vochtiger werd. Op vele plaatsen werd het eikenbos voorgoed teruggedrongen, het werd naar beneden en naar het zuiden gedrukt. Erosie moet toen al op grote schaal zijn intrede hebben gedaan, allereerst op de steilste hellingen en het lijdt geen twijfel dat de mens hieraan meegewerkt heeft. Hetzelfde is gebeurd met de bossen die de nu zo goed als kale streken rondom het Middellandsezeegebied bedekten. Uit een passage in een van de dialogen van Plato (429-347 v.Chr.) blijkt dat in zijn tijd de herinneringen aan het woud dat eens de berghellingen van het Balkanschiereiland bedekte, nog niet vervlogen waren. Maar in Plato's tijd was het al grotendeels verdwenen. Deze ontbossing, gevolgd door erosie, ging tijdens de antieke beschaving in snel tempo verder. Er zijn historici die menen dat de ondergang van het Romeinse Rijk in feite veroorzaakt is door de degeneratie van de bodem. (blz. 160)
Over welke passage in Plato gaat het nu? Het blijkt Kritias 111 a-e te zijn. Als voorbereiding op zijn uiteenzetting over Atlantis beschrijft hij de paradijselijke situatie in het Attica van duizenden jaren vóór zijn tijd.

Er is een sterk bewijs van die uitmuntende gesteldheid: wat er nu nog van dat land overblijft, kan gerust met elke andere streek wedijveren in verscheidenheid en kwaliteit van de producten, en in het voortreffelijke voedsel dat ze voor elke diersoort oplevert. In die tijd was echter de opbrengst niet alleen van eerste kwaliteit, (a) maar ook nog kwantitatief onbegrensd. Welk bewijs bezitten we daarvan, en wat blijft er nu nog van het toenmalige land over, dat onze bewering kan steunen? In haar geheel, van de rest van het vasteland uit bekeken, steekt onze streek diep vooruit in zee, als een landtong. Nu bezit het zeebekken, dat haar omgeeft, overal, vlak bij de kust reeds, een grote diepte. Wat moet er dus gebeurd zijn? Talrijke en hevige overstromingen hebben zich in die 9000 jaar voorgedaan: dat is immers het aantal jaren die sindsdien zijn verlopen. (b) De grond nu die, in deze lange en fel bewogen periode, van de hoger gelegen delen af stroomde, heeft niet, zoals op andere plaatsen, een noemenswaardige aanslibbing veroorzaakt: hij is steeds als een bal blijven voortrollen tot hij in de diepte is verdwenen. Wat er nu, in vergelijking met toen, van overgebleven is - ook bij kleine eilanden is dat het geval - is dan ook niet veel meer dan het geraamte van een door ziekte uitgeput lichaam: al het vette en malse van de grond is van alle zijden afgevloeid, terwijl alleen het uitgemergelde lichaam van het land overbleef. (c) Maar toentertijd, toen ze nog gaaf was, bezat onze streek hoge heuvels, die haar bergen waren; wat men nu de 'Steenvlakte' noemt, was toen een vlakte vol vette grond. Op de bergen was het hout rijkelijk voorhanden. Daarvan bestaan zelfs nu nog duidelijke sporen. Er zijn immers bergen, die nu alleen maar wat voedsel voor bijen opleveren, maar waarop men, nog niet heel lang geleden, bomen velde, bestemd om de balken te leveren voor de grootste bouwwerken - daken die nu nog gaaf gebleven zijn. Verder waren er in groten getale hoge gecultiveerde bomen, en de grond bracht geweldig veel voedsel op voor het vee. Verder gedijde hij trouwens ook nog door het water dat jaarlijks uit de hemel viel, (d) en dat niet verloren ging, zoals nu, door van de onbegroeide aarde in zee te stromen. Nee, in grote hoeveelheid nam de grond water in zich op en behield het, door het in voorraad te houden in de beschuttende kleilaag. Zo kon hij het opgezogen water, dat van de hoogten afstroomde, in diepe holen laten wegstromen, waardoor hij op alle plaatsen een mild-vloeiende voorraad water bezorgde aan bronnen en rivieren. Nu nog leveren de heiligdommen, die bewaard bleven op de plaats waar eertijds bronnen waren, het bewijs dat de verhalen van nu over het oude Attica waar zijn. (e)
Dat was dus de algemene gesteldheid van het land. Zoals te verwachten was, werd het bebouwd door landbouwers van de echte stempel, die niets anders deden dan dát, die hielden van schoonheid, mensen van groot talent en die zich mochten verheugen in het bezit van de beste grond, de rijkste watervoorrziening, en, boven die grond, van het zachtste klimaat. (Vertaling X. De Win)
Geen spoor van culpabilisering van de boer en de houtkapper, iets dat toch in mijn herinnering verbonden is/was aan Plato's uitspraak. Nee, de boer is een modelboer van groot talent. Plato gaat verder met een idealiserende beschrijving van het oeroude Athene die baron von Münchhausen naar de kroon kan steken. Maar goed, de oorsprong van die informatie zou bij Egyptische priesters liggen, het zal daar wel aan liggen.
Willem Frederik Hermans blikt in zijn relaas niet 11.000 maar 150.000 jaar terug. Wat hij 'versnelde erosie' noemt is volgens hem aan 'de mens' te wijten. Een interessant boekje.
.

vrijdag 16 mei 2008

Grieks-Romeinse geschriften:
nooit weg uit Europa

Het is niet omdat je je bezighoudt met wat soms de dode talen wordt genoemd, dat je bezig bent met iets dat een gestold en immobiel geheel is. De 'kennis' die je erover opdoet kan nog zo vaststaand lijken, ze is integendeel een heel tijdelijke dwarsdoorsnede van een voortdurend veranderend universum van visies van autoriteiten op de klassieke oudheid, inbegrepen je eigen progressief verschuivende synthese ervan.

Als student in de jar
en zestig kregen we een voorzichtige vermelding in verband met de Griekse beeldhouwkunst. De beroemde Griekse beelden waren ooit beschilderd, met wat je oneerbiedig als 'kermisorgelkleuren' zou kunnen bestempelen. 'Oneerbiedig' (en dus ook 'voorzichtig') omdat wij onze studie klassieke filologie toch begonnen waren met het beeld van de Griekse cultuur zoals omschreven door Winckelmann: Edle Einfalt und stille Grösse. In deze geest hadden Canova en Thorvaldsen hun neoclassicistische beelden gecreëerd. Blank marmer dat de sophrosunè belichaamde. Het Parthenon, een kermis van primaire kleuren? Wij (in ieder geval ik) wensten geen moeite te doen om ons daarbij iets voor te stellen.

Sta mij toe deze draad nog even verder te spinnen vóór ik aan het onderwerp van mijn titel toekom.

Nog zo'n monument van de klassieke studies: de fibula Praenestina. Een tekst op een gouden kledingspeld uit de 6e ee
uw v.C., van rechts naar links (echt 'oud' dus) in Latijns schrift en waarschijnlijk in een Oskisch dialect: de vroegste Latijnse inscriptie ooit gevonden, mét een echte perfectumreduplicatie*. Een linguïstisch document en topgetuige in de cursus linguïstiek. Sinds de jaren '90 is men ervan overtuigd dat dit een 19e-eeuwse vervalsing is.

In mijn studietijd werd de toegang tot een bepaald huis in Herculaneum aan meisjesstudenten ontzegd omdat er een Priapus tentoongesteld was.
Onze mannelijke medestudenten meldden ons dat het hier in ieder geval niet de edle Einfalt betrof, zij het misschien wel de stille Grösse. Het was een mij toen onbekend en nieuw aspect van de klassieke cultuur. Hielden de Grieken en de Romeinen zich daar mee bezig? Wij bleken in een onbevlekt parallel universum te zweven, dat met de antieke 'realiteit' maar een klein beetje gemeen had. (Zie ook een vorig bericht.) O.a. dank zij de publicaties van Eva Keuls en K.J. Dover is dat weer wat rechter getrokken.

De Victoriaanse strategie
van het verzwijgen van wat moreel niet goed lag op dat moment had ervoor gezorgd dat we niet keken naar wat achteraf gezien in menige tekst en afbeelding voor het grijpen lag en had ons opgezadeld met een steriel antieke-maatschappijbeeld.

Het bijstellen van een mening kan overigens een goed gevoel geven, zolang je niet je eigen ideeën beschouwt als het woord van God. En hiermee kom ik aan een recente 'bijstelling' van nog zoiets dat bijna tot dogma geworden is in de geschiedenisles: de overlevering van de antieke Griekse en Romeinse teksten in Europa. Die zouden in de duistere Middeleeuwen compleet verdwenen zijn en tegen de Renaissance er weer opgedoken zijn via de omweg van de mohammedaanse geleerden, die ze al die tijd in veilige bewaring gehouden hadden. Of, om het met andermans woorden te zeggen:
De antieke Griekse kennis – filosofie, geneeskunde, wiskunde, astronomie – heeft, nadat zij uit Europa volledig was verdwenen, een schuiloord gevonden in de muzelmaanse wereld, die deze kennis in het Arabisch heeft vertaald, de boodschap in ontvangst nam en voortzette, alvorens haar tenslotte aan het Westen door te geven. Op die manier werd de Renaissance mogelijk gemaakt, gevolgd door de plotse expansie van de Europese cultuur. Deze omschrijving dook kortgeleden op in Victacausa, het onvolprezen weblog van Marc Vanfraechem (piper, non homo :-).

Je kon al een tijdje op internet argumenten vinden tegen deze hypothese omtrent het 'compleet verdwijnen' van de Griekse geschriften in Europa, van de hand van een oprecht gedreven verdediger van de reputatie van het christendom. Want de christenen zou verweten zijn dat zij alle heidense documenten vernietigd zouden hebben. Met het onnoemelijk verlies van de klassieke traditie. (Titel: Did the Christians burn/destroy all the classical literature?) Het is een heel lang en nadrukkelijk document, maar het verwijst voortdurend naar andere literatuur, wat tenminste de indruk geeft dat het onderbouwd is. Het is het antwoord van een 'Christian think tank' op de vraag van een lezer die precies over dit onderwerp handelt: The Islamic world, on the other hand, did not suffer the kind of dark ages that the Christian world did, and they actually preserved many of the works that Christians destroyed. (-) Is my history correct?

Een publicatie die, naar ik aanneem, niet vanuit exclusief christelijk perspectief geschreven is, maar eerder neutraal en wetenschappelijk-historisch, behelst exact wat hierboven aangesneden wordt: Aristote au mont Saint-Michel. Les racines grecques de l'Europe chrétienne van Sylvain Gouguenheim*. Een recensie van Le Monde door Roger-Pol Droit is te vinden op Victacausa, in de Nederlandse vertaling van Marc Vanfraechem. Het bovenstaande citaat komt hieruit. Je krijgt een goed idee van de gedachtegang en de historische bronnen waarop deze gesteund is.
Eén van de taaie winkeldochters van de Europese geschiedenis eindelijk getoetst op Popperiaanse falsificeerbaarheid: prima, zo blijven we wakker.
En wakker zijn ze ook bij de International Herald Tribune:
'But Le Figaro and Le Monde, in considering the book in prominent reviews, drank its content in a single gulp. No suspended endorsements or anything that read like a caution. (-) But is it right?' Er zijn blijkbaar al commentaren verschenen die het boek niet in een geschiedkundige, maar in een politieke (rechtse) hoek zetten.

Is het iets dat past bij onderzoek, die terminologie met 'right' en 'caution'? Het zijn woorden die een autoriteit veronderstellen, die boven de onderzoeker staat. Waardoor het niet meer het onderzoek van de onderzoeker is. En zulke woorden fungeren ook als een waarschuwende vinger naar de lezer van het onderzoek.

Nee dus, wij zullen zelf wel onze mening vormen.

* De voltooid tegenwoordige tijd wordt aangeduid door vóór aan het werkwoord een extra lettergreep toe te voegen met dezelfde beginmedeklinker als het oorspronkelijke werkwoord.
*
Seuil, "L'Univers historique", (2008) 282 p., 21 €
.

Keizer Iulius Caesar?



Boeiend nieuws gisteren: een onbekende buste van Caesar is in Arles uit de Rhône gehaald. Een knap portret in de typische realistische Romeinse stijl. Volgens de archeoloog de eerstgevonden kop die bij zijn (Caesars) leven gebeeldhouwd werd, een oudere Caesar tonend dan waar we gewoon aan zijn (rond 46 v.C.).
En het was de krant die bij mij in huis komt en die er prat op gaat dé kwaliteits- en cultuurkrant van Vlaanderen te zijn - die krant dus, die de treurige spits afbeet. Want op p.33 bracht De Standaard het bericht: 'Op de bodem van de Rhône in Frankrijk is een buste van de Romeinse keizer Julius Caesar gevonden'. Misschien, als het lang genoeg gezegd en herhaald wordt, wordt Caesar nog wel eens keizer in de geschiedenisboekjes. Maar tot nader order is hij nooit 'keizer' geweest.

Nog een andere krant lees ik wel eens, De Morgen, en die hadden het in hun uit De Volkskrant afkomstige artikel over de Romeinse dictator. Dus 10/10 en een bank vooruit, voor beide kranten dan maar.

Ik ben gaan rondgooglen. De probleemleerlingen, die het dus over een 'keizer' hebben, heb ik het eerst afgedrukt. De echte cultuurkranten of -zenders daaronder.

KEIZER :

STAATSMAN, HEERSER, DICTATOR

dinsdag 22 april 2008

Pompeii-graffiti en haatmail


Gisteren stond er in de krant De Morgen (p. 14) een artikel van Vlaams politicus en historicus van opleiding Bart De Wever onder de titel hiernaast. Dit is geen politieke blog. Politiek commentaar uit dit artikel zal hier verder dus geen aandacht krijgen.

Ik was behoorlijk verrast dat een politicus de tijd gevonden had om een column te schrijven van dit gehalte én in een vlot en prettig leesbaar Vlaams Nederlands*. Omdat De Morgen nogal moeilijk doet on-line bij het downloaden van tekst - die dan gebruikt zou kunnen worden in citaten - heb ik het artikel maar op het net gezet. Je kunt het zo gebruiken als documentatie bij een hilarisch onderwerp 'Pompeiaanse graffiti' in de les Latijn, waarbij heel wat vakoverschrijdende eindtermen tegelijk mooi meegenomen zijn.

Pompeiaanse graffiti vergelijken met de huidige haatmailtjes is de spijker op de kop. Een politicus is uiteraard uitstekend geplaatst om die vergelijking te kunnen maken, vooropgesteld dat hij op de hoogte is van de equivalenten van 2000 jaar geleden. Wat De Wever, gezien zijn tekst, duidelijk is. Zo zegt hij over de graffitischrijvers: 'Ze bezigden vaak een vulgair Latijn vol afkortingen, in fonetische spelling en met een eigensoortige woordenschat. De irritatie erover bij de toenmalige elite was groot'. De vergelijking met het chatten van nu dringt zich op, compleet met de ergernis van het lerarendom hierover; maar De Wever blijft, terecht in dit korte bestek, bij zijn onderwerp. En hij citeert correct het 'foutgespelde' vulgair Latijn.

Eén leuk citaat wil ik u niet onthouden, een beschrijving van de ouderwetse schrijfcultuur die een ontspanningsmechanisme in zich had: 'De goede oude anonieme scheldbrief is stilaan een rariteit aan het worden. Dat medium veronderstelt immers dat mensen boos genoeg worden en het lang genoeg blijven om papier te nemen, hun emoties iet of wat ordentelijk uit te schrijven, een omslag te zoeken, een postzegel te kopen en het fysiek adres van de geviseerde op te zoeken. Op de tijd die daarvoor nodig is verandert zelfs de hulk terug in een sympathieke jongen'. Een mail is op enkele seconden gepost. Een graffito op enkele seconden geschreven.

Vandaag (22/4) was er al een reactie hierop te lezen in De Standaard van een mede-columnist mede-historicus, Marc Reynebeau: 'En progressief is een al even leeg begrip, nu niemand nog, op Bart De Wever na, conservatief wil zijn. En De Wever is dat ook alleen maar om anderen op de kast te kunnen jagen en als excuus voor zijn nieuwe hobby, Latijn spreken'.

Een beetje ondermaats als commentaar wel. Zie in verband met 'Latijnopmerkingen' in De Standaard ook hier.

* Algemeen Nederlands moet voor mij nog steeds de standaardtaal zijn in het onderwijs. Ik zou dus wijzen op de verschillen bij typisch Vlaamse woorden. En nu we toch met onze rode balpen bezig zijn: aedile in de column moet natuurlijk zijn aedilis (de Romeinse 'politieman).
.

maandag 7 april 2008

De Ilias van Jan Cox


Dit is het enige schilderij van Jan Cox dat ik al kende, als beeld, zonder te weten dat het van hem was. Het heet Bloedregen. Wat ik niet wist is dat het bij een Iliascyclus hoort.
Het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen houdt een overzichtstentoonstelling 'Jan Cox: Profiel van een kunstenaarschap'. Ik kende Jan Cox eigenlijk alleen maar als een naam zonder meer, toen Adriaan Raemdonck van De Zwarte Panter vol enthousiasme aandrong om toch zeker te gaan kijken. Ik was een beetje sceptisch, want naast klassieke antieke thema's had Cox blijkbaar ook een kruisgang uitgewerkt. Het klonk saai. Maar gisteren ben ik dan toch geweest.

Overweldigend. Helemaal geen klassiekerig gedoe, maar een absolute expressie van de gevoelens van de kunstenaar bij episodes uit de Ilias of enkele verzen van Homeros. Bloedregen hangt naast En de Skamander kleurde rood met bloed. In deze en de andere doeken van ca. twee bij anderhalve meter (ik kan er best een halve meter naast zitten) wil de schilder, die de laatste oorlog heeft meegemaakt, 'nadenken over de “menselijke conditie” en de verschrikkingen en de wanhoop van de moderne tijden'. Maar eigenlijk kon ik best zonder dit typische expositievocabularium. De beelden komen met enorme kracht op je af. Ik probeerde telkens eerst te raden wat het onderwerp was voordat ik de titels las. Meestal lukte het niet, maar zodra ik dan de titel las was het buitengewoon boeiend om te zien wat Cox uit dat onderwerp naar voren gehaald had. Misschien hebt u u ook afgevraagd wat het werk links voor titel heeft. Het is Achilles achtervolgt Hector. De schilderijen blijven figuratief, maar lijken beelden uit een kwade droom. Hier rechts ziet u Warriors. De cyclus in de tentoonstelling telt, schat ik, zo'n 15 werken.
Daarnaast is er nog heel veel ander werk te zien, waaronder een Orpheuscyclus, vroeger dan de Ilias en voor mij althans minder boeiend, alhoewel zijn Dansende maenaden (zeer groot) ook buitengewoon knap is van gevoel en compositie. Hier links een Pastorale.

Wat buitengewoon tegenviel was het aanbod in de museumboetiek. Er was een superdikke glanzende catalogus, die ongetwijfeld knap is, maar als je je op iedere tentoonstelling zoiets aanschaft puilt je huis snel uit, om van de kostprijs niet te spreken. En daarnaast waren er nog welgeteld twee (2) postkaarten te koop. Geen samenvattend tijdschrift, geen posters, geen kleine boekjes, geen kalender. Het kon er blijkbaar niet af.
3-5-08
Bert Beyens draaide samen met Pierre De Clercq 20 jaar geleden de film Jan Cox A Painter's Odyssey. Hij stuurde mij een mail om te zeggen dat die nu op dvd uit is, en verkocht wordt in het museum. Hij kan ook besteld worden op dit adres. Na mijn 'klacht' hierboven lijkt het me redelijk dat ik dit vermeld.

zondag 6 april 2008

Nieuw op de CyCadewebsite
Griekse muziek

Afl. 6

Griekse muziek ken ik vooral van de afbeeldingen op vazen van fluitspeelsters, of een musicerende Apollo, een zingende Orpheus of met cymbalen dansende maenaden. Je beseft wel dat muziek een heel belangrijk deel uitmaakte van het oud-Griekse leven, maar hoe het klonk, dat is giswerk. Men heeft interessante pogingen gedaan om die muziek weer tot leven te brengen. Ik heb in mijn kast zo een paar cd's staan van Petros Tabouris maar ook hij noemt het, in het begeleidende boekje, 'pogingen'. Een scholier heeft hier een website over Griekse muziek (de knoppenbalk is niet onmiddellijk zichtbaar op de homepage, daarom link ik hier naar 'Webmaster', dan zie je ze wel). En natuurlijk doet ook Wikipedia haar duit in het zakje.

In verband met Griekse muziek heb ik één tekstje op mijn website gezet: de mythe van Syrinx en Pan, met vocabularium en wat uitleg. Het verhaaltje speelt zich af in een arcadische omgeving en wordt verteld in Longos' herdersroman Daphnis en Chloë. Er zijn heel wat Griekse mythen die over metamorfoses verhalen, vaak van vrouwen die, hoe kan het anders, belaagd worden door een mannelijk personage. Onze Syrinx is een nimf die haar toevlucht zoekt tot een rivier waar ze aan haar belager ontkomt door te veranderen in riet. Zo komt het dat de uit rietpijpen vervaardigde panfluit syrinx heette.
.

dinsdag 18 maart 2008

Latijn en succes bij de studies


Dit is een kop van 17 maart, met het onderschrift 'Wie in de middelbare school Latijn-Grieks of Latijn-wiskunde heeft gevolgd, heeft nog steeds meer slaagkansen in het hoger onderwijs dan anderen'.

Geen onverwachte conclusie, dat is al jaren zo. En even weinig onverwacht voor classici of (ex)leerlingen van 'de Latijnse' is het commentaar bij deze vaststelling.
Ik laat het door De Standaard zelf zeggen:

Het watervaldenken en zijn valse boodschappen leven er ook nog. Zo wordt gezegd dat de Latijnse opleidingen nog altijd de beste garantie geven op succes in het hoger onderwijs. Nogal wiedes. Als je de leerlingen met het hoogste IQ naar die afdelingen stuurt, en ze daar echt voorbereidt op het hoger onderwijs, terwijl je dat in andere afdelingen en zeker de technische minder doet, kan het dan verbazing wekken dat de 'latinisten' het best scoren in het hoger onderwijs? (Guy Tegenbos, p.2)

Allereerst zou je mogen verwachten dat men in die 'andere afdelingen' en de 'technische' zijn leerlingen even grondig zou voorbereiden op verdere studies. Ja, waarom doen ze dat eigenlijk niet?
Maar wat die kinderen met een hoog IQ betreft, dat die allemaal naar de Latijnse afdeling gestuurd worden: in deze zelfde krant staat dat zulke jongeren ook (ten onrechte, zegt men erbij) in een beroepsafdeling terechtkomen. Hoe zit het nu? Het lijkt alsof er een negatieve sfeer geschapen moet worden, van 'oneerlijke discriminatie'. Het is niet de eerste keer dat men de Latijnse richtingen op die manier in diskrediet probeert te brengen. Het waarom mag een psycholoog uitleggen.

Waar Guy Tegenbos het even niet over wil hebben is de inhoud van die studierichtingen. Dat het de vakken Latijn en Grieks zijn die de slaagkansen gunstig beïnvloeden. Doordat er een grondige training gegeven wordt in analytisch-synthetisch denken en redeneren. In veel hogere frequentie dan bij andere talen. En dat deze analytisch-synthetische activiteit gekoppeld is aan taal, aan teksten die moeilijk van inhoud en vorm zijn, die 'veroverd' moeten worden. Zoals de studieboeken van het hoger onderwijs, die gegarandeerd in zo'n taal geschreven zijn, net zoals die professoren er in zo'n geest doceren, hoe vlot ze ook willen overkomen.

Het zou kunnen dat die Latijnse richtingen inderdaad een voordeel hebben dat de andere niet hebben. Moet in naam van het democratisch denken het succes van die richtingen dus maar 'een valse boodschap' genoemd worden? Graag wat meer realisme, Guy Tegenbos. Als ouders hun kind naar een te gemakkelijke richting sturen ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Als een school minder energie of discipline steekt in zijn moderne of technische afdeling, dan ligt dat niet aan 'de Latijnse'. Het ligt aan die school of die ouders (of 'hun positie in de maatschappij'). Dààr moet er dus werk verricht worden.
.

maandag 25 februari 2008

Καλòς παῖς in Afghanistan


'Een man moest een jongen het hof maken met bijvoorbeeld geschenken zoals speelgoed, dieren of een groot geschenk zoals bijvoorbeeld een rijpaard. De jongen was dan officieel de vriend van de man, en werd meegenomen naar feesten, drinkgelagen en andere sociale plaatsen en gebeurtenissen.'

Voor deze Griekse vorm van liefde, pederastie genoemd, golden een aantal regels. De jongen (eromenos) was tussen 12 en 18 jaar oud, al in de pubertijd, maar nog niet volgroeid, en had een passieve rol in de relatie. De man (erastes) was volwassen en wierp zich op als de mentor van de jongen. Hij vroeg de vader van de jongen om toestemming en probeerde de jongen aan zich te binden door hem geschenken te geven, bv. een haas als huisdier. In de context van deze hofmakerij kunnen ook de ‘kalos’-inscripties op vazen gezien worden. Op deze vazen staat de afbeelding van een mooie jongen met het opschrift ‘xxx is mooi (kalos)’. Het laatste citaat komt van dit adres.

Wie heeft niet Plato's Symposion gelezen, met het relaas van Alcibiades over zijn pogingen om Socrates tot zijn erastes te maken? Of de beschrijving van de jonge Charmides door Socrates (155d): "Die ogen, vriend! Die ogen! Niet te beschrijven! (-) En op dat ogenblik, mijn waarde, op dat ogenblik zie ik wat onder zijn kleren zit. Ik gloei. Ik ben niet langer mezelf meester." (X. De Win) Kortom, verhalen over een mannenwereld, waarin het sociale leven draait rond een oudere man/jongeman-relatie. Seksueel getint, ook al vonden de oude Grieken die-het-voor-het-zeggen-hadden anale penetratie not done, maar intercrurale seksualiteit wel dus. (In verband hiermee ook dit.) Op mijn school werd daar niet over gesproken (over seks überhaupt niet, toen), het zou het beeld van de edele Griek die de democratie heeft uitgevonden wat minder zuiver gemaakt hebben. Blijkbaar heeft dat verzwijgen tot ver in de twintigste eeuw geduurd, volgens een (zeer grondig) artikel over Griekse pederastie: "In 1910 a book called Maurice by E. M. Forster made reference to this "code of silence" by having a Cambridge professor employing “Omit: a reference to the unspeakable vice of the Greeks.” Four decades later in the 1940s: “This aspect of Greek morals is an extraordinary one, into which, for the sake of our equanimity, it is unprofitable to pry too closely”, by H. Michell. It would not be until 1978 when an English book on this topic, titled Greek Homosexuality, was published by K. J. Dover."

Frapperend gelijklopend zijn de berichten die ons al enkele jaren uit Afghanistan bereiken. De krant De Standaard publiceerde in 2002, 19/1, foto's van talibanstrijders uit Kandahar die de mannenvriendschap uitstraalden (genomen tegen het bevel van mullah Omar in). Na het vertrek van de taliban in 2002 kwam de pederastie, waarvoor Kandahar in heel Zuid-Azië berucht was, weer op gang. Zo kwamen mannen met hun jonge vriendjes, ashna's, weer openlijk op straat. "This Pashtun tradition is even reflected in Pashtun poetry, odes written to the beauty and complexion of an ashna, but it is usually a terrible fate for the boys concerned. It is practiced at all levels of Pashtun society, but for the poorer men, having an ashna can raise his status. When a man sees a boy he likes — the age they like is 15 or 16 — they will approach him in the street and start talking to him, offering him tea," said Muhammad Shah, a shop owner. "Sometimes they go looking in the football stadium, or in the cinema" (which has yet to reopen). "He then starts to give him presents, hashish, or a watch, a ring, or even a motorbike," Shah continued. "One of the most valued presents is a fighting pigeon, which can be worth up to $400." (citaat).

En nog niet zo lang geleden kwam Afghanistan opnieuw op deze manier in het nieuws, nu met de bacha bereesh, jongens die zich voor geld door mannen laten toeëigenen en voor hen dansen. Hier gaat het over een gewoonte in het Noorden van het land. "The practice, called "bacha bazi" -- literally "boy play" -- has a long history in northern Afghanistan, but sometimes it does not stop with just dancing. I very much enjoy hugging a boy. His smell and fragrance kills me, said Yawar."

Het Griekse pederastisch gedrag is door heel wat geleerden onder de loep genomen (zie hier onder Modern Scholarship) en allerlei analyses hebben proberen te verklaren wat vaak als 'onnatuurlijk' bestempeld wordt. De verklaring dat in een maatschappij, waarin de scheiding van de seksen extreem is (en de vrouw als minderwaardig wordt beschouwd en uit de openbaarheid moet blijven), deze jongens het surrogaat bieden voor wat wij kennen als verliefd gedrag, met alles wat daarbij komt - vind ik hoogst aannemelijk.

Toch is het niet om deze uitspraak te doen dat ik dit onderwerp aangesneden heb. Mijn vermoeden is dat de oude Grieken deze 'cultuur' in die streken geïntroduceerd hebben.
De link tussen pederastie in Afghanistan en de verovering en kolonisatie van dit gebied door Alexander de Grote heb ik bij een search op het internet niet kunnen vinden, wat niet betekent dat er nog niet over geschreven is. Ik hoop dat iemand hierop reageert en mij corrigeert waar nodig.
Enkele elementen hierbij: het huidige Afghanistan was, toen Alexander er aankwam, een Perzische provincie. (Wikipedia) Gedurende de ca. drie jaar dat hij door het gebied trok heeft hij er ettelijke steden, meestal Alexandria genoemd, gesticht.
  Een kaart bij de beroemde roman van Mary Renault over Alexander, The Persian boy, illustreert dit duidelijk. Alle huidige grote Afghaanse steden blijken stichtingen te zijn van Alexander: Herat, Kaboel, Kandahar, Ghazni, enz. Een Nederlandse Afghanistankenner, Willem Vogelsang, heeft mede hierover een artikel gepubliceerd onder de titel Afghanistan als Ideaal Vakantieland.Hij zegt o.a.: "(-)...nog noordelijker. In die contreien heeft Alexander ruim twee jaar moeten vechten, maar ‘s winters trok hij telkens weer terug naar Bactra in Noord-Afghanistan. Daar was het veilig. Zo veilig, dat het noorden van Afghanistan voor de Grieken en Macedoniërs na de dood van Alexander (hij stierf in 324 in Babylon, in het huidige Irak) een soort beloofd land werd, waar duizenden kolonisten zich vestigden, Griekse steden werden gebouwd en de Griekse taal en het Griekse schrift algemeen werden gebruikt. Hier werden uitgestrekte irrigatiewerken aangelegd. Maar ook in het zuiden kwamen Grieken wonen. Tijdens opgravingen in 1978 vonden we in Oud Kandahar een prachtige Griekse inscriptie uit het midden van de derde eeuw voor Chr. (-) Voor de Grieken en Macedoniërs was het land een ideaal gebied voor R&O, Rust en Ontspanning."

Rust en ontspanning: op oud-Griekse wijze?

zondag 24 februari 2008

Terugkeer naar de moederschoot


De bibliotheek van de Universiteit Gent doet sinds een paar jaar aan electronische archivering van publicaties van 'eigen mensen' in het Institutional Archive van de Ghent University Library. Naar die electronische moederschoot van de Gentse alma mater is ook mijn licentiaatsthesis teruggekeerd.

(Even eerder ben ik begonnen aan een egotripje over deze academische productie van mijn hand en hier ga ik daar nog even op door. Geen probleem als je dit bericht overslaat ;-)

Na het omzetten van het papieren exemplaar naar pdf heeft zoon Erik het er niet bij gelaten, hij had er tenslotte behoorlijk wat tijd ingestoken. Hij heeft het dus ingediend bij het voornoemde archief en hup (= na een paar maanden van wat naar ik vermoed incubatietijd is) daar staat het wetenschappelijk te wezen tussen al die andere publicaties.
Een paar details: dit is voorlopig de oudste thesis van Letteren en Wijsbegeerte in het archief en oudste thesis tout court voor zover ik kan zien. De volgende thesis dateert van 1999. Eén andere publicatie, niet-thesis, is ook van 1968. De eerste oudere van de electronisch gearchiveerde publicaties-algemeen dateert van 1934.
Dus, beste collega's van de jaren zestig: hier is nog een groot gat dat gedicht moet worden!

dinsdag 15 januari 2008

Sigmundus


Even wat ontspanning met de gestoorde psychiater Sigmund, in het Latijn: 19 strips, en voor mij hadden het er best nog wat meer kunnen zijn. Peter de Wit, de auteur heeft er nog een aantal op deze website, in het Nederlands. And English readers will have a good time with these 24 cartoons in English.

zaterdag 5 januari 2008

Lectori salutem


Blijkbaar is L.S. (al lang) out.
Op een communicatiewebsite lees ik: 'Vroeger vond je nog wel eens ‘L.S.’, lectori salutem, de lezer heil. Latijn is ook een heel doeltreffend middel om de onpersoonlijkheid in de communicatie te vergroten.'

Taaltelefoon krijgt soms bezorgde vragen: 'Mijne heren, kan ik in een brief die gericht is aan de leidinggevenden van een bedrijf, de aanhef Mijne heren gebruiken?' Antwoord: 'De aanhef Mijne heren heeft tegenwoordig een ouderwetse bijklank. Bovendien is hij alleen bruikbaar als er geen vrouwen tot uw lezerspubliek behoren. De aanhef Mijne dames en heren is in een brief zeer ongebruikelijk, maar u kunt eventueel wel Geachte dames en heren schrijven. Ook het Latijnse L.S. ('Lectori salutem', 'Den lezer heil') is zeer ouderwets.'

Een Brugse scholier (Tom Bernaerd) toont op zijn blog 'Schuppe schrijft' een briefje van de school aan zijn ouders over zijn punten van wiskunde en economie. Hij schrijft:
In een brief die erbij zat stond nog dit: (zie fotootje). Waarna bij een anonieme huisgenoot volgende quote ontsnapte: “L.S.? Wat betekent dat? Liefste Sint?”Wat zijn blogsympathisanten de volgende dialoog ontlokte (partim):

# Benjamin
Apr 3rd, 2007 at 13u03
tis misschien van liefste Schuppe…?
# 3 Tom Bernaerd
Apr 3rd, 2007 at 13u15
Van die Lectori Salutem, ik wistekik dat wel hoor :)
Het is het anoniem gezinslid dat het niet wist.
# 4 Greet
Apr 3rd, 2007 at 13u30
Ik wiste kik dat ook niet hoor. Wie weet er dat nu?
# 5 Bart
Apr 3rd, 2007 at 13u31
Leren ze jullie daar niets? ;)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lectori_salutem
# 6 benjamin
Apr 3rd, 2007 at 22u55
Tom wist het juist wel :p maar ik wist ook nie wat dat betekent hoor :)
Wat zegt Wikipedia dus?

Lectori salutem (meestal afgekort tot L.S.) betekent heil aan de lezer, oftewel de lezer gegroet.
Vroeger was dit het opschrift boven vele voorwoorden (praefationes) van Latijnse boekuitgaven.
Thans wordt het in de Nederlandse taal gebruikt als groet bovenaan een brief indien de lezer van de brief onbekend is.
De afkorting wordt door sommige stijlboeken afgeraden, omdat zij als onpersoonlijk (of ouderwets) zou overkomen. Stijlboeken zijn het erover eens dat L.S. alleen gebruikt kan worden als aanhef van een brief die tegelijkertijd aan meer geadresseerden wordt gestuurd (circulaires en dergelijke). In een brief gericht aan één enkele, onbekende geadresseerde gebruikt men "Geachte heer/mevrouw" als aanspreektitel.
De 'Acronyms browser' geeft nog een behoorlijk aantal 'andere' interpretaties van L.S.
What does L.S. stand for?
In blogs lijkt Lectori Salutem overigens best wel populair te zijn, doe de Google search.

maandag 17 december 2007

Nieuw op de CyCadewebsite
Grafgedichten voor kinderen

Afl.4

Nog maar net riep het nieuwsbericht over een studiegenoot, René Jacobs, verre herinneringen op, aan een fantastische periode van vrijheid, met de enige plicht 'er ieder jaar door te zijn'.
Maar het houdt dus niet op.

Volgende wachtende in memory lane was de thesis, hét bewijs dat een jonge, maar rijpe, academicus klaar is om in het echte leven te stappen. Enkele decennia al staat dit bewijs in mijn boekenkast, onaangeroerd: ik heb het tenslotte zelf geschreven, waarom zou ik het nog opendoen? Ik niet, maar wel Erik, zoon nr. 2 (maar hier nr.1!), die het mij in electronisch formaat, met aanklikregister, dit weekend gepresenteerd heeft als vroegtijdig kerstgeschenk. Ik heb het op mijn website geplaatst, want voor mij heeft het nog iets, en eigenlijk, heel veel. Niet in het minst: herinneringen.

Bijdrage tot de studie der Griekse metrische grafschriften: grafgedichten voor kinderen (1968).

Toen schreef je nog een thesis. Met de hand, op papier. Waarna je op zoek ging naar de goedkoopste manier om het manuscript op zo weinig mogelijk exemplaren presentabel te laten drukken. Voor een 'Griekse' thesis was er dan één adres: Van Heirzeele (ik hoop dat ik zijn naam correct heb). Die huisde in het seminarie Grieks en had een netwerk van familieleden (zo leek het toch) die in hun vrije tijd thesissen typten voor studenten. Op stencils, want er moest 'gepolycopieerd' worden. Het was een perfecte samenwerking. Neef X tikte de 'normale' tekst in, overal spatie openlatend waar het Grieks moest komen. Dan verhuisde het hele zaakje (zo'n 140 stencils) naar Van Heirzeele, die het Grieks aanvulde op een 'machien' met twee klavieren, één met 'Europese' karakters, één met Griekse, waar ook de diacritische en epigrafische tekens te vinden waren. Hij had gelukkig ook ter plaatse het werk beschikbaar waaruit ik mijn teksten geput had. Het laatste karwei was het manueel nummeren van de pagina's en het invullen van de verwijzingen naar die pagina's. In de electronische versie niet zo duidelijk, want we hebben dat in potlood gedaan. En de spelling: dat heette toen de progressieve spelling. Zucht. Hoeveel spellingen nog hierna?

Wat zouden we zonder Van Heirzeele geweest zijn! Die vriendelijke bediende die altijd tot een babbeltje bereid was. Ik heb hem niet bedankt in mijn voorwoord, maar doe het alsnog hier, en van harte.

(Als ik de vorige regels herlees lijkt het alsof ik het over de middeleeuwen heb. Wat zijn we nu goed af met onze computers en printers. Eén uitstekend adres voor Grieks op je computer wil ik signaleren: Joop Jagers stelt het hier gratis ter beschikking. Houd er wel rekening mee dat hij een qwerty-toetsenbord gebruikt - US International.)

vrijdag 30 november 2007

Antieke munten


De handel in antieke munten is heel wat complexer dan ik dacht. Hier vind je een zeer grondige paper van een Nathan T. Elkins over dit onderwerp.

woensdag 28 november 2007

Nieuw op de CyCadewebsite
Petronius

Afl.3

Petronius is een auteur die ik altijd graag gelezen heb in de klas binnen het genre 'satire'. Er schoot jammer genoeg nooit veel tijd over voor Trimalchio naast de praatjes van Horatius en de epigrammen van Martialis. En toch is Petronius' Satyricon echte satire in de dubbele betekenis van het woord: de satura lanx, de typisch Romeinse literaire schotel met voor elk wat wils, én de satirische typering van karakters. Dat laatste heb ik uit Petronius' Satyricon overgehouden, met een keuze uit het 'Eetmaal bij Trimalchio'. Het leuke van deze teksten vind ik de verschillende soorten Latijn die je erin tegenkomt, van de bonte verzameling gasten uit alle uithoeken van het rijk, ieder met zijn eigen typische fouten tegen het Algemeen Beschaafd Latijn. Het geeft je leerlingen ook de aangename gewaarwording dat er toen dezelfde fouten gemaakt werden als zij nu maken. In de cursus 'Volkslatijn' van G. Sanders aan de UG, illo tempore, heb ik de smaak ervan te pakken gekregen. Ik ben van plan de taalkundige aantekeningen die ik ervan overhoud ook nog op de website te zetten.
Er is één nadeel in de klas: je moet heel veel vocabularium geven en ook veel taalkundige uitleg. Maar de typetjes en het alledaagse en tegelijk zo universele geleuter en geroddel zijn echt schitterend.
Ook hier: opmerkingen voor aanvulling of verbetering zijn van harte welkom.
Een vertaling van het Satyricon vind je hier.

maandag 26 november 2007

Leef verborgen


'Als je gelukkig wilt leven, moet je verborgen leven', was de wijze raad die Aristoteles destijds aan de tirannie meegaf.
Wees gerust, dit is niet de uitspraak van een classicus, maar van Jo Stremersch, financieel adviseur, vandaag in zijn column in De Standaard, de zelfverklaarde kwaliteitskrant ;-).

27-11-07
Naar aanleiding van een reactie op bovenstaand bericht hier nog een uitbreiding voor hen die het geluk/ongeluk gehad hebben geen Latijn of Grieks of filosofie gevolgd te hebben op school.De uitspraak gaat terug op de Griekse filosoof Epicurus, in het Grieks Lathe bioosas = Leef verborgen. Epicurus' idee was dat je moet streven naar geluk en dat streven valt niet te combineren met het openbare leven of politieke bedrijf. Stremersch situeert die uitspraak in zijn artikel in het jaar 343 v.C., 2 jaar vóór Epicurus' geboorte. Aristoteles was toen 40 jaar, maar het is weinig waarschijnlijk dat hij zo'n uitspraak gedaan zou hebben, want zijn opvattingen stonden ver van het atomisme van Democritus, waarop Epicurus zijn leer stoelde.
En tenslotte: in die tijd was er geen bewind dat men 'tirannie' noemde, in de klassieke betekenis van het woord. In de moderne betekenis van het woord misschien wel. Want Aristoteles is uit Athene gevlucht voor de gevangenneming die hem boven het hoofd hing wegens 'gebrek aan respect voor de goden'. De aanklacht kwam uit de hoek van politici die godsdienst gebruikten om tegenstanders te elimineren. Zoals met Socrates gebeurd is. Zo verandert 'democratie' in 'tirannie'.